Tien jaar voor studie en beurs, zegt Hermans

Studenten op universiteiten, hogescholen en scholen voor middelbaar beroepsonderwijs mogen tien in plaats van zes jaar over hun studie doen.

Zij krijgen vanaf het studiejaar 2000/2001 een studiebeurs voor de duur van hun studie (vier of vijf jaar) en mogen daar gedurende tien jaar gebruik van maken. Ze ontvangen de beurs in eerste instantie als lening. Wanneer ze binnen tien jaar afstuderen, worden beurs en OV-jaarkaart omgezet in een gift.

Dit plan, getiteld `Flexibele studiefinanciering, een stelsel dat past', bespreekt minister Hermans (Onderwijs) vanmiddag in de ministerraad. Studenten houden tot hun dertigste jaar recht op een studiebeurs. Het nieuwe systeem gaat ook gelden voor alle studenten die al voor het studiejaar 2000/2001 aan een studie zijn begonnen.

Het kabinet had al in het regeerakkoord vastgelegd dat het huidige stelsel van studiefinanciering flexibeler moest. Nu moeten studenten binnen zes jaar afstuderen, anders wordt hun studiebeurs omgezet in een lening. Hierdoor is het voor veel studenten lastig om tijdens de studie te werken, stage te lopen of naar het buitenland te gaan.

Het huidige systeem van basisbeurs (voor iedereen), aanvullende beurs (afhankelijk van het inkomen van de ouders) en rentedragende lening (naar behoefte) blijft bestaan. Ook de hoogte van de bedragen blijft gehandhaafd. Dit jaar is de basisbeurs voor een uitwonende student 435 gulden en de aanvullende beurs maximaal 449 gulden. Voor thuiswonende studenten geldt een basisbeurs van 135 gulden en een maximale aanvulling van 414 gulden. Wel zal de aanvullende beurs in het eerste jaar als gift worden verstrekt, ongeacht de studieresultaten.

In het plan van Hermans zullen studenten net als nu in het eerste jaar minimaal de helft van hun studiepunten moeten halen om de beurs als gift te ontvangen. Hermans verruimt die regel wel. Als een eerstejaars dat niet haalt, maar wel binnen tien jaar afstudeert, wordt de hele beurs alsnog gift.

Wanneer studenten werken en leren combineren dan mag de studiebeurs tijdens de werkperioden doorlopen. Dit gaat echter wel af van hun studietijd (vier jaar en bij verschillende bèta- en techniekstudies vijf jaar).

Nu ontvangt de student tijdens de werkperioden geen beurs, maar moet hij het doen met het salaris dat hij krijgt. Ook mogen van minister Hermans de verdiensten niet hoger zijn dan 15.000 gulden netto per jaar. Wordt dit bedrag overschreden, dan vervalt alsnog de studiebeurs.

Het nieuwe stelsel moet ook eenvoudiger worden. Daarom zijn alle uitzonderingen die in het verleden zijn gemaakt voor studies die afwijken van de gebruikelijke cursusduur of onderwijsvorm afgeschaft. Dat is niet meer nodig omdat de `diplomatermijn' aanzienlijk is verruimd. Studenten die een vijfjarige studie volgen behouden het recht op vijf jaar studiebeurs.