Vlaamse kopstukken

Er waait in België al enkele jaren een nieuwe wind door het geschiedkundig bedrijf rond de oude Vlaamse Strijd. De emoties kwijnen weg. De distantie neemt toe. Misschien begon het met de televisiedocumentaires van Maurits De Wilde. De Wilde is in Vlaanderen een begrip. Op het einde van de jaren '70 interviewde deze BRT-journalist de nog levende restanten van onder meer de Nieuwe Orde. Het waren eerder verhoren dan vraaggesprekken. Maar vervolgens stortte De Wilde zich met dezelfde strengheid op verzet en repressie. Het tekende zijn obsessionele onpartijdigheid. De ontluistering trof beide partijen. Het enige wat De Wilde vergat was de verklaring. Want welke zijde hij ook aanpakte, steeds was daar hetzelfde beeld. Aan de ene kant zat De Wilde met zijn veroordelende blik en zijn scherpe vragen, aan de ander kant een oude man, die sprak zonder spijt of schuldbesef.

Jonge historici willen nu weten hoe de vork in de steel zat. Een voorlopige kroon op hun werk is de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, onder redactie van Reginald De Schrijver. De samenstellers van de eerste editie van 25 jaar geleden, waren de producten en vertegenwoordigers van hun onderwerp. In de nieuwe editie is wetenschappelijkheid de richtingwijzer.

In de encyclopedie wordt nu niet alleen de oude polarisatie rónd de Vlaamse Beweging, maar vooral die binnen de beweging zelf explicieter erkend. Er is een volksnationalisme geweest met antimodernistische trekken, dat zijn zuurstof haalde uit een mythische retoriek. En er is een ontvoogdingsstrijd geweest, waarvan de meeste voorvechters thuis hoorden in de traditionele partijen, die de meeste stappen zette naar gelijkberechtiging van het Nederlands. Kortweg spreekt men van een romantisch en een politiek flamingantisme. Beide konden het niet altijd met elkaar vinden.

Als vertegenwoordiger bij uitstek van de politieke stroming geldt de politicus Frans van Cauwelaert, een beschaafde democraat met oog voor het compromis en het juridische principe. Tegenover hem staat Cyriel Verschaeve, de antilogicus, de priester, de estheet, de fascist, de oercollaborateur. Afgelopen jaar is van beiden een biografie verschenen.

Het werk van Lode Wils over Van Cauwelaert is in feite een halve biografie over de eerste dertig jaren van zijn leven. Wils was een van de pioniers van de no-nonsense geschiedschrijving over Vlaanderen. Over het algemeen wordt hij gesitueerd binnen de Vlaamse Beweging en naar zijn eigen mening terecht. Maar al heel vroeg heeft hij een allergie ontwikkeld voor eng Vlaams nationalisme. Zijn stellingen waren daardoor nog al eens controversieel.

Middenklasse

Dit keer heeft Wils voor een rustiger onderwerp gekozen. Van Cauwelaert (1880-1961) is altijd boven alle verdenking gebleven, heeft anderzijds minder icoonwaarde bij de fundamentalisten. Hij was de man die als katholiek de brug sloeg naar het vrijzinnige flamingantisme. Dank zij die coalitie boekte hij tijdens het interbellum verschillende successen.

Wils beschrijft Van Cauwelaerts collegetijd en besteedt veel aandacht aan zijn pogingen een leerstoel te bemachtigen in de experimentele psychologie aan het Leuvense Institut Supérieur de Philosophie, gesticht door Désiré Mercier. Mercier werkte in opdracht van paus Leo XIII die een christelijke filosofie nastreefde die rationeel de wetenschap kon verwerken. Van Cauwelaert was intelligent genoeg om de inzet van de kwestie te zien en katholiek genoeg om er een deel van zijn leven aan te wijden. Maar uit alles blijkt dat de doctorandus er met zijn gedachten niet bij was. Waarschijnlijk zag hij een academische carrière vooral als middel om een politiek zwaargewicht te worden.

Zowel van Cauwelaert als Cyriel Verschaeve (1874-1949) kwam uit de landelijke middenklasse en, zoals tachtig procent van de Vlaamse Beweging, uit de rijke roomse traditie. Beiden ondervonden, behalve wat aanpassingsproblemen in hun eerste jaar middelbaar onderwijs, in hun leven weinig hinder van de ongelijke behandeling van hun moedertaal. Maar daar eindigt de overeenkomst. Van Cauwelaert was de charmante jongeman die zonder moeite de stap zette van het studentikoze leiderschap naar de echte politiek. Op zijn dertigste was hij volgens Wils de enige Belg die in de twee landstalen welsprekend was: de Messias van Vlaanderen.

Verschaeve was verlegen en introvert. Zijn biotoop was een klaslokaal in een West-Vlaams college of de studeerkamer van zijn kapelaanshuis in Alveringhem. Hij las doorgaans boeken die een halve eeuw oud waren en had weinig notie van de ontwikkelingen in zijn tijd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Verschaeve voorzitter van de Vlaamse Kultuurraad. Hij riep op tot Duitsgezindheid, een vanzelfsprekend complement van het antibelgicisme. In 1941 steunde hij de aanval op de Sovjet-Unie en dreef op die manier talrijke jongeren naar het Oostfront. In de wetenschappelijke en gedetailleerde biografie van Romain Vanlandschoot (1933) wordt Verschaeve daarom veroordeeld. Vanlandschoot doet dat op een overtuigende manier. Volgens hem hoeft niet absoluut bewezen te worden dat Verschaeve vanaf het begin een fascist was. De man heeft 66 jaar geleefd zónder te collaboreren.

IJzerfront

Verschaeve begon als dichter, anoniem bijna. Hij twijfelde lang aan zijn literair talent. Maar aangepord door een agressieve kring van bewonderaars, aanvaardde hij tenslotte zijn roeping. Hij werd wat volgens hem een dichter was: profeet van zijn volk. De dichter is degene die scherper aanvoelt waar het hart van het volk klopt en daar onverdiend aan lijdt, schreef hij als 21-jarige in een essay. Bloed, groot en machtig: dat moet zowat de top-3 zijn in de frequentielijst van Verschaeves lyrisch vocabularium. Voor hem is de lyriek als de Noordzee, grijs, met een onaangenaam karakter en aanrollende schuimkoppen.

Nadat Vanlandschoot de dichtende kapelaan heeft voorgesteld als een eigenzinnig maar niet bijster wereldwijs warhoofd, breekt met de Eerste Wereldoorlog zijn sympathiekste periode aan. Zijn bewondering voor Goethe en Beethoven resulteert in een zware teleurstelling in de Duitse staat, die de ontkenning was van de christelijke ethiek. Hij bevindt zich achter het IJzerfront en ziet veel. De terechtstelling van deserteurs of het kastengedrag van de officieren valt hem zwaar. Nog sterker is zijn vrees dat de oorlog Vlaanderen weinig zal opleveren. Hij wordt de bezieler van een Frontbeweging onder de leuze: `Hier ons bloed! Wanneer ons recht!'

Door de oorlog groeide Verschaeves invloed. Tijdens het interbellum streed de Vlaamse Beweging in versnipperde slagorde. Het was een cruciaal moment in zijn leven. Hij koos voor de verbitterden. Vlaanderen moest zich afscheiden.

Cultfiguur

Combineer een idealisme met verbittering, en je krijgt totalitaire neigingen. Het nazisme trok hem aan, want het was anticommunistisch en antikapitalistisch. Maar het bezat vooral een centripetale kracht, die Verschaeve liefde noemde, terwijl de Vlaamse Beweging volgens hem door intellectualisme in verdeeldheid verkeerde. Het werd de enige periode in zijn leven waarin Verschaeve zijn non-conformisme geweld zou aandoen.

Intussen had hij in Duitsland indruk gemaakt. Hij ondersteunde er zijn politieke opvattingen met algemene waarheden die kant noch wal raakten. Zo geloofde hij dat op de Vlaamse staatsvorming even natuurlijk een Germaanse vereniging zou volgen: `want de natuur voleindigt al wat ze begint.'

Verschaeve was een cultfiguur, een soort middeleeuwse theoloog die geloofde in een mystiek huwelijk tussen God en Vlaanderen. Hij had geen belangstelling voor politiek als maatschappelijk beleid. Hij vertoonde niet de minste affiniteit met de christen-democratie. Zijn denkwereld was eng. Toch bleef hij lang krediet genieten bij mensen die behoorlijk anders dachten. Gerard Walschap noemde hem een zeldzaam onkreukbaar figuur tussen een bende arrangeurs.

Tot 1941 behoorde ook Henriëtte Roland Holst tot zijn bewonderaars. Het illustreert hoe Verschaeves fascisme slechts het perverse verlengstuk was van een onstuimige eerlijkheid.

Reginald De Schrijver (red.): Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Lannoo, 3 dln. (plus cd-rom, 3070 blz. ƒ225,-

Lode Wils: De Messias van Vlaanderen. Frans van Cauwelaert 1880-1910.

Hadewijch, 180 blz. ƒ34,90

Romain Vanlandschoot: Kapelaan Verschaeve.

Lannoo, 489 blz. ƒ93,30