Betaald van overheidswege

Advocaten die van overheidswege betaald krijgen, heten sociaal advocaten. De sociaal advocatuur dreigt nu van overheidswege door een Algemene Maatregel van Bestuur (een wetsaanpassing buiten de wet om) een flinke financiële deuk op te lopen. De salarissen in de sociaal advocatuur waren namelijk wat scheefgegroeid in de afgelopen jaren. Deels door eerdere overheidmaatregelen, waardoor sommige sociaal advocaten zich gingen specialiseren in goed verdienende toevoegingszaken. Deels door het oude systeem van toevoegingen, dat oneerlijkheid in de hand werkte door voor sommige soorten rechtzaken meer te betalen dan andere.

De nieuwe voorstellen komen van de commissie-Maan die staatssecretaris Schmitz in 1996 instelde. Kort gezegd komen die hierop neer. Zaken krijgen - op basis van het aantal uren dat advocaten volgens de Raad voor de Rechtsbijstand gemiddeld eraan besteden - een aantal punten toegekend. Een echtscheidingszaak krijgt bijvoorbeeld 10 punten. Per punt krijgt een advocaat 125 gulden bruto per uur. Een echtscheidingszaak levert derhalve 1250 gulden op, ongeacht het aantal uren dat er aan wordt gewerkt. Pas als zaken `bewerkelijk' worden – en dat zijn ze volgens de commissie pas als er meer dan drie keer zoveel uren aan besteed moet worden – wordt de vergoeding verhoogd, en wel met 125 gulden voor ieder uur dat boven die grens uitkomt.

Nu krijgt een advocaat voor diezelfde echtscheidingszaak nog 1.422 gulden. Overschrijdt hij de bewerkelijkheidsgrens, in dit geval dertig uur, dan wordt de besteedde tijd opgedeeld in vakjes van vijf uur elk, tegen een vergoeding van ongeveer vijfhonderd gulden per vakje. Een echtscheidingszaak die 35 uur in beslag neemt, levert nu dus ongeveer 3.500 gulden op. Onder Maan zal in diezelfde zaak ongeveer 1.875 gulden vergoed worden. Een achteruitgang van 1.625 gulden dus.