Politici en ambtenaren moeten zich verantwoorden

Nu de parlementaire enquêtecommissie goed op stoom lijkt te komen, begint het onrustig te worden in politiek Den Haag. Begrijpelijk, want een aantal nog zittende politici dreigen het de komende weken nog knap moeilijk te krijgen. Ook oud-bewindslieden en topambtenaren zullen zich moeten verantwoorden. Een overzicht van de belangrijkste verantwoordelijken, van wie de meesten pas in maart door de commissie zullen worden verhoord.

R. Hoekstra; Omstreden

R.J. Hoekstra (CDA) was secretaris-generaal van het departement van Algemene Zaken tijdens de ramp, en daarmee rechterhand van de toenmalige premier Lubbers. Ook was hij in 1992 tevens ambtelijke coördinator van de veiligheidsdiensten. Daarom was hij omstreden toen hij in 1997 door Jorritsma werd gevraagd als voorzitter van de commissie die de `informatievoorziening luchtvrachtdocumentatie' van de El Al-Boeing onderzocht. Nadat Jorritsma Kamerleden informeel had laten weten dat Hoekstra zelf niets met de ramp te maken heeft gehad, ging het parlement akkoord met zijn voorzitterschap.

De rapportage van Hoekstra uit 1998 gaf geen uitsluitsel over de vraag wie, waar op welk moment de vrachtpapieren heeft ingenomen. Ook de conversatie over de vracht tussen een El Al-employé en de luchtverkeersleiding staat niet in zijn rapport. De enquêtecommissie zal van Hoekstra willen horen hoe dit kan. Mocht alsnog blijken dat Hoekstra direct betrokken was bij bestuurlijke afhandeling van de ramp, heeft niet alleen hij maar ook Jorritsma een probleem.

E. Borst; Traag

E. Borst (D66) is als minister van Volksgezondheid sinds augustus 1994 vooral betrokken bij onderzoeken naar de gevolgen van de gezondheid van de Bijlmer-bewoners van de vliegramp.

Nog maar een paar weken geleden viel zij op in het `Bijlmerrampdossier'. Toen liet het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam weten ruim zes jaar na het ongeluk geen wetenschappelijk onderbouwde studie meer te kunnen doen naar de gezondheidsklachten van slachtoffers en hulpverleners. Borst liet toen snel weten zo'n studie wel gerechtvaardigd te vinden en ook te willen betalen. Het was een opmerkelijke uitspraak uit de mond van de bewindsvrouw wier ministerie de afgelopen jaren enkele keren geweigerd heeft om een grootscheeps, grondig medisch onderzoek te laten doen naar die gezondheidsklachten. Wel werd er, na druk van parlement en advocaten, een `papieren onderzoek' gedaan, bestaand uit vragenlijsten en een opengestelde telefoonlijn. Borst zal door de enquêtecommissie gevraagd worden waarom zij aanvankelijk zo traag heeft gereageerd op de aanhoudende klachten.

H. Maij; Onjuiste informatie

H. Maij–Weggen (CDA) was oktober 1992 minister van Verkeer en Waterstaat en daarmee eerstverantwoordelijke voor de bestuurlijke afwikkeling van de Bijlmerramp. Maij-Weggen heeft diverse keren verkeerde informatie verstrekt. Zo meldde zij drie dagen na de ramp al dat er ,,geen gevaarlijke stoffen aan boord waren'', en dat het ging om onder meer parfum en bloemen. Ook zei zij dat er geen militaire goederen waren vervoerd. Later bleek het tegendeel. Op 16 juni 1994 schreef ze de Tweede Kamer dat ,,de ladinglijsten van het vliegtuig openbaar zijn'', terwijl in 1996 bleek dat de Nederlandse onderzoeksautoriteiten de vrachtbrieven van het traject New York-Amsterdam nooit hadden opgevraagd. De enquêtecommissie zal haar vooral over deze zaken horen. Ook zal Maij de vraag krijgen waarom zij niet veel actiever heeft geprobeerd duidelijkheid te krijgen over de lading en de daarbijbehorende vrachtpapieren. Vorig jaar zei Maij, mede ,,uit zelfbescherming'', geen navraag te hebben gedaan bij premier Lubbers of minister Van den Broek over militaire en veiligheidsaspecten van de El Al-vlucht.

A. Jorritsma; Afhoudend

A. Jorritsma (VVD) was minister van Verkeer en Waterstaat tussen 1994 en 1998 en is nu vice-premier, tevens minister van Economische Zaken. Opvallend was de afhoudende houding die ze tussen 1994 en 1998 aannam ten opzichte van verzoeken uit de Kamer om nader onderzoek. Vooral in het dossier over de vrachtbrieven heeft zij nauwelijks eigen initiatief genomen. Jorritsma reageerde voornamelijk op onthullingen in de pers, vertelde de Kamer meermalen dat het onderzoek naar de ladingpapieren correct was verlopen en riep op 14 mei 1996 in de Kamer nog uit er ,,verdomd weinig voor te voelen'' om nader onderzoek te doen naar de vrachtbrieven. Toen oktober 1997 nieuwe feiten over de vrachtdocumentatie van El Al naar buiten kwamen, dwong de Kamer haar een onafhankelijke commissie in te stellen. Jorritsma zal door de commissie ten minste twee belangrijke vragen voorgelegd krijgen. Wat was de rol van de Rijksluchtvaartdienst waar zij politiek verantwoordelijk voor was? En waarom heeft ze niet eerder geprobeerd de ladingpapieren boven water te krijgen?

R. Lubbers; Op de achtergrond

R.F.M. Lubbers (CDA) was premier ten tijde van de ramp en de daaropvolgende onderzoeken tot augustus 1994. Hij hield zich bij die onderzoeken op de achtergrond. Vorig jaar suggereerde oud-minister Maij-Weggen dat er direct na de ramp geheim overleg is geweest tussen Lubbers en de ministers Dales (Binnenlandse Zaken) en Van den Broek (Buitenlandse Zaken). Maij-Weggen zei naar aanleiding van onthullingen over het militaire karakter van de vlucht: ,,Dit is een zaak die de ministeries van Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken aangaat en de premier.'' Lubbers ontkende gisteren overigens dat hij direct na de ramp in het geheim heeft overlegd met Dales en Van den Broek.

Lubbers zal volgende week vrijdag door de enquêtecommissie gehoord worden. Dan moet blijken of hij opheldering kan verschaffen over geheime afspraken tussen Den Haag en Jeruzalem over de positie van El Al op Schiphol. Ook kan Lubbers, minister van staat en daarmee adviseur van koningin Beatrix, zeggen dat hij destijds Jeruzalem tot meer openheid heeft trachten te bewegen.

W. Kok; Afzijdig

W. Kok (PvdA) was vice-premier ten tijde van de ramp, en partijgenoot van minister Dales, als bewindsvrouw van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de veiligheidsdiensten. Kok is premier vanaf augustus 1994 en daarmee mede verantwoordelijk voor de onderzoeken van na 1994 naar de Bijlmerramp.

Kok heeft zich, net als zijn voorganger Lubbers, altijd op de achtergrond gehouden als het over de Bijlmerramp ging. Ook toen de discussie over de vrachtbrieven losbrak, hield Kok zich afzijdig. Het is onduidelijk of hij ooit achter de schermen zijn Israelische ambtsgenoot onder druk heeft gezet om meer openheid van zaken te geven. Ook is nooit opgehelderd of Kok enige rol van betekenis heeft gespeeld in de uren en dagen na de ramp.

Als vice-premier moet hij op de hoogte zijn geweest van relevante beleidsbeslissingen. Of hij ook is geïnformeerd door minister-president Lubbers over afspraken met Israelische autoriteiten is niet bekend. Het ligt voor de hand dat de enquêtecommissie hem over deze vragen zal willen horen. Ook de getuigenis van Lubbers is in dit opzicht relevant.

Tekst: Joost Oranje en Kees Versteegh Foto's: Vincent Menztel