Naar een nieuwe wereldorde

De eer de rede van Duitslands president Roman Herzog voor het World Economic Forum te Davos aan de vergetelheid te hebben ontrukt, komt de Frankfurter Allgemeine Zeitung toe. Herzogs pleidooi Für eine globale Verantwortungsgemeinschaft, für eine erfolgreiche Weltinnenpolitik is het waard om onder de algemene aandacht te worden gebracht. Alleen, het jaarlijkse Forum, een soort beurs voor probleemstellingen, vermeende oplossingen en snelle successtory's, is te veel een baaierd van vluchtige denkbeelden en schimmige suggesties geworden om rijp en groen al ter plaatse op verantwoorde wijze te scheiden. Le Monde noemt `Davos' een spiegel. Volgens het blad maakten in januari 1997 de Zuidoost-Aziaten er goede sier met hun economische wonderen. De 2de juli van hetzelfde jaar begon de Aziatische crisis met de val van de Thaise baht. Een jaar later was het de beurt aan de Russen om de show te stelen. In augustus 1998 ging de roebel onderuit. Dit jaar overheerste de `Amerikaanse arrogantie' de bijeenkomst. De Parijse krant noemt dat monkelend verontrustend.

Herzog heeft geen moeite met de Amerikaanse arrogantie: ,,Maar ik vraag u: wat zouden wij doen in de situaties waarin de Veiligheidsraad (van de VN) is verlamd, wanneer er geen Verenigde Staten waren? Wij zouden ze moeten uitvinden – of onszelf tot handelen moeten vermannen. Ik zie op het wereldtoneel nauwelijks iemand buiten Amerika, die bereid en in staat is wereldwijde verantwoordelijkheid op zich te nemen [...] Wat zouden wij doen zonder Amerika? De internationale politiek is op Amerika's besluitvaardigheid en bereidheid besluiten te nemen evenzeer aangewezen als de wereldeconomie op zijn dynamiek. Het zou wenselijk zijn dat meer staten een dergelijke bereidheid tonen verantwoordelijkheid te dragen.''

Deze passage uit Herzogs rede wekt de indruk lichtelijk in tegenspraak te zijn met een eerdere constatering: ,,Velen hadden verwacht dat na het einde van de Koude Oorlog de toekomst opnieuw aan de natie zou zijn, met 189 staten in plaats van twee supermachten als zelfstandige spelers in het internationale geheel. Dat was een misvatting. Het mondialiseringsproces bracht weliswaar een zekere versnippering met zich mee, maar niet alleen van de twee ideologische blokken; ook andere grote eenheden, zoals de natie, begonnen af te brokkelen.''

Herzog wijst op verscheidene krachten die de natiestaat aantasten: de integratie van landen op bepaalde gebieden (EU en euro), het uiteenvallen van landen (de Sovjet-Unie, Joegoslavië) en de, door hem toegejuichte, verschijning van allerlei grensoverschrijdende bewegingen die het functioneren van de staat als staat, met een intern machtsmonopolie en een overgeleverde nauwe interpretatie van het nationale belang, aantasten. Er iseen reeks voorbeelden te geven om hem op dit punt het voordeel van de twijfel te gunnen. Maar of daarmee de bouwstenen worden aangeleverd voor een wereldomvattende verantwoordelijkheidsgemeenschap, voor een binnenlandse wereldpolitiek die interstatelijke buitenlandse politiek tot een anachronisme maakt, blijft een open vraag.

Herzog zegt het al: wat zouden wij zijn zonder de VS? Maar de VS zijn een staat, machtiger dan alle andere, mogelijk machtiger dan alle andere tezamen, zij vormen evenwel geen (begin van een) gemeenschap waarin alle andere landen zich herkennen. De VN, de beoogde kern van een wereldgemeenschap en aan het eind van de Tweede Wereldoorlog door een Amerikaanse president geïnitieerd, worden financieel en anderszins door de VS geboycot. De meningsverschillen op dit punt tussen het Witte Huis en het Congres kunnen niet verbloemen dat de Amerikanen de VN gebruiken of terzijde schuiven zoals het hun uitkomt.

Het zijn intussen niet alleen de Verenigde Staten die `ouderwetse' (Herzog spreekt, in een ander verband, van negentiende-eeuwse) machtspolitiek bedrijven. De serie kernproeven die president Chirac kort na zijn aantreden gelastte, waren een onweerlegbare uiting van Frankrijks nationale belang zoals de toenmalige regering dat op dat moment wenste te formuleren. Waar Frankrijk als erkende kernmacht zich formeel niet buiten de orde plaatste, daar kwamen India en Pakistan met hun kernexplosies van vorig jaar flagrant in conflict met het verdrag tegen spreiding van kernwapens en met andere wereldomvattende verdragen en afspraken die de risico's van de nucleaire bewapening moeten beteugelen. De regeringen van beide landen beriepen zich op de noodzaak van de staatsveiligheid die door andere landen zou worden bedreigd.

Dit waren misschien, in het bestek van een paar jaar, de opvallendste bewijzen van statelijk handelen dat de door Herzog uitgestippelde route kruiste. Maar zij waren niet de enige. De monetaire crisis in de wereld wordt - ondanks al het overleg over mondiale bestrijding ervan - tot dusver vooral bepaald door wat individuele landen als Japan, Rusland, Brazilië en Maleisië zich buiten `het systeem' veroorloven. Weliswaar zijn hun reacties eerder ingegeven door onmacht dan macht, zij ondermijnen met hun instinctieve afweer van internationale bemoeienis de weerbaarheid van de wereld als geheel. In Brazilië was zelfs het eigenmachtig opereren van één deelstaat voldoende om het IMF de deur uit te werken.

Herzog kan niet worden verweten de problemen niet te zien. Wel heeft hij het licht willen werpen op ontwikkelingen die naar zijn oordeel onontkoombaar naar een nieuwe ordening van de wereld wijzen. De financiële crisis was zijn vertrekpunt, maar zijn rede won aan kracht door andere elementen, zoals politiek en cultuur, in zijn beschouwing te betrekken. Zo verklaarde hij in de persoon van de Iraanse president Khatami een voorbode te zien van een moderne islam die zich teweerstelt tegen het onversneden materialisme en daarom ondersteuning verdient. Dat was een gedurfde benadering in een gezelschap dat het materiële na aan het hart ligt. De wereld die de bondspresident voor zich ziet is een andere dan wij die kennen. Hij schetste een toekomstbeeld dat verder reikt dan waarmee de alledaagse politiek zich bezighoudt.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.