Stroomsector laat eigen inbreng over kosten lopen

De vier elektricteitsproducerende bedrijven komen er met elkaar niet uit: wie krijgt welke baksteen. De hete aardappel ligt nu op het bordje van minister Jorritsma, zij moet een besluit nemen over de verdeling.

Het was te verwachten. Na de vorig jaar mislukte fusie tussen de vier elektriciteitsproducerende bedrijven in Nederland leek het onwaarschijnlijk dat zij onderling wél tot een verdeling van de zogenoemde bakstenen zouden komen. Gisteren werd die verwachting bewaarheid en kreeg minister Jorritsma (Economische Zaken) de vrije hand in de verdeling van de zogenoemde niet-marktconforme contracten of `bakstenen'.

De bakstenen zijn openstaande kostenposten uit het verleden. Mede op aandringen van de Nederlandse overheid sloot de SEP (Samenwerkende energieproductiebedrijven) namens de vier producenten een aantal niet-rendabele contracten met buitenlandse gas- of elektricteitsleveranciers. De vier participerende bedrijven in de SEP zijn EPON (voor Oost- en Noord-Nederland), EPZ (Zuid-Nederland), EZH (Zuid-Holland) en UNA (Utrecht).

Ook werden twee Nederlandse projecten gestart, de stadverwarming en een kolenvergasinstallatie, waarvan niet duidelijk was of ze ooit rendabel zouden kunnen draaien. Deze contracten drukken nu zwaar op de plannen voor liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Immers, hoe kun je marktwerking in de energiesector verlangen als er contracten blijven bestaan die niet onderhevig zijn aan vraag en aanbod?

Het probleem van de verdeling van die kostenposten uit het verleden zit hem dan ook in het gebrek aan rendement. De kosten voor de contracten werden tot voor kort gedragen door de SEP. Vanwege de liberalisering van de elektricteitsmarkt wordt de SEP echter uitgekleed en komen de vier meer op eigen benen te staan.

Ondanks herhaalde pogingen en veel aanmoediging vanuit het ministerie mislukte halverwege vorig jaar de geplande fusie tussen de vier bedrijven. Als het wel tot de vorming van een Grootschalig Produktiebedrijf (GPB) zou zijn gekomen, dan hadden de bakstenen niet verdeeld hoeven worden en kon het nieuwe bedrijf die taak van de SEP overnemen. EZ had al toegezegd ter compensatie van de contracten 2,1 miljard gulden in het te vormen GPB te investeren, waarmee een sluitend businessplan mogelijk zou zijn. Daarmee zouden de bakstenen in een keer zijn afgekocht.

Het mislukken van de fusie was een voorbode voor onenigheid, zo blijkt nu. In totaal gaat het om zeven `bakstenen'. Twee Nederlandse projecten, de kolenvergassingsinstallatie Demkolec en de stadsverwarming, en vijf importcontracten met Frankrijk, Duitsland en Noorwegen.

De totale kosten voor de niet-marktconforme contracten bedragen volgens EZ zo'n 4,7 miljard gulden. Daarvan gaat 600 miljoen naar de Noorse kabel en 2,1 miljard naar de stadsverwarming en de kolenvergassingsinstallatie Demkolec. De rest gaat zitten in compensatie voor een eventuele lagere elektriciteitsprijs op de markt vergeleken met in de contracten vastliggende prijzen. De sector denkt echter dat de compensatiekosten meer in de richting van de 17 miljard gulden zullen gaan, afhankelijk van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijs. Jorritsma heeft die schatting altijd veel te hoog gevonden, mede op basis van de sluitende begroting van het mislukte GPB.

De verdeling van de bakstenen maakt zoals gezegd deel uit van de liberalisering van de hele energiesector. Maar niet alleen de bakstenen zorgen voor verdeeldheid in de sector. De ontmanteling van de SEP betekent ook het uit elkaar halen van de Overeenkomst van Samenwerking, waarmee de vier bedrijven zich binnen de SEP aaneen hadden geklonken. Het gaat kortom over een verdeling van alle activa van de sector. In oktober 1998 is voor het distributienetwerk al een nieuw, losstaand bedrijf opgericht, Tennet. Zo zullen langzamerhand alle taken van de SEP elders ondergebracht worden.

En wat te denken van de verdeling van de energiecentrales. De Eemscentrale werd zo'n twee jaar terug met veel poeha geopend door minister Wijers. Gloednieuw, prachtig, state of the art, maar wel een enorm bedrag dat nog moet worden afgeschreven de komende jaren. De kerncentrale in Borsellemoet in 2003 dicht, dat is zeker. Degene die de kerncentrale toebedeeld krijgt mag hoogstwaarschijnlijk ook opdraaien voor de ontmanteling van de centrale. Geen fijn vooruitzicht.

Zo zijn er vele punten van onenigheid en tegengestelde belangen die de liberalisering van de energiemarkt lastiger maken dan op voorhand werd verwacht. De sector heeft haar kans nu laten lopen, Jorritsma is aan zet.