Protesten tegen executie Filippijnen

Op de Filippijnen is vanmorgen voor het eerst sinds 1976 een doodvonnis voltrokken. Een 38-jarige man, José Echegaray, die in 1994 schuldig was bevonden aan de verkrachting van zijn toen 10-jarige stiefdochter, werd door middel van een injectie met chemische middelen geëxecuteerd.

Op de Filippijnen is met name door kerkelijke autoriteiten sterk afwijzend op de executie gereageerd. De doodstraf werd op de Filippijnen in 1987 afgeschaft maar in 1994 opnieuw ingesteld om de stijgende criminaliteit te bestrijden. Volgens president Estrada van de Filippijnen moet de dood van de vandaag geëxecuteerde man ,,als waarschuwing'' dienen. ,,De executie van vandaag is het bewijs dat de regering recht en orde wil herstellen.'', aldus Estrada. ,,Wij zullen bewijzen dat misdaad niet loont. De misdaad die door Echegaray werd begaan is een bestialiteit, die de strengste straf verdiende onder de wet.''

Na de executie werden in alle kerken de klokken geluid en door vele priesters gebedsdiensten gehouden. Aartsbisschop Oscar Cruz, die zich sterk heeft verzet tegen de herinvoering van de doodstraf, veroordeelde de executie in felle bewoordingen. ,,Mogen we aannemen dat degenen die om de doodstraf geschreeuwd hebben nu volledig tevreden zijn?'', zei Cruz verontwaardigd. ,,Mogen we aannemen dat alle potentiële misdadigers ontmoedigd zijn door de executie?''

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International noemde de executie een ,,grote stap in de verkeerde richting''. ,,Mensen ombrengen biedt geen oplossing voor toenemende criminaliteit'', aldus de organisatie. Buiten de gevangenis waar Echegaray werd geëxecuteerd demonstreerden duizenden mensen tegen de doodstraf. Echegaray hield tot kort voor de executie vol de misdaad niet te hebben gepleegd. (Reuters, AP)