Niets weerhoudt sporter ervan de beste te worden

Veel praten, veel goede bedoelingen, maar weinig resultaat. Het werelddopingcongres in Lausanne leidde tot bijna niets. Niemand wilde doordringen tot de essentie van het kwaad.

Sport en doping zijn en blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden. Straffen en boetes zullen nog minder dan voorlichting en wetenschappelijk onderzoek kunnen voorkomen dat sportmensen opgezweept door het naar topprestaties en topamusement verlangende volk blijven grijpen naar stimulerende en opwekkende middelen. Wat ook de afgelopen dagen in Lausanne op het werelddopingcongres is besloten en welke goede voornemens ook zijn uitgesproken, niets weerhoudt sporters ervan op zoek te blijven gaan naar het absolute record.

Het is een sombere conclusie die niemand in het Palais de Beaulieu luidkeels durfde te trekken. Politici en oud-kampioenen schreeuwden om het hardst om meer controles, zwaardere straffen en hogere boetes. Reactionair, huichelachtig en de achtergronden van dopinggebruik negerend, zo klonk het allemaal. Alsof harder optreden van de politie en eenzame opsluiting in een cel van misdadigers de samenleving voorgoed van het kwaad zouden kunnen verlossen.

Vertegenwoordigers van sportbonden met een omvangrijke beroepssectie, zoals voetbal en wielrennen, waren in tegenstelling tot de politiek en leden van de atletencommissie genuanceerd. Niet dat ze doping niet willen bestrijden, maar de ervaring heeft hun geleerd dat straffen van minimaal twee jaar of levenslang (bij een tweede vergrijp) voer voor juristen zijn en dat zij de sportbonden kunnen bestoken met talrijke schadeclaims. Zeker wanneer de gebruikers hun toevlucht hebben genomen tot middelen die niet zijn op te sporen. Wanneer er middelen en methoden op de markt komen die niet zijn op te sporen of gemakkelijk zijn te camoufleren, dan zal het aantal gebruikers daarvan zeker toenemen.

Zuivere sport wil de olympische beweging, zuivere sport wil de overheid en zuivere sport willen de sportmensen die niet willen of durven gebruiken. Zuivere sport bestaat niet, zolang Amerikanen, Duitsers, Australiërs en Nederlanders over meer faciliteiten en financiële middelen beschikken dan Albanezen, Somalïers en Peruanen. De ene natie investeert meer of kan meer investeren in sport dan de andere. In het ene land zijn mensen gezegend met een lichamelijke opvoeding, in het andere lijden ze eenvoudigweg honger en zijn er andere prioriteiten dan hardlopen, hardfietsen en hardschaatsen.

Na het congres sprak IOC-voorzitter Samaranch de 750 aanwezigen toe met de boodschap dat een belangrijke stap was gezet op weg naar gezondmaking van de sport. Waarom? Omdat ,,een grote meerderheid'' van de bonden bereid is de Declaration of Lausanne te onderschrijven. Eigenlijk stelt het verdrag niets voor. Alle bonden zijn weliswaar bereid straffen van minimaal twee jaar bij het eerste vergrijp uit te delen, maar mogen op eigen initiatief daarmee rommelen als de wijze van overtreding daartoe aanleiding zou kunnen geven. Dat de voetbalbond en de wielerbond niet zijn meegaan en vasthouden aan hun eigen strafmaat, leidt niet eens tot uitsluiting van beroepsvoetballers en -wielrenners van de Olympische Spelen.

De oprichting van een antidopingagentschap lijkt het meest positieve resultaat van de conferentie. Een centrum waarin onderzoek, kennis en voorlichting gebundeld zijn en dat de supervisie heeft over dopingcontroles die her en der door de nationale overheden en sportbonden moeten worden uitgevoerd. Zo'n vijftig miljoen gulden wil het IOC betalen, van de overheden wordt gevraagd op z'n minst hetzelfde bij te dragen. Discussie was er over de status. De overheden willen een onafhankelijk beheer, een directeur die niet door Samaranch of het IOC wordt benoemd. Een onafhankelijke commissie zal binnen twee weken bepalen hoe dat gebeurt. Bij stemming wordt dan de baas benoemd.

Het centrum moet voorts als een controle-orgaan op bestaande onderzoeksmethoden fungeren en niet te vergeten op de 27 laboratoria in de wereld met een IOC-licentie. Nederland beschikt niet meer over zo'n laboratorium, omdat ze jaren geleden de licentie verspeelde wegens ondeugdzaamheid, en mag zich daarom tot ontwikkelingslanden wat betreft dopingbestrijding rekenen. Een schrale troost voor Nederland, waar te lang hooghartig en naïef is beweerd dat doping niet voorkwam bij Nederlandse sporters en zeker niet bij schaatsers, is dat het kwaliteitsverschil tussen de 27 laboratoria schrikbarend groot is.

Het ervaren Nederlandse IOC-lid en voorzitter van de internationale wielrenunie UCI, Verbruggen, probeerde de ogen te openen van de congresbezoekers. Alles heeft hij al geprobeerd om het dopingkwaad uit te roeien. Eerst zware straffen: geen effect. Toen strengere controles: te duur. Toen voorlichting: geen effect. Toen zelfstandig onderzoek naar EPO: nog geen resultaat. Verbruggen ging in al die jaren als bestuurder van de sport die immer in opspraak is ondanks de lange geschiedenis van controles, zelfs zo ver dat hij zelf meedeed aan onderzoek naar de effecten van doping. Daarom was hij zo gepikeerd over de naïviteit, het opportunisme en de rethoriek van die anderen.

Discussies over welke stoffen en welke niet mogen worden gebruikt. Voor wie het wel effect heeft, voor wie niet. Of het opspoorbaar is of niet. Een discussie over de toekomstige gevaren van genetische manipulatie, cellenimplantaties, orgaantransplantaties of over de definitie van doping. Niemand ging die discussies aan. Dat zuivere sport bedrijven eenvoudigweg een kwestie van mentaliteit, van educatie en pedagogiek, kwam in heel weinig toespraken voor. Dat sport gebaat is bij een mentaliteits- en een cultuuromslag is niet gezegd. Terwijl de dames en heren zich druk maakten over schuld en boete, spoten en slikten zich elders in de wereld tal van sportmensen vol met middelen ten einde zo snel mogelijk de beste van de wereld te zijn.