Les uit Lausanne

HET THEMA WAS doping, deze week in Lausanne, maar eigenlijk ging het om de delicate verhouding tussen overheid en sportwereld. Deze ziet er niet meer hetzelfde uit nadat de Franse justitie de afgelopen zomer ruw heeft ingebroken bij de Tour de France. Het natuurlijke evenwicht is verder verstoord door het Internationaal Olympisch Comité, dat in opspraak is gekomen door corruptie bij de organisatie van de Spelen.

De grote antidopingconferentie, in augustus 1998 officieel door IOC-voorzitter Samaranch belegd, had het aanzien van het Comité wat kunnen opvijzelen. Maar dat heeft anders uitgepakt. Met name de ministers van Sport van de Europese Unie hebben Samaranch ingepeperd dat er geen voortrekkersrol voor zijn organisatie is weggelegd zolang het olympische huis niet op orde is gebracht. Het zal niet eenvoudig zijn dat te realiseren zolang de Spaanse markies vasthoudt aan het voorzitterschap dat hij zo autocratisch heeft vormgegeven.

Dat het IOC wat heeft moeten inbinden hoeft overigens niet noodzakelijk uit te pakken in het nadeel van het internationale antidopinginstituut dat in het leven zal worden geroepen. Hoe breder het draagvlak, des te beter, zou men zeggen. Hoofdzaak is de onafhankelijkheid. Er zijn op het gebied van doping namelijk nogal wat lastige vragen die de officiële sportwereld liever uit de weg gaat.

NEEM ALLEEN AL de definitie van doping, de heilloze spraakverwarring rond toegelaten hightechmethoden en verboden huis-tuin-en-keukenmiddeltjes. Het kan geen kwaad als een internationale denktank op veilige afstand van de diverse sportbonzen daar eens goed naar kijkt. De dopingbestrijding heeft al voldoende rituelen en taboes van zichzelf.

Ook de `nederlaag' van het IOC op het tweede hoofdpunt van de conferentie, de strafmaat voor doping, is slechts betrekkelijk. Er werd aangedrongen op een automatische schorsing van twee jaar voor sportlieden die voor het eerst zijn betrapt. De dreiging van rechtszaken heeft ten slotte de doorslag gegeven om de tweejaarsregel wat af te zwakken. Daarover wordt veel misbaar gemaakt. De koene amateurs onder aanvoering van topschaatser Koss hebben 't moeten afleggen tegen de doortrapte profs van voetbal en wielrennen. De enigen die garen spinnen bij de afgezwakte sanctie zullen de advocaten zijn.

Wat een opwinding om niets. De werkelijkheid van alledag leert dat zelfs de meest absolute van alle sancties, de doodstraf, niet effectief is en vooral een symbolische betekenis heeft. Wie het kwaad werkelijk wil aanpakken moet kijken naar de pakkans en zich niet blindstaren op een afschrikwekkende straf. Een automatisch minimum aan de verbanning van betrapte sportlieden is ook oneerlijk. En dat in een wereld waar fair play juist voorop moet staan. Het houdt helemaal geen rekening met ,,de ernst van het geval en de omstandigheden van de dader'' zoals dat in het strafrecht van alle beschaafde naties gebeurt. Sportlieden zijn ook staatsburgers. Dat is niet zo'n slechte les uit Lausanne.