Wij zijn de experten, zij niet

De Belgische economie doet het lang niet slecht, en dat is onder meer de verdienste van Alfons Verplaetse, gouverneur van de Nationale Bank van België. Hij verheugt zich op de samenwerking in de ECB. Vroeger hoorde hij wat de Bundesbank van plan was `en dan waren er drie mogelijkheden: volgen, volgen, of iets daartussenin'. Een bescheiden maar optimistisch mens over het wel en wee van de Belgische economie en de positie van de ECB.

Tevredenheid is nog te zacht uitgedrukt voor de stemming waarin gouverneur Alfons Verplaetse (69) eind deze maand de Nationale Bank van België verlaat. ,,Het is bijna in euforie'', glundert hij. ,,Ik kom uit België en mag in Frankfurt meedoen met die andere eurolanden. We staan er toch maar, hè. Met een financieringstekort van 1,3 procent.''

Levendig herinnert Verplaetse zich de tijd dat het Belgisch tekort ruim 13 procent bedroeg. ,,Begin jaren tachtig waren we de zieke man van Europa. Wij hadden, meer dan de meesten, de ware natuur van de eerste oliecrisis volledig verkeerd ingeschat.'' Als kabinetschef van premier Martens was Verplaetse architect van een drastisch herstelprogramma, dat begon met een devaluatie met 8,5 procent. ,,Een soort schoktherapie.''

Als nationalebankpresident voerde Verplaetse een hardefrankbeleid, dat er toe bijdroeg dat zijn land zich kwalificeerde voor de euro – ondanks de nog hoge staatsschuld. België beloofde wel een primair overschot (het begrotingsoverschot zonder rentelast) van 6 procent van het bruto binnenlands product. ,,Als we dat houden, vermindert de schuldratio elk jaar met drie, vier procent en zal er over een jaar of acht ontzaglijke budgettaire ruimte komen'', voorspelt Verplaetse. ,,De budgettaire vooruitzichten voor dit land zijn beter dan iemand had kunnen dromen.''

Ook over de economische groei is hij optimistisch. ,,We hebben de indruk dat de potentiële groei in België door onze deelname aan Euroland tot 2,25 procent opgetrokken kan worden. Dat betekent ongeveer 7.500 werkplaatsen er bij elk jaar. We hebben nog altijd een hoge werkloosheid. Maar mochten we de werkgelegenheidsgraad uitdrukken in voltijd equivalenten, dan komen we op hetzelfde uit als Nederland. Het verschil is de deeltijdarbeid. We hebben nog een weg te gaan inzake arbeidsherverdeling.''

Ziet u grote verschillen tussen de economische ontwikkeling van Wallonië en Vlaanderen?

,,Tja, ik ben gouverneur van de nationale bank van België. Ik denk dat het verkeerd is te stellen dat Vlaanderen en Wallonië homogene regio's zijn. Vooral in Wallonië heb je twee soorten streken. Sommige zijn bijna even performant als Vlaanderen en er zijn een paar arrondissementen met een rijk industrieel verleden die de nodige herstructureringen niet of zonder veel succes hebben doorgevoerd. Die arrondissementen zijn sterk bevolkt en wegen dus sterk op de Waalse regio.''

Is het gevaarlijk dat de twee landsdelen uit elkaar groeien?

,,Het brengt inderdaad middelpuntvliedende krachten met zich mee. Maar ik vind het minder gevaarlijk dat er nu financiële verschillen zijn, dan hetgeen we vroeger gekend hebben toen er geen culturele autonomie was. Als het een kwestie is van centen, kan men compromissen sluiten. Ik ben vol vertrouwen voor het koninkrijk België.''

De OESO bejubelde twee weken geleden de Belgische economie. Maar er was ook kritiek: te veel mensen genieten van een sociale uitkering.

,,Ik moet vaststellen dat ons systeem van sociale zekerheid, dat duur is, een van de meest efficiënte is om armoede terug te dringen. Wij doen het van de beste en dat heeft een prijs. Anderzijds is het feit dat die uitkeringen hoog zijn voor sommigen, vooral lager geschoolden, een zeer geringe of zelfs negatieve financiële stimulus om zich op de arbeidsmarkt aan te bieden. Dankzij het onverhoopte succes van de sanering van overheidsfinanciën ontstaat nu een beperkte ruimte om die negatieve financiële stimuli op te vangen. Aan hen die willen werken kan men een vermindering van persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage geven. Zo kan men het aanbod op de arbeidsmarkt, dat te gering is in vele streken van dit land, verhogen.''

De OESO wijst ook op de Belgische staatsschuld, nog altijd bijna twee keer zo hoog als de 60 procent van het bbp die werd voorgeschreven in het Verdrag van Maastricht. De staatsschuld daalt, maar ook voldoende?

,,Voor mij wel. Je kunt zeggen: gij moet alle budgettaire ruimte gebruiken om dat verrapt terug te brengen. Theoretisch kan ik daar in komen, maar ik heb de indruk dat in dit land voor een dergelijke aanpak geen maatschappelijke consensus bestaat. We komen van 135 en we zijn op weg naar 60. Of we dit nu bereiken in zeven jaar of tien jaar, daar komt het toch niet op aan.''

In de jaren tachtig zou te weinig aandacht zijn geschonken aan het beteugelen van de staatsschuld en te veel aan het herstel van de concurrentie van het bedrijfsleven. Oud-premier Martens zei in 1993: ,,Ik heb altijd aan Fons gezegd: Gij zijt de specialist, maar ik ben een boerenzoon en ik heb gelijk. Op den duur gaat de overheid verstikken in de rentelast.''

,,Beste mevrouw, we hadden in 1981 een tekort op onze lopende betalingsbalans van 4,5 procent van het bbp. Er was geen enkel ander middel dan de competitiviteit van de bedrijven te herstellen. We hebben dat gedaan met depreciatie en wij hebben de nodige begeleidingsmaatregelen genomen opdat het de eerste maar ook de laatste was. Men moest prioriteiten stellen. Maar in 1981 was het tekort op de begroting 13 procent, vijf jaar later 7 – dan kan men toch niet zeggen dat men aan de sanering van de overheidsfinanciën niets gedaan heeft! Ik moet toegeven, van 1986 tot 1993 heeft men die Belgische beekjes rustig laten verder kabbelen. Maar toen was ik geen kabinetschef meer.''

Had België de huidige resultaten behaald zonder de eurocriteria?

,,Het tekort van 7,5 in 1993 en 1,3 in 1998 is een verschil van 6 procent in vijf jaar. Ik denk dat onze politieke leiders zich bewust waren van de noodzaak dat te doen, maar de druk van `Maastricht' heeft hen zeer sterk geholpen. Ik zou niet precies durven zeggen hoeveel zonder `Maastricht' verwezenlijkt zou zijn, maar ik zou zeggen bijna de helft.''

U heeft verkiezingen meegemaakt die België 0,75 procent van het bbp kostten. Hoe groot is de kans dat dit weer gebeurt?

Opgetogen: ,,Deze regering had in dit verkiezingsjaar voor 0,3 procent aan geschenken willen uitdelen [onder andere lastenverlaging voor bedrijven en verhoging van de laagste pensioenen], maar toen bleek dat de economische groei naar beneden bijgesteld moest worden, hebben ze die beloften zes maanden uitgesteld. Die wijsheid, dat gezegd wordt je krijgt de geschenken pas over een half jaar, dat is bijna Nederlandse wijsheid.''

Toen vorig voorjaar moest worden uitgemaakt wie toetrad tot de euro eiste vooral Nederland extra inspanningsbeloften van België. Was dat terecht?

,,We hebben die inspanningsverplichting voor een stuk spontaan aangeboden. Ik geloof dat geen enkel land de belofte van een primair saldo van 6 procent dwingend op zich zou nemen. Nu, verleden jaar was het moeilijk. Ik heb de indruk dat een Euroland van zes, zeven landen het ons minder moeilijk had gemaakt om aanvaard te worden dan met elf omdat sommige van onze cijfers statistisch niet verschilden van de cijfers van Italië waar stabiliteitsstreven een zeer recent verschijnsel is. Terwijl wij onze stabiliteit, niet zo lang als Nederland, maar toch al tien jaar hebben.

,, Maar ik heb de indruk dat de Nederlandse leiders begrip hadden voor de Belgische inspanningen. Ik kan me indenken dat ze dachten: hoe konden jullie zulke domme dingen doen. Maar ja, we hebben ze gedaan.''

Welke perspectieven ziet u voor het Belgische bankwezen. Zijn de banken, ondanks recente fusies, nog steeds te kleine spelers op het internationale toneel?

,,Ik denk dat de fusies en herstructurering die plaats hebben gehad absoluut nodig waren om te kunnen weerstaan aan Europese vrienden die zeggen: komaan we gaan samenwerken, ik zal u opslorpen. Voor de BBL is de ING-oplossing uiteindelijk een zeer goeie geweest. Maar enfin, we moeten toch aanvaarden dat dat louter een opslorping was. De andere fusies, KBC, Fortis-Generale, hebben groepen tot stand gebracht die met kans op succes kunnen meepraten als de volgende golf van fusies komt. En vermoedelijk is dat geen Europese, maar een wereldgolf.''

U was altijd voorstander van een Grote Belgische Bank.

,,Maar beste mevrouw, wat is een Belgische bank? KBC is typisch Belgisch, het is zelfs een Vlaamse bank. Fortis-Generale is een Benelux-aangelegenheid, maar ik beschouw het als een Belgische bank. Wij hebben niet de drie grote wereldgroepen die u hebt en het is te laat te hopen dat we die krijgen.''

Hoe verontrustend is de recente uitverkoop van Belgische bedrijven aan het buitenland?

,,De economische structuren van België en Nederland zijn zeer verschillend. België is altijd een land van kleine en middelgrote ondernemingen geweest. We hebben op een paar uitzonderingen na geen grote ondernemingen als in Nederland. Nu, zo lang het in Euroland blijft, lig ik daar niet wakker van.''

Sinds kort bent u lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank. Hoezeer veranderde daarmee uw werk?

,,Niet veel. Vroeger werden beslissingen over het monetair beleid zogezegd in Brussel genomen. Maar we waren op voorhand ingelicht over wat de Bundesbank zou besluiten en dan hadden we drie mogelijkheden: volgen, volgen, of iets daar tussen in. Ook andere centrale banken met grote traditie dachten dat dit verstandig was. Nu, die periode is voorbij. We gaan om de twee weken naar Frankfurt en kunnen mede beslissen over het monetair beleid. In feite hebben wij een stuk van de vrijwillig afgestane nationale soevereiniteit gerecupereerd.''

Vindt u niet dat in de raad van bestuur van de ECB kleine landen als België oververtegenwoordigd zijn?

Verontwaardigd: ,,Maar wij zijn daar niet langer als vertegenwoordiger van een land. We zijn daar allemaal als gouverneurs van Euroland. Ik ben lid van de governing council die toevallig het vliegtuig neemt in Brussel. We trachten allemaal rekening te houden met hetgeen gebeurt in Euroland als geheel. Daarom zie ik het nut niet in van gewogen stemmingen waarbij Frankrijk en Duitsland 52 procent zouden krijgen.''

Moet de ECB meer luisteren naar geluiden uit economie en maatschappij, zoals de Duitse minister van Financiën Lafontaine bepleit?

,,Wij moeten luisteren, luisteren, niet anders doen dan luisteren. En dat allemaal goed verwerken en op rationele wijze analyseren en dan onze plicht doen.

,,Wij hebben hier elke week een regentenraad waar de sociale partners komen. Ik hoor van hen wat er leeft in de reële wereld. Ge moet dat weten. Maar zij moeten niet zeggen wat het passende rentebeleid is. Wij zijn de experten, en zij niet.''

De notulen van de raad van bestuur van de ECB worden pas na zestien jaar openbaar. Moet de bank niet doorzichtiger worden?

,,Maar neen! Het slechtste dat je zou kunnen doen is een vergadering van de ECB over monetair beleid houden in de Alte Opera in Frankfurt, waar alle media komen luisteren en ook nog mogen zeggen wat we moeten doen. Dat ware de dood van een ernstig monetair beleid. Ook al vertegenwoordigen we Euroland, zodra men weet hoe we ons gedragen zal men zeggen: die mensen vechten voor hun eigen kapel.''

De notulen kunnen toch gepubliceerd worden zonder vermelding wie wat zegt?

,,Waarom moet dat in notulen zijn? Laat ons alstublieft de mogelijkheid om onderling open te spreken. Als we komen tot een beslissing, moet klaar en duidelijk gezegd worden waarom. Dat is transparantie. Niet die notulen, dat is ongezonde nieuwsgierigheid. Als we daaraan toegeven zijn we zwakkelingen.''