`Reportage' kijkt net naast de waan de dag

Het fototijdschrift `Reportage' wil vooral goede fotojournalistiek laten zien. In zwart-wit. Vaak gaat het om foto's die niet onmiddellijk aanspreken. ,,Fotojournalistiek op z'n best wordt een beschavende invloed in het leven van de beschouwer.''

,,In die hoek mag het wel wat zwaarder.'' Menno van de Koppel, uitgever van het fototijdschrijft Reportage, bekijkt de proeven van het nieuwste nummer bij drukkerij Mart.Spruijt. Medewerker Guido meet de dikte van de reeds aanzienlijke inktlaag. Van de Koppel wil graag dat er nog meer inkt wordt gebruikt. De drukkers zijn het wel gewend, die vraag naar `zwaar' als Van de Koppel langskomt. Meestal zijn ze niet zo happig op klanten die komen kijken tijdens het drukken - de machines moeten doordraaien. Voor Reportage maken ze een uitzondering, want dat is zelfs voor de in kleinschalig kwaliteitsdrukwerk gespecialiseerde Mart.Spruijt een bijzonder geval.

Vier keer per jaar verschijnt Reportage, `the international magazine of photojournalism'. Summiere teksten ondersteunen reportages uit de hele wereld over de meest uiteenlopende onderwerpen, gemaakt door zowel gerenommeerde als beginnende fotografen. Vissers in Senegal, hindoe-rituelen in India, jeugdbendes in Zuid-Afrika, vrouwenmishandeling in Frankrijk. Het ruime folio-formaat en de sobere opmaak staan volledig ten dienste van de foto's, die veelal paginagroot worden afgedrukt. Alle foto's zijn zwart-wit, de enige kleur die in het tijdschrift voorkomt is het bloedrood dat de vormgever gebruikt. De kwaliteit van het drukwerk is overrompelend, vergelijkbaar met de intensiteit van het betere fotoboek voor de salontafel. Het betreft hier dan ook `het beste fotojournalistieke blad ter wereld', aldus de uitgever. Om er meteen aan toe te voegen dat dat niet zo moeilijk is als je de enige bent.

Uit onvrede over verdwijnende podia voor documentaire fotografie begon de Engelse fotojournalist (`picture-editor') Colin Jacobson in 1993 met de uitgave van Reportage. Jacobson werkte op dat moment bij dagblad The Independent, waar een door hem geïntroduceerde wekelijkse fotoreportage in de zaterdagbijlage bij een koerswijziging werd afgeschaft. Ook bij eerdere werkgevers als The Economist, The Sunday Times en The Observer pleitte Jacobson vergeefs voor meer ruimte voor fotojournalistiek. Dus begon hij zijn eigen blad, dat echter na acht nummers het loodje legde. Sympathie was er genoeg voor de dappere eenmansactie, maar een financiële grondslag voor het blad ontbrak. Jacobson was aangeslagen maar niet verloren, zo bleek uit een interview in Vrij Nederland van december 1995: ,,Ik sta voor kwaliteit en daar blijf ik voor vechten. Als ik het niet doe, doet niemand het.''

Lang en moeizaam was de weg die leidde tot de wedergeboorte van Reportage. Dankzij bemiddeling van de International Federation of Journalists in Brussel, de koepelorganisatie van nationale journalistenvakbonden, kwam er geld beschikbaar van de Europese Commissie. Ter gelegenheid van het Europese Jaar tegen Racisme en Xenofobie verschenen eind 1997, begin 1998 twee speciale nummers, en dat werd de start van het herboren tijdschrift. Onlangs kwam het vierde nummer uit van de nieuwe reeks, uitgegeven door de onafhankelijke Reportage Foundation. Ondanks bijdragen van Kodak en Canon draait de exploitatie nog steeds op goodwill: Jacobson mag een deel van zijn aanstelling aan de Universiteit van Cardiff benutten om aan Reportage te werken, Van de Koppel haalt zijn inkomen uit andere uitgaven. Pas als het huidige bestand van duizend abonnee's is gegroeid tot vijfduizend kunnen de medewerkers op de Londense redactie en de fotografen volledig worden betaald, aldus Van de Koppel. Nu ontvangen de fotografen, ook als ze Sebastião Salgado heten, vijftig Britse pond per pagina.

Gezichten

Ooit was fotografie het aangewezen medium om verslag te doen van hetgeen er elders in de wereld gebeurde. Henry Luce, oprichter van Life, gaf het legendarische fotoblad en diens `gebruikers' in 1936 de volgende opdracht mee: ,,Om het leven te zien; de wereld; om ooggetuige te zijn van grote gebeurtenissen; om de gezichten van de armen en de gebaren van de rijken te zien; om vreemde dingen te zien, machines, legers, menigtes, schaduwen in de jungle en op de maan; om de verrichtingen van de mens te zien – zijn schilderijen, torens en ontdekkingen; om dingen te zien die duizenden mijlen verwijderd zijn, dingen die verstopt zijn achter muren en in kamers, gevaarlijke dingen; vrouwen waar mannen van houden en veel kinderen; om te zien en plezier te beleven aan het kijken; om te zien en verbaasd te zijn; om te zien en te leren...''

Ook al lijkt Luce's opdracht op sommige punten wat willekeurig, zijn aanpak veranderde de journalistiek. Life, wekelijks verschijnend tot 1972, stelde de fotograaf boven de schrijver, introduceerde het foto-essay en speelde decennia lang een sleutelrol in de Amerikaanse beeldvorming van binnen- en buitenland. Die rol is voor de hedendaagse fotojournalistiek niet langer weggelegd, de concurrentie is te groot. Televisie heeft de beeldvorming overgenomen, maar bevredigend is dat niet, vindt Colin Jacobson. Goede fotojournalistiek biedt visuele interpretatie in plaats van visuele soundbites, meent hij. Kranten gebruiken fotografie om tekst te illustreren, waarbij de visuele informatie in één beeld moet worden samengebald. Tijdschriften nemen genoegen met makkelijke beelden zonder inhoud, en beperken zich steeds meer tot glamour en lifestyle.

Zo bezien is Reportage een heroïsch overblijfsel uit voorbije tijden, een laatste bastion van intelligente informatie in een door oppervlakkige beelden gedomineerde wereld. En daar zit wel wat in. Dergelijke bastions zijn er wel meer, maar Reportage is er zeker een van. In de woorden van Jacobson: ,,Reportage presenteert verhalen die gemaakt zijn door toegewijde fotojournalisten. Hun visuele talent stelt de lezer in staat om zelf verbindingen te maken.'' Vaak gaat het om foto's die niet onmiddellijk aanspreken. Ze zijn weerbarstig, kiezen niet voor de weg van de minste weerstand of het makkelijke spektakel. De volledig ingepakte vrouwen uit de krant ontbreken in een reportage van Nikolai Howalt over het dagelijks leven in Afghanistan onder de Taliban. Wel zien we onhandig marcherende rekruten op straat, een binnenplaats gevuld met witte duiven. Even verrassend is de begeleidende tekst, waarin de keerzijde van het onderdrukkende regime van de Taliban wordt belicht: na twintig jaar oorlog zijn de Afghanen volgens de fotograaf blij met rust en zekerheid.

Dierbaren

Behalve de impressies uit Afghanistan bevat het laatst verschenen nummer nog vier andere reportages. Naar aanleiding van het langverwachte regeringsonderzoek naar Bloody Sunday, dat deze maand begint, portretteerde Joanne O'Brien familieleden van de in 1972 in het Noord-Ierse Derry door Britse soldaten doodgeschoten slachtoffers. Ze poseren op de plek waar hun dierbaren, bijna allemaal broers, zijn omgekomen. De tekst is in dit geval meer dan ondersteuning, en als onmisbare informatie gelijkwaardig aan de foto's. Roger Hutchings keek achter de schermen van de haute couture, en legt uit waarom hij het fotograferen van een modeshow even serieus neemt als werken in oorlogsgebieden – iets wat hij veelvuldig heeft gedaan. Uit Mexico komt een dubbelzinnige, indrukwekkende reportage van de Zwitserse fotograaf Tomas Muscionico. Hij volgde een collega die voor de grootste schandaalkrant van Mexico-City verslag doet van misdaad en rampspoed, maar toont het werk van de collega in plaats van de collega aan het werk. Ranzig voyeurisme wordt door zijn benadering verbazend stijlvol.

Reportage kijkt net naast de waan de dag. Dagbladen kunnen zich in dat opzicht veel minder permitteren, meent Menno van de Koppel. Of ze dènken dat ze zich dat niet kunnen permitteren. Net zoals veel reportages voor kranten worden afgeblazen omdat ze te ver zouden voeren voor de lezer, of niet spectaculair genoeg zouden zijn. Dergelijke argumenten probeert de redactie van Reportage te bestrijden. Voor het selecteren van de onderwerpen hanteert men geen vaste criteria. Van de Koppel: ,,Het is vooral een kwestie van goed opletten in het informele circuit. Het is een klein wereldje, alle goede fotografen zijn aangesloten bij agentschappen in Londen en Parijs. Colin kent al die mensen, hij spreekt ze regelmatig. Zo hoort hij dat die en die fotograaf naar dat en dat land gaat, en dan kan hij bij terugkeer een afspraak maken.''

`Scoren' met een bepaald onderwerp is geen streven van Reportage, en exclusiviteit kan het blad niet betalen. Toch lijkt het vreemd dat het nieuwste nummer veel ruimte biedt aan foto's van Tom Stoddart over de hongersnood in Zuid-Soedan, foto's die al op diverse andere plaatsen zijn verschenen. In Nederland werden ze gepubliceerd door Nieuwe Revu (Van de Koppel: ,,Curieus beleid hebben ze daar. Zeven weken lang `sex on the beach' en dan opeens dit.''). Naast de kwaliteit van de foto's en het belang van de reportage speelde in dit geval een extra argument, namelijk de behoefte om deel te nemen aan het debat over verzadiging voor ellende die door dergelijke beelden zou optreden bij het publiek. Volgens Clare Short, Tony Blairs verantwoordelijke politica voor internationale ontwikkeling, worden foto's als die van Stoddart misbruikt door liefdadigheidsinstellingen om geld in te zamelen, iets dat alleen maar afleidt van de politieke oplossing die veel harder nodig is.

Misschien heeft Short gelijk, schrijft Colin Jacobson, maar ze gaat voorbij aan de functie van fotojournalistiek. Zijn `verdediging' van Stoddart laat zich lezen als een beginselverklaring voor zijn tijdschrift: ,,Fotojournalistiek op z'n best is blijvend. Het wordt een beschavende invloed in het leven van de beschouwer, onderdeel van een proces van openbaring, communicatie, kennis en bewustzijn, zaken die geen van allen in geld gemeten kunnen worden. Stoddart's foto's van Soedan behoren tot deze traditie van fotojournalistiek, die de wijze waarop we ons verhouden tot de wereld kan veranderen. De hier getoonde foto's zijn geen visuele clichés, snel gemaakt om een deadline te halen. Ze halen ons over om te reageren op de gevoelens van de geportretteerden. Ze zijn het gevolg van zorg, passie en betrokkenheid, eigenschappen die de beelden doordrenken.''

Met de betrokkenheid van fotojournalisten is het vreemd gesteld, bevestigt Van de Koppel. ,,Ze zijn noodgedwongen schizofreen. Enerzijds moeten ze wezenlijk betrokken zijn om intense beelden van het onderwerp te kunnen maken, anderzijds moeten ze afstand houden om niet door het onderwerp meegesleurd te worden.'' Betrokkenheid of afstand, elke reportage verbeeldt `slechts' de visie van de fotograaf, aldus Roger Hutchings in de toelichting bij zijn mode-foto's. Hij verwijt zijn collega's dat ze gefixeerd zijn op treurige onderwerpen (drugs, inrichtingen, dakloosheid) en de lol in hun werk hebben verloren. ,,Kijkers worden moe van deze benadering en fotojournalistiek verliest zijn effectiviteit'', aldus Hutchings. Het getuigt van redactionele durf, en niet van consistentie, dat zijn verhaal volgt op het artikel over Stoddart waarin het tegengestelde wordt verdedigd.

Niemandsland

Niet alleen wat nationaliteit betreft bevindt Reportage, met zijn Engelse redactie, Nederlandse uitgever en abonnees over de hele wereld, zich in niemandsland. Minstens even lastig voor eventuele subsidiënten is de keuze tussen kunst en journalistiek. Van de Koppel: ,,Als het gaat om puur kunstzinnige fotografie wemelt het van de zwaar gesubsidieerde tijdschriften in Europa en Amerika. In zulke bladen is fotojournalistiek een uitzondering temidden van dromerige reportages over mistige eilanden bij Schotland, bij ons zijn dat soort reportages juist de periferie. Het enige andere tijdschrift dat in de buurt komt is een blad van Aperture, de Amerikaanse uitgever van fotoboeken. Zij tonen toch vooral selecties uit het werk van bepaalde fotografen, dat is anders van opzet. Ook al moeten we nog hard werken aan het journalistieke niveau van de begeleidende teksten, ons uitgangspunt is journalistiek en dat is uniek.''

Ondanks de malaise in budgetten en plaatsingsmogelijkheden is het niveau van de mondiale fotojournalistiek nog steeds hoog, bijna tot verbazing van Van de Koppel. De fotografie heeft zich immers de afgelopen paar jaar in een heel andere richting ontwikkeld. ,,Internationaal, en in Nederland nog wat erger, is de trend volledig de richting van de modefotografie gegaan. Dat is niet verkeerd, elke bijdrage aan de beeldcultuur is welkom, maar het is wel onze tegenpool. Wat slecht is, is dat serieuze bladen denken dat ze hun pagina's moeten vullen met lifestyle. We hopen met Reportage een kleine kettingreactie te veroorzaken. Bladen die er door hun bereik toe doen, zoals de bijlagen van de betere dagbladen, zouden wat minder aan lifestyle moeten gaan doen en meer aan fotojournalistiek. Ik heb liever dat wij onszelf overbodig maken dan dat wij de enige plek zijn waar fotojournalistiek nog een kans krijgt.''

Een abonnement op Reportage kost

ƒ 99,50 per jaar (vier nummers) en kan worden aangevraagd via telefoonnummer 020-4490159