Gewoon te gek

Van Bobby Fischer horen we niet vaak meer en als we iets horen is hij boos. Vorige maand was hij zo boos als hij nog nooit geweest was.

Fischer leeft in Boedapest in ballingschap, sinds 1992 toen de Amerikaanse regering dreigde hem te vervolgen wegens zijn match tegen Spassky in Joegoslavië. De bezittingen die hij nog in de Verenigde Staten had liet hij opslaan en ieder jaar stuurde hij geld naar een zaakwaarnemer om de opslagkosten te betalen. Dit jaar ging er iets mis. De schatten die Fischer in zijn schaakloopbaan had verzameld, waaronder een boek met opdracht van Nixon, een telegram van Kissinger, een foto-album van de Filippijnse president Marcos en nog veel meer, had hij opgeslagen in kluizen met dubbele boorbestendige wanden, met sloten en tijdsloten, maar het hielp niet. Zijn verzameling werd geveild, bracht een luttele vierhonderd dollar op en toen Fischer er achter kwam was het te laat.

Altijd heeft hij journalisten gemeden als een pest, maar nu zocht hij ze op. Hij wilde geïnterviewd worden. Maar als Fischer boos is, gaat hij schelden op het joodse wereldcomplot. Onze Nederlandse NOS vreesde een antisemitische scheldkanonnade en ze zal niet de enige omroeporganisatie zijn geweest die het daarom liet afweten. Ten slotte gaf de altijd zo onbenaderbare kluizenaar Fischer drie interviews, een voor de Hongaarse radio en twee voor een Filippijnse zender, per telefoon. De vrees van de NOS bleek meer dan gerechtvaardigd. Het antisemitische schuim stond Fischer op de mond.

,,Maar u bent toch zelf half-joods?'' waagde een van de interviewers te vragen. ,,Wil je mee gaan naar de jongens-wc, dan zullen we zien wie er joods is'', grauwde Fischer. Zonder spijt zie ik af van verdere citaten, die me licht in conflict met de wet zouden kunnen brengen.

Grootmeester Eugenio Torre, een vriend van Fischer die bemiddeld had bij de twee Filippijnse radiogesprekken, probeerde de schade te beperken met een eigen verklaring die op het Internet werd gepubliceerd. Wat voor ideeën Fischer ook heeft, hij is in nood en de schaakwereld heeft de plicht hem te helpen, aldus Torre. Een paar dagen later trok Torre zijn verklaring in. Hij had kennelijk op zijn donder gehad van Fischer. Een vriend van Fischer zijn is geen onverdeeld genoegen, maar Fischer zijn is erger.

Ik verklap geen geheim als ik zeg dat de schaakwereld veel schoonheid kent, maar helaas af en toe door schandaaltjes getroffen wordt. Nu we toch in deze sfeer bezig zijn, gaan de gedachten naar het toernooi dat in de laatste dagen van 1998 gespeeld werd in het Duitse plaatsje Böblingen. Een toernooi dat weinig opzien zou hebben gebaard, ware het niet dat de eerste plaats gedeeld werd door Clemens Allwermann. Een Duitser van 55 jaar, zonder internationale rating, die met zijn Duitse rating van ongeveer 1900 niet bij de beste tienduizend Duitse schakers hoorde en nu opeens speelde als een topgrootmeester. Geen wonder dat het gerucht ging dat een nieuwe John von Neumann zich gemeld had.

Von Neumann is de naam van een van de beroemdste wiskundigen van deze eeuw, en ook de naam waaronder een onbekende Amerikaanse schaker in 1993 meedeed aan het Philadelphia Open. Hij kwam, won een prijs en vluchtte toen hij ontmaskerd werd als een bedrieger. We hebben nooit meer iets van hem gehoord. Of hij tijdens zijn partijen in contact stond met een computer, zoals algemeen vermoed werd, of slechts met een mens, is nooit opgehelderd, maar dat er iets mis met hem was staat buiten kijf.

Het geval van Allwermann is minder duidelijk. Hij zei zelf dat hij geluk had gehad. Geen gering geluk. Doordat hij nog geen rating had, telt zijn resultaat in Böblingen zo zwaar dat hij met een rating van 2610 ongeveer als zestigste op de wereldranglijst binnen zal komen. Daar staat nu onze kampioen Sokolov. ,,Gewoon te gek'', schreef Allwermann blij op een Internetpagina.

De afgunstigen wijzen er op dat hij een computerexpert is en dat hij een bril droeg en lang haar waaronder moderne mini-apparatuur verborgen zou kunnen worden. Die bril en dat lange haar heb ik ook, dus als ik nog eens iets goeds doe, weet u hoe het komt. Wat te denken? Zie eerst hoe hij de Russische grootmeester Kalinitsjev in de laatste ronde versloeg.

Wit Allwermann-zwart Kalinitsjev 2505

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 e7-e5 5. Pd4-b5 d7-d6 6. c2-c4 Lf8-e7 7. Lf1-e2 a7-a6 8. Pb5-c3 Pg8-f6 9. 0-0 Lc8-e6 10. Lc1-e3 0-0 11. Pb1-a3 Pf6-d7 12. Dd1-d2 Pd7-c5 13. Pa3-c2 f7-f5 14. e4xf5 Le6xf5 15. Le2-f3 Kg8-h8 16. Lf3-d5 Dd8-e8 17. Ta1-d1 De8-g6 18. Pc2-a3 e5-e4 19. f2-f3 e4xf3 20. Ld5xf3 Pc6-e5 21. Pc3-d5 Le7-h4 22. Pd5-f4 Pe5xf3+ 23. Tf1xf3 Dg6-e8 24. Pf4-d5 Pc5-e6 25. Td1-f1 De8-g6 26. b2-b3 Tf8-f7 27. Pa3-c2 Pe6-g5 28. Le3xg5 Lh4xg5 29. Dd2-f2 Lf5xc2 30. Tf3xf7 Lg5-f6 31. Df2-a7 Je kan je vergissen, maar dit grappige zetje ruikt naar een computer. In plaats van zijn dame uit de verdediging te halen zou vrijwel ieder mens de simpele winstzet 31. Txb7 doen. 31...Ta8-g8 32. Da7xb7 Lc2-e4 33. Pd5-f4 Dg6-f5 34. Db7-d7 Df5-e5 35. Kg1-h1 g7-g5 36. Pf4-h3 g5-g4 37. Ph3-f2 Le4-f5 38. Pf2xg4 Lf5-e4 39. Tf7xf6 Le4xg2+ 40. Kh1xg2 De5-e4+ 41. Kg2-h3

Hier gaf zwart het op en volgens verslagen in de krant Die Welt en in het tijdschrift Schach zei Allwermann hierop iets verbazingwekkends: ,,Ja, inderdaad, het is mat in acht.''

Mat in acht! Als hij dat inderdaad gezegd heeft, is verder bewijs niet nodig. Het mat in acht klopte, computers zien dat in een fractie van een seconde. Maar ieder mens, zelfs Kasparov, zou flink wat tijd nodig hebben om te zien dat het precies in acht is en in de hitte van de strijd zou geen enkel mens iets anders denken dan: het is gebeurd, hij kan opgeven.

Wit Giacopelli-zwart Allwermann, tweede ronde. Nog iets raars. Zwart deed 34...Le4xg2 en na 35. Pe1xg2 Th3-h2 werd wegens grote tijdnood remise overeengekomen. Hier is niets vreemds aan, wel aan het commentaar dat Allwermann achteraf bij zijn 34ste zet gaf: ,,Geeft de winst uit handen. Een vingerfout, ik had de verkeerde loper vastgepakt.'' En hij geeft de mooie variant 34...Lh2 35. Tf1 Txc3 36. Kxc3 Tc8+ 37. Kd2 Dxd4+ met winst. Een vingerfout? Als je in grote tijdnood zo'n variant mist? Het is of hij niet beseft hoe moeilijk dat in razende tijdnood te vinden zou zijn, zelfs voor sterke schakers.

In de elektronische wereld kan niemand zijn sporen uitwissen en in de databanken vond ik veertien vroegere partijen van Allwermann. Nou, nou, dat is wel heel wat anders dan de mirakels van Böblingen. Kunnen ze door hetzelfde brein zijn bedacht? De internationale jury beraadt zich nog.