Het Bureau

Met `En ook weemoedigheid', deel 5 van Het Bureau, heeft zich een trendbreuk voltrokken. De hoofdpersoon, Maarten Koning, gaat steeds meer lijken op het gemiddeld afdelingshoofd van een doorsnee universitair instituut. Zijn vroegere verzet tegen wat zijn omgeving van hem verwachtte, is ineengeschrompeld tot zijn weigering te promoveren, maar een weigering is het nauwelijks te noemen want in plaats daarvan schrijft hij een met niet minder ceremonieel gepresenteerd `gewoon' wetenschappelijk boek.

Wat is er gebeurd dat het allemaal zo anders is geworden? De eerste gedachte die bij je opkomt is natuurlijk dat Maarten ouder is geworden, temeer daar hij de lezer daar doorlopend aan herinnert. Toch kan dit de werkelijke, althans de gehele oorzaak niet zijn, want Maarten is nooit jong geweest. Er is iets anders aan de hand. De aard van dat iets wordt kernachtig samengevat op bladzijde 494. Maarten, tussen de middag alleen achtergebleven op zijn afdeling, zit aan zijn bureau: ``Hij bleef alleen achter. Terwijl hij zijn brood wegwerkte, dacht hij met zorg aan de toekomst: aan de ene kant de toenemende dreiging van buitenaf, aan de andere kant een weerspannige afdeling, die de dreiging niet zag of niet ernstig nam.''

Die dreiging van buitenaf is gelegen in de bezuinigingen begin jaren tachtig. Daarom moet er output komen, moet het instituut zijn maatschappelijke nut bewijzen, laten zien dat het Bureau niet een sociale werkplaats is. Terwijl dat nutteloze en vrijblijvende juist onontbeerlijk was als achtergrond waartegen de handel en wandel van Maarten geplaatst werden. Daaraan ontleende de zwaarwichtigdoenerij van commissies, redacties en besturen haar hilarisch effect. `Wachten op Godot', gespeeld in een operettedecor.

De nieuwe Maarten put zich uit om lijn te brengen in de wetenschappelijke activiteiten van zijn afdeling om die vervolgens in het jaarverslag net zo op te blazen als andere afdelingen dat doen. Daarom moeten onderzoeken op elkaar worden afgestemd en moet er vergaderd worden over vragen als `wat is nou precies de probleemstelling van dat onderzoek?'. Daardoor ontstaan er spanningen tussen de medewerkers onderling voor wie de dreiging ernstiger is dan voor hun chef, die met zijn vele dienstjaren weinig te vrezen heeft en die zo tactloos is dat zo nu en dan nog te laten merken ook. Enzovoort, enzovoort, om met Kaatje Kater te spreken.

De wijze waarop Maarten Koning zijn club verdedigt, is niet anders dan de wijze waarop ik zoveel anderen dat heb zien doen: altijd maar menen dat andere afdelingen achterbaks zijn, doortrapt, dat overal iets achter moet worden gezocht, de medewerkers van andere vakgroepen kleineren, je denigrerend uitlaten over hun artikelen en werkwijze. En, in schril contrast daarmee, het volstrekt achterwege blijven van kritiek ten aanzien van de eigen medewerkers. Door daarin mee te gaan, daarin zelfs een voortrekkersrol te vervullen, is zijn belangrijkste wapen, zijn relativeringsvermogen, verdwenen.

Deel 5 van Het Bureau is een belangrijk historisch document omdat het model staat voor de ommezwaai die talloze instituten en vakgroepen in de jaren tachtig hebben gemaakt. Dat heeft niet alleen veel overbodig papier en vergaderleed opgeleverd, het heeft ook een ingrijpend effect gehad op de mensen die er werkten. Het heeft bij velen het slechtste wat zij in zich hadden, naar boven gebracht. Na meer dan 4.000 bladzijden Maarten Koning, betrap ik me erop dat ik een hekel aan hem begin te krijgen.