Unilever gaf ICI `gouden' kans

Terwijl andere chemie- reuzen hun farmacie koesteren, stootte het Britse ICI deze divisie juist af. Nu richt ICI zich alsnog op gespecialiseerde producten om de aandeelhouder te gerieven. Unilever bood een gouden kans.

De meeste traditionele chemische bedrijven in Europa proberen op een charmante manier van hun bulkchemie af te komen en de fijnchemie te versterken. Ze willen zich toeleggen op producten met een hoge toegevoegde waarde en een stabiele prijs. Op die manier zijn ze minder gevoelig voor de grillen van de markt en dus minder `cyclisch', precies zoals belegger het wil.

Voor de meeste bedrijven is een stap in de richting van de farmacie de meest voor de hand liggende, want de markt daarvoor is stabiel en groeiend. Akzo Nobel is zuinig op de parels Organon, Intervet en Diosynth en is bereid veel in uitbreiding te investeren, terwijl het van de kwijnende vezelproductie af wil. DSM kruipt met acquisities als die van Gist-Brocades en andere, buitenlandse ondernemingen vastberaden naar de `farma-hoek'. Enkele jaren geleden fuseerden de Zwitserse bedrijven Sandoz en Ciba-Geigy tot de eerste `life science-company', Novartis. Het Franse Rhône-Poulenc en het Duitse Hoechst kondigden eind vorig jaar eenzelfde alliantie aan.

Het Britse ICI zette zijn farmaceutische divisie in 1993 op eigen benen. Deze ging verder als Zeneca om nu met het Zweedse Astra te fuseren. ICI was daarmee weer een `traditioneel' chemisch bedrijf, tot het niet lang daarna ook inzag dat het een andere strategie moest kiezen. De farmacie was een afgesloten hoofdstuk, maar de weg naar high value chemicals (fijnchemie)lag open. Vrijwel meteen diende zich een gouden kans aan, toen het Brits-Nederlandse Unilever een aantal bedrijven te koop aanbood dat zij niet meer tot haar kernactiviteit rekende. Er waren nogal wat ondernemingen bij die Nederlandse vestigingen hebben.

ICI lijfde het Britse Crosfield in dat basisstoffen voor wasmiddelen maakt en een vestiging in het Limburgse Eijsden heeft. Vinamul in Geleen kwam er bij, dat vernissen maakt. Belangrijker nog was het bedrijf Quest, dat in Naarden, Maarssen en Zwijndrecht zit. Quest is een grote producent, gespecialiseerd in reuk- en smaakstoffen. Ook het Goudse Unichema Chemie, dat onder meer glycerine en zeep maakt kwam onder de paraplu van ICI. Tenslotte ging het van oorspong Amerikaanse National Starch Chemical over in handen van de Britse chemie-reus. National Starch, dat een vestiging in Zutphen heeft, maakt producten uit zetmeel, zoals onder andere hele speciale lijmsoorten.

ICI moest zich diep in de schulden steken voor de aankopen. Unilever kreeg 8 miljard dollar voor haar hoogwaardige chemie. Om de schuld snel te reduceren wilde het Britse bedrijf meteen het Noord-Amerikaanse bedrijf Tioxide (polyester) kwijt aan de Amerikaanse gigant DuPont. Maar de Amerikaanse autoriteiten staken er eind vorig jaar – tot verbijstering van de top van ICI – alsnog een stokje voor, omdat DuPont in dit marktsegment te dominant zou worden. Intussen is Brendon O'Neill, die in april chief executive officer wordt en nog geen jaar geleden bij de Ierse bierbrouwerij Guinness werd weggeplukt, ,,duidelijk niet blij'' met deze gang van zaken, ook al stootte ICI sinds mei 1997 inmiddels veertig basaal chemische bedrijven af (opbrengst tien miljard gulden).

Het is achteraf maar goed dat ICI in juli 1997 de bedrijven van Unilever kocht, meent O'Neill, want nu vangen met name National Starch en Quest de klappen op, die in de bulkchemie worden uitgedeeld. ,,Vorig jaar hebben we de gevolgen van de Aziatische crisis voluit geïncasseerd,'' zei O'Neill gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers, ,,maar dankzij die acquisities hebben we de storm wonderwel doorstaan.'' Per saldo steeg de winst van ICI licht van 240 naar 244 miljoen pond.

Rest de vraag wat ICI met een portfolio van 10.000 producten, 200 productiebedrijven in 55 landen en 60.000 mensen op de loonlijst - nu nog kwijt wil. Zoveel is zeker dat de productiefaciliteiten van ICI in Rozenburg daar niet bij zijn. Polyurethaan (schuimplastic met talloze specieke industriële toepassingen, zoals sturen in auto's, matrassen, meubels en schoenzolen) en acryl behoren volgens O'Neill zonder twijfel tot ICI's hoogwaardige chemie.

De petrochemie maakte een dramatische val van 26 procent in de omzet mee en heeft slechte vooruitzichten. De prijzen voor koolwaterstoffen zakten met 6 procent en beloven ook niets goeds, ook al lijkt de Aziatische markt ,,weer overeind te komen.'' De prijsdaling van de grondstoffen voor die producten maakte nauwelijks iets goed. De marges zijn en blijven eenvoudig te gering.

Intussen blijft de schuld een blok aan het been. De onderneming heeft echter een gunstige regeling met de bank, zo zegt O'Neill. ,,Het gevaar is natuurlijk dat je overhaast van een aantal activiteiten af wilt. Met andere woorden, dat een concurrent onder tijdsdruk bedrijven van je overneemt, die eigenlijk twee keer zoveel waard zijn als wat ze ervoor bereid zijn te betalen. Dat gebeurt niet. Zo hoog is de nood bepaald niet. We nemen de tijd.''