`Rambouillet': het onverzoenlijke verzoenen

In Rambouillet wordt vanaf morgen onderhandeld over een vredesregeling voor Kosovo voor een interim-periode van drie jaar. Twee weken krijgen de Serviërs en de Albanezen om het eens te worden.

Het vredesplan voor Kosovo, dat vanaf morgen in Rambouillet, vijftig kilometer ten zuidwesten van Parijs, op tafel ligt, voorziet in een vrijwel volledig zelfbestuur voor Kosovo voor een interim-periode van drie jaar (waarna weer moet worden gepraat). De regio blijft volgens het ontwerp deel uitmaken van Servië en Joegoslavië en krijgt dus noch de volledige onafhankelijkheid die het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK eist, noch de status van derde republiek binnen Joegoslavië (naast Servië en Montenegro) die sommige Albanezen als tussenoplossing eisen.

Maar de mate van zelfbestuur is zo groot, dat in de plannen van de Contactgroep de Servische heerschappij over Kosovo de facto ten einde komt: alleen op monetair, fiscaal, douane- en defensiegebied en ten aanzien van buitenlandse betrekkingen behouden de Serviërs zeggenschap. Op alle andere gebieden gaan een eigen president, regering en parlement van Kosovo de dienst uitmaken. De president van Kosovo, voor een periode van drie jaar door het parlement te kiezen, heeft een vetorecht op besluiten van Belgrado die Kosovo betreffen.

Die de facto beëindiging van de Servische heerschappij is een van de twee redenen die het vredesplan in zijn huidige vorm zo goed als onaanvaardbaar maken voor het regime in Belgrado. De tweede is de grote rol van de internationale gemeenschap (lees: de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, OVSE) in Kosovo in de interim-periode. William Walker, de leider van de OVSE-missie, krijgt bevoegdheden die doen denken aan die van gezant Carlos Westendorp in Bosnië. Hij kan ambtenaren ontslaan als ze dwars liggen, hij oefent toezicht uit op een volkstelling en op verkiezingen binnen negen maanden na het afronden van de vredesonderhandelingen, hij kan Servische bestuursinstanties sluiten als ze moeilijk doen en hij geeft Kosovo een eigen omroep. Voor het bewind in Belgrado is dat alles een onacceptabele aantasting van zijn soevereine rechten op Joegoslavisch grondgebied.

`Rambouillet' lijkt vergadertechnisch op het grote voorbeeld Dayton, waar eind 1995 een vredesakkoord voor Bosnië werd bereikt. De Servisch/Joegoslavische en de Kosovaarse delegaties krijgen elkaar niet of nauwelijks te zien: de bemiddelaars Christopher Hill (VS) en, Wolfgang Petrisch (Europese Unie) pendelen tussen de delegaties heen en weer. Als er na twee weken – de termijn die de Contactgroep aan de bijeenkomst heeft verbonden – geen akkoord is, bestaat de kans op het gebruik van geweld door de NAVO.

De kans op een akkoord lijkt minimaal. De conferentie begint in het teken van de volstrekte onverenigbaarheid van standpunten en de absolute onverzoenlijkheid van de twee kampen, waarvan er een, de Albanese, ook nog eens onderling verdeeld is. Beide partijen worden geacht iets te aanvaarden waarvan ze hoegenaamd niets moeten hebben.

De Serviërs willen niets weten van werkelijk zelfbestuur voor Kosovo, dat ze beschouwen als de `wieg' van de Servische cultuur en de Servische natie. Wat ze de Albanezen aanbieden is dan ook slechts een beperkte vorm van zelfbestuur op gemeentelijk niveau. Een door het UÇK geëist referendum over de status van Kosovo en de voorgestelde zeggenschap van de OVSE in Kosovo zijn voor Belgrado onaanvaardbaar.

De Albanezen van hun kant moeten na een decennium van extreme onderdrukking en het wrede bloedvergieten van het afgelopen jaar de droom van de onafhankelijkheid in de ijskast zetten, en dat is voor hen onverteerbaar. Een extra probleem vormt de toekomstige status van het Bevrijdingsleger UÇK. Het UÇK wil het officiële leger van Kosovo worden – maar voor Belgrado is het Bevrijdingsleger een bende terroristen en het denkbeeld van een apart leger op Joegoslavisch grondgebied absurd en anathema.

Ook de persoon van president Slobodan Miloševic staat een akkoord in Rambouillet in de weg. Kosovo was in de late jaren tachtig zijn springplank naar de macht: speculerend op het latente ongenoegen bij de Serviërs over de autonomie van de Albanezen, ontketende Miloševic rondom de vermeende onderdrukking van de Serviërs in Kosovo een nationalistische campagne die enorm aansloeg, hem aan de macht bracht en in 1989 leidde tot het terugdraaien van de autonomie van Kosovo. Ze leidde uiteindelijk tot de desintegratie van Joegoslavië, want na zijn succes in Kosovo zette Miloševic ook met felle campagnes in Servië, de Vojvodina en Montenegro de zaken naar zijn hand. En dat alarmeerde de Slovenen en de Kroaten dermate dat zij hun heil zochten in hun onafhankelijkheidsstreven. `Kosovo' is veel tegelijk: de kiem van de desintegratie van Joegoslavië, het startpunt van Miloševic' opkomst en de kern van zijn legitimering als leider van Servië, tot de dag van vandaag.

Het gebrek aan democratie en decentralisatie in Joegoslavië vormt een aparte belemmering voor een akkoord. Als de Contactgroep haar zin krijgt, worden in Kosovo vormen van zelfbestuur en democratie ingevoerd die nergens in Joegoslavië bestaan. Gebeurt dat, dan ziet Miloševic zich op korte termijn geconfronteerd met problemen elders, zoals de Vojvodina en de Sandzak, waar uiterst ontevreden minderheden wonen. Ook in die zin kàn een vredesregeling in Kosovo het begin van het eind van Miloševic' regime vormen – nog een reden voor pessimisme aan het begin van de `Rambouillet'.