Riefenstahl blijft in `verboden' sfeer

Toen Time Magazine vorig jaar zijn 125-jarig bestaan vierde, nodigde het alle nog levende personen uit die ooit op de cover van het blad hadden gestaan. In dat bijzondere gezelschap bevonden zich twee Duitsers: het fotomodel Claudia Schiffer en Leni Riefenstahl. De laatste mocht aan de tafel van president Clinton plaatsnemen.

Buiten Duitsland geldt de nu 96-jarige Riefenstahl vooral als een belangrijk filmvernieuwer. Natuurlijk, ze hield er tijdens de oorlog verwerpelijke sympathieën op na, maar haar bijdragen aan de filmgeschiedenis zijn tamelijk onomstreden. In eigen land echter is een ontspannen gesprek over de maakster van de indrukwekkende nazi-progandafilm Triumph des Willens – zelf spreekt ze van ,,een documentaire'' – nog steeds moeilijk. Het Filmmuseum in Potsdam, net buiten Berlijn, kon dan ook op flink wat kritische vragen rekenen met het organiseren van de eerste tentoonstelling over Riefenstahl in Duitsland.

Waarom, vroeg een recensent zich af, zijn de foto's die Riefenstahl in de jaren '70 in Afrika maakte zo groot aanwezig op de expositie, veel groter dan de foto's waarop zij zelf te zien is als filmer tijdens de nazi-periode? Is dat soms een poging de aandacht af te leiden van haar besmette verleden? De verklaring blijkt tamelijk ordinair: de grote kleurenfoto's, gestileerd ogende opnamen die ze maakte bij de Nuba in Soedan, zijn (goedkope) bruiklenen uit Japan, waar Riefenstahl eerder al onderwerp van een tentoonstelling was.

Toegegeven, het is onmogelijk Riefenstahls kleurige foto's van Afrikaanse dorpelingen en tropische vissen (tot voor kort was ze nog actief als diepzeeduiker) te bekijken zonder te denken aan beelden van marcherende massa's. Maar het gaat wel wat ver om te beweren, zoals een aantal van haar politiek-correcte critici deed, dat Riefenstahls Afrika-foto's een verlengstuk zijn van haar vroegere werk voor de nazi's, omdat ze met haar opnamen van gespierde negers weer de schoonheid van een sterk, gezond lichaam zou bezingen. ,,Als ik vissen film'', zei ze naar aanleiding van dergelijke kritieken, ,,moet ik er nog voor oppassen dat ik geen bruine vissen film.''

De meeste bezoekers van het Filmmuseum komen overigens niet voor Riefenstahls latere fotowerk. Ze verdringen zich bij de vier monitoren waarop haar oude films, waaronder Triumph des Willens, haar verslag van het NSDAP-congres in Neurenberg in 1934, te zien zijn. Om de doorstroom te bevorderen hebben de tentoonstellingsmakers het plaatsen van stoeltjes achterwege gelaten, maar dat mag niet baten: het blijft lastig om een plekje te veroveren bij een van de beeldschermen. Om de films van Riefenstahl hangt in Duitsland nog altijd een `verboden' sfeer. Ze mogen alleen in beslotenheid worden vertoond, op voorwaarde dat ze zijn voorzien van een inleiding.

Drie films maakte Leni Riefenstahl in opdracht van de nazi's: Sieg des Glaubens, een verslag van de Parteitag des Sieges in 1933, Triumph des Willens en Tag der Freiheit, over de Wehrmacht (die naar mening van de Führer in de tweede film te weinig aan bod gekomen was). Een vierde film, Olympia, over de Olympische Spelen van 1936, werd ook uit de staatskas gefinancierd.

De tentoonstellingsmakers vertellen weinig over het belang van Riefenstahl als filmmaker – geen beschouwingen over de bewegende camera's of bijzondere camerastandpunten. Had Riefenstahl invloed op de evenementen die ze filmde (was ze bijvoorbeeld betrokken bij het maken van de `choreografieën' van marcherende geüniformeerden)? Of legde ze de gebeurtenissen slechts vast? Op deze door Riefenstahl-vorsers veel bediscussieerde vragen geeft de tentoonstelling geen antwoord.

De expositie is een chronologisch opgebouwd levensverhaal, dat wordt verteld aan de hand van brieven, foto's en krantenknipsels, die voor een belangrijk deel afkomstig zijn uit Riefenstahls persoonlijke archief. We zien een jonge Leni Riefenstahl als danseres (een beroep dat ze kort uitoefende omdat een knieblessure haar het dansen moeilijk maakte), als actrice (in de zogeheten bergfilms van Arnold Fanck, die haar liet bedelven door een echte sneeuwlawine wanneer het script dat vereiste), als regisseur (van speelfims in hetzelfde genre en `documentaires' voor de nazi's) en ten slotte als fotograaf. Aan de muren in de lange, smalle tentoonstellingsruimte hangen schoolfoto's van Leni, aantekeningen bij balletten, soft-focus plaatjes waarop de actrice Riefenstahl verleidelijk de camera inkijkt en delen van het script van Tiefland, de enige film die zij na de oorlog voltooide.

Schönheit und Schuld had de uitgever van de bij de tentoonstelling behorende catalogus aanvankelijk in gedachten als titel voor het boek. Onder druk van Riefenstahl, die het woord schuld niet aanstond, werd de titel van boek en tentoonstelling weinig origineel Leni Riefenstahl. Het lijkt niet vergezocht te veronderstellen dat Riefenstahl zich, bij het uitlenen van materiaal uit haar archief, de vraag heeft gesteld hoe haar levensgeschiedenis in een zo gunstig mogelijk daglicht te plaatsen. Er hangt bijvoorbeeld een brief van Jean Cocteau uit 1952 waarin hij haar vraagt naar het filmfestival van Cannes te komen. Ook te zien is de oorkonde die hoort bij de prijs die ze in 1937 op de Wereldtentoonstelling in Parijs kreeg voor Olympia. Vergeefs is het zoeken naar de in haar memoires genoemde brief die Stalin in 1939 schreef aan Riefenstahl `om zijn bewondering tot uitdrukking te brengen' voor Triumph des Willens.

Tentoonstelling: Leni Riefenstahl, Filmmuseum Potsdam, Martstall (vlakbij S-bahnstation Potsdam). Di t/m zo 10-18u. T/m 14 maart. Catalogus 58 DM (Uitgave van Henschel Verlag Berlin). In de filmzaal van het museum worden t/m 28 februari ook films van Leni Riefenstahl en andere films uit dezelfde periode vertoond. Inl. 0049 331 271810