Zeerovers vinden vrijhaven in China

Piraterij is in opmars in de Aziatische wateren. Professioneel, grootschalig en medogenloos. China speelt een duistere rol.

De Tenyu, een vrachtschip van de Japanse scheepvaartmaatschappij Masumoto Kisen, voer vorig jaar september door de drukke Straat van Malakka. Een routineklus voor de bemanning van het onder Panamese vlag varende schip, dat met een lading aluminium staven op weg was naar Zuid-Korea. Hier waren de meesten al talloze malen geweest. Maar niemand van de vijftien koppige bemanning — twee Zuidkoreanen en dertien Chinezen — zou deze tocht ooit nog een keer maken.

Aan het einde van de Straat, waar de route nauwer wordt en de wateren van Indonesië, Singapore en Maleisië in elkaar overgaan, moeten schepen een scherpe bocht maken. Alle vrachtschepen en tankers zijn verplicht daar flink vaart te minderen. Zo ook de Tenyu. En toen gebeurde het. Een zwaar bewapende groep piraten kwam met speedboten naast het vrachtschip varen, klinkte touwen vast aan de railing en in een mum van tijd waren de overvallers aan boord geklauterd. De bemanning werd onder bedreiging opgepakt en vastgebonden op het grote dek neergezet. De overvallers namen het roer over, lieten het schip de scherpe bocht afmaken, gooiden de snelheid vervolgens weer omhoog en lieten de Tenuy en passant van de radar verdwijnen.

Een paar weken later werd de Tenyu plotseling gesignaleerd in een haven in Oost-China. Het schip had een nieuwe naam en een nieuwe bemanning bestaande uit zestien Indonesiërs. De oude bemanning is nooit gevonden, maar de kans is groot dat die dood op de zeebodem ligt, zo vertelden deelnemers aan een seminar op piraterij op zee dat de afgelopen dagen in Singapore plaats had.

Het verhaal van de Tenuy was er één in een serie over gewapende aanvallen op schepen. Na drie dagen discussiëren wisten de deelnemers eens te meer dat de boekaniers in alle hevigheid terug zijn op zee. Maar anno 1999 dragen de piraten geen lapje meer voor het roog, en ook de houten poot of kunstarm-met-vleeshaak ontbreken. In plaats daarvan draagt de moderne zeerover een volautomatisch geweer en is de aanval niet meer gericht op de verzamelde geldbuidels van de bemanning, maar gaat het om het schip en vooral: de lading.

Volgens de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), een onderdeel van de Verenigde Naties dat piraterij op zee onderzoekt en controleert en het semniar organiseerde, neemt het geweld op zee schrikbarend snel toe. Georganiseerd als een ware maffia en gewelddadiger dan ooit maken piraten de wereldzeeën onveilig. Vorig jaar vonden 67 bemanningsleden de dood tijdens de in totaal 192 aanvallen op zee die werden geregistreerd door de IMO.

De organisatie luidde daarom de noodklok in Singapore en riep op tot betere samenwerking en communicatie tussen landen en autoriteiten om de piraterij aan te pakken. In de analyse van de problematiek kwamen de afgelopen dagen een aantal belangrijke trends naar boven. Zo heeft de grootste golf van aanvallen op zee plaats in Aziatische wateren. De gevaarlijkste plekken zijn de zeer druk bevaren Straat van Malakka en de wateren rond de Indonesische eilanden. Vooral Indonesië is 'in' bij piraten.

De onveiligheid op de Aziatische zeeën heeft, zo meldden sprekers op het seminar, ontegenzeggelijk te maken met de economische crisis die dit deel van de wereld nu al anderhalf jaar in zijn greep houdt. Maar dat alleen zou een te simpele verklaring zijn voor de groei in het zeeroversgeweld. Volgens het IMO is er steeds vaker sprake van georganiseerde misdaad. ,,We hebben het afgelopen jaar steeds meer bewijzen verzameld die er op wijzen dat maffia-achtige criminele organisaties betrokken zijn bij de piraterij'', vertelde Jayant Abhyankar, plaatsvervangend directeur van het IMO deze week. ,,Het gaat al lang niet meer om een paar opportunistische dieven die langs komen varen en kijken wat er te halen valt. Dit zijn syndicaten die overal in de regio hun mensen hebben zitten en precies weten wat er waar vaart.''

Als bewijs daarvoor diende de zaak van Chew Cheng Kiat, een 56-jarige Singaporees die onlangs op het Indonesische eiland Batam werd gearresteerd. Hij staat aan het hoofd van een syndicaat dat verantwoordelijk is geweest voor 21 aanvallen in de afgelopen drie jaar. Zijn arrestatie volgde op de inbeslagname door de Indonesische marine van de tanker MT Pulau Mas die dienst bleek te doen als het varende operatie-centrum van het Chew en de zijnen. In het schip werden wapens aangetroffen en onderdelen waarmee gekaapte schepen onherkenbaar worden gemaakt. Ook vond men vervalste papieren en immigratiestempels aan boord.

IMO's Jayant Abhyankar noemde Chew's arrestatie ,,een vreselijk bemoedigend signaal'' in de strijd tegen piraterij. Maar er zijn nog flinke obstakels te nemen voordat sprake is van een efficiënte aanpak. De grootste bottleneck in de strijd tegen de georganiseerde misdaad op zee ligt in China dat zeer laks is in het opppakken en bestraffen van piraten. Deelnemers aan het seminar noemden recente acties van Chinese autoriteiten ,,ongeloofelijk'' en ,,een aanmoediging voor piraten om door te gaan''. In de wandelgangen gonsde het van de geruchten dat Chinese autoriteiten zelf betrokken zouden zijn bij de piraterij, maar niemand kon of wilde daarvoor concrete bewijzen aandragen. Wel presenteerden sprekers schokkende zaken waarin China een duistere rol speelde. Zoals de zaak van Anna Sierra, een in oktober 1995 gekaapt schip. Chinese autoriteiten namen een paar maanden later het schip in beslag en arresteerden de veertien piraten aan boord. Begin 1997 bleken ze alle veertien vrijgelaten. Twee van die piraten doken vervolgens vorig jaar weer op in een Chinese haven: op de gekaapte Tenyu. De kans is groot dat ze ook nu weer ongestraft blijven. ,,Zo vaart straks elke piraat zijn veroverde schip naar dat land'', waarschuwde een deelnemer.