Mondje open, mondje dicht

Als je een plant was, hoefde je nooit te eten. Je zou zelf namelijk al je voedingsstoffen kunnen maken. Een plant heeft daar eigenlijk maar drie dingen voor nodig: water, lucht, en zonlicht. Water slurpt ie op met zijn wortels die diep in de aarde steken. Wortels zorgen er meteen voor dat een plant stevig in de grond staat zodat hij niet bij elk zuchtje wind omkiepert. Een plant pompt het water vanuit zijn wortels omhoog, via zijn stengel naar de bladeren. En daar gebeurt het. In de bladeren bereidt een plant zijn eten, want daar wordt het water gemengd met lucht.

Hoe komt die lucht in een blad terecht? Doordat een blad adem haalt, net als de mens. Om adem te halen heeft een blad ook longen, alleen zie je die niet. De longen van een plant zitten verstopt onder de bladeren en ze zijn piepklein. Ze heten huidmondjes. Dat is niet zo gek want ze lijken ook wel een beetje op mondjes. Onder elk blad zitten er duizenden. Ze kunnen open en dicht. Als een blad zijn huidmondjes open doet stroomt er lucht naar binnen. De lucht komt bij het water. Het eten kan bijna gemaakt worden. Als laatste heeft een plant ook nog zonlicht nodig. Dat vangt hij op met piepkleine, groene korreltjes die in de bladeren zitten. Elk blad zit er tsjokvol mee, daarom zijn bladeren groen.

Door zonlicht, water en lucht te mengen ontstaat er suiker. En dat is de energiebron van de plant. Dat heeft hij nodig om te groeien. Suiker geeft hem de energie om nieuwe bladeren te maken, om mooie bloemen te krijgen, om zijn wortels te laten groeien en om zaadjes te maken.

Een plant vindt het dus heerlijk om te zonnebaden. Lekker een paar uurtjes zon, en hij kan er weer tegen. Hij heeft veel suiker gemaakt en dat geeft hem energie. Maar een plant krijgt het soms ook erg warm. Zo warm dat het water in de bladeren gaat verdampen. Het verdampte water verlaat de plant via de huidmondjes. Je kunt dat niet zien want waterdamp is een gas. Een plant mag natuurlijk niet teveel water verliezen anders droogt hij uit. En er blijft ook geen water meer over om suiker mee te maken. Daarom moet een plant goed uitkienen wanneer hij de huidmondjes open en dicht doet. Even de mondjes open, lucht inademen, en snel de mondjes weer dicht zodat er niet al te veel water verdwijnt.

Trouwens, als een plant suiker maakt blijft er altijd iets over. Zuurstof. Daar kan de plant niks mee, dus ademt hij het via de huidmondjes uit. Daar zijn alle mensen en dieren heel blij mee, want die hebben zuurstof nodig om te leven. Zonder planten zouden er geen dieren zijn. Stel je voor, geen kippen, honden, merels, kangoeroes, eenden, tijgers, spinnen en paarden. Helemaal niks. Planten worden ook wel eens de longen van de aarde genoemd.

Wil je een plant zien zweten, doe dan een plastic zak over een stengel met bladeren. Sluit de zak luchtdicht af. Controleer de bladeren ieder uur. Als het goed is komen er druppeltjes in de zak. Waterdamp verandert in water.