Verzekeraars pakken slechte artsen aan

De zorgverzekeraars gaan slecht functionerende artsen, apothekers en paramedici systematisch aanpakken. De laatste drie jaar hebben ziekenfondsen op het punt gestaan het contract met zeker zestig hulpverleners op te zeggen. Dit is in tenminste 36 gevallen ook gebeurd.

Het gaat daarbij onder meer om artsen die zich hebben vergrepen aan patiënten, fraudeerden met hun declaraties, slecht samenwerkten of enkel ruzieden met collegae, vaak slecht bereikbaar waren, herhaaldelijk fouten maakten of door bijvoorbeeld drugs– of drankgebruik hun werk niet meer behoorlijk deden.

De zorgverzekeraars hebben voor de aanpak een protocol opgesteld. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) gaat nog met de artsenorganisatie KNMG praten over de definitieve tekst van het protocol. De verzekeraars willen samen met de beroepsorganisaties proberen niet goed functionerende artsen, apothekers, fysiotherapeuten en verloskundigen eerder aan te pakken. Er moeten daarvoor uniforme regels komen en een centrale registratie om te voorkomen dat iemand wiens contract is opgezegd elders weer aan de slag gaat.

Het protocol is opgesteld naar aanleiding van een verkennend onderzoek dat ZN heeft laten doen naar disfunctionerende beroepsbeoefenaren en waarvan vandaag de resultaten in het weekblad Medisch Contact zijn gepubliceerd. Van de 29 ziekenfondsen hebben er minimaal zestien de afgelopen drie jaar dusdanig grote problemen gehad met disfunctionerende hulpverleners dat overwogen is het contract op te zeggen. Van twaalf ziekenfondsen hebben de onderzoekers daar concrete informatie over gekregen. Daaruit blijkt dat deze in zeker zestig gevallen op het punt hebben gestaan het contract op te zeggen en dat bij 36 hulpverleners ook hebben gedaan. Van de zestig probleemgevallen waren er zeventien huisarts, zeven medisch specialist, tien tandarts en zestien fysiotherapeut. In bijna een derde van de gevallen was er al drie jaar of langer sprake van disfunctioneren voordat het ziekenfonds overwoog in te grijpen.

Volgens de onderzoekers is het probleem van disfunctionerende hulpverleners aanzienlijk groter dan uit hun onderzoek blijkt. Zij hebben zich beperkt tot die gevallen waarin de verzekeraars op het punt stonden het uiterste middel, opzeggen van het contract, te gebruiken. De particuliere verzekeraars zijn buiten beschouwing gebleven (omdat deze geen contracten sluiten) en dat geldt ook voor gevallen dat bijvoorbeeld het ziekenhuis zelf een disfunctionerende medisch specialist wegstuurt.

De onderzoekers pleiten voor een betere samenwerking met beroepsorganisaties, inspectie en patiëntenorganisaties om meer zicht te krijgen op de kwaliteit van de zorg. Beroepsorganisaties zouden vertrouwenspunten moeten krijgen waar disfunctioneren kan worden gemeld, wat de kansen op het weer tijdig op het goede spoor krijgen van de hulpverlener vergroot.

In Medisch Contact roept hoofdredacteur B.V.M. Crul de artsenstand op minder omzichtig om te gaan met disfunctionerende collegae en hij pleit voor een `goede zelfreinigende procedure'.