Jake & Dinos Chapman

Mutanten en genetische maaksels als de stier Herman en menselijke oren die uit een muis groeien – je moet er direct aan denken bij het zien van de `genetisch gemanipuleerde', seksloze etalagepoppen van Jake en Dinos Chapman. De onschuldig ogende kinderen met roze wangetjes die behalve de sneakers aan hun voeten helemaal naakt zijn, zijn in anatomisch afwijkende groepen aan elkaar gelinkt. Fourhead (1997) is een kinderlijf waarvan de nek vier identieke, zwart langharige hoofdjes draagt, bijeengehouden door een anus in het midden. Bij Piggy back (1997/98) zit één kind op de nek van de ander, ze delen één paar armen, en uit de openstaande mond van het onderste gezicht steekt onverwacht een stijve piemel.

Vier etalagepoppen zijn nu te bekijken bij Torch Gallery in Amsterdam. Galeriehouder Adriaan van der Have valt voor individuele, eigenzinnige types als de Chapman Brothers. Dat heeft hij sinds de oprichting van zijn galerie in 1984 altijd gedaan - Teun Hocks, Gerald van der Kaap en Viktor & Rolf zijn enkele kunstenaars uit zijn stal.

De gladde, perfect gemaakte kunsthars paspoppen zijn te interpreteren als anatomisch perverse beelden, als genetische nachtmerries. Een beeld dat op het eerste gezicht helemaal past bij de broertjes, die behoren tot de oogst van de succesvolle YBA's (Young British Artists). Deze groep werd bekend door de tentoonstelling `Freeze' (1988, Surrey Docks, Londen), waarvan kunstenaar Damien Hirst de curator was, en bereikte de top tijdens de sensationele show `Sensation' (1996, The Royal Academy, Londen).

De genetisch gemuteerde `mannequins', zoals zij ze zelf noemen, zijn confronterend, maar laten door het steriele, gepolijste uiterlijk weinig aan de verbeelding over: What you see is what you get. In hun catalogus Unholy Libel schrijven de Chapmans over hun kunst: ,,We fantasize about producing things with zero cultural value, to produce aesthetic inertia – a series of works of art to be consumed and then forgotten.'' De fabrieksmatige perfectie van de serie poppen levert, als je er maar lang genoeg naar kijkt, een standaardisering op in de vorm. En de wetenschap dat er velen van zijn – volgens Van der Have hebben ze er in totaal tussen de 75 en 125 gemaakt – versterkt dit. Het is een standaardisatie die voorbij gaat aan het sensationele; het wordt bijna normaal.

De heftige afwijkingen binnen de eenvormigheid lijken een lokkertje. De schoonheid van hun werk zit niet in het persoonlijke, in de controverse, maar in de esthetiek van de serialiteit, van de herhaling. Ook in de Siamese Skull (1997) en Skull Panels (1997) is dit terug te vinden. In de vier panelen liggen eindeloos veel (ingedeukte) schedels verzonken. En de twee grote als siamees verkleefde schedels op de vloer, zijn met twee botten doorboord. In hun met bloed doorlopen lege oogkassen liggen ook weer schedels, en dit herhaalt zich als het droste-effect.

Op dit moment werken Jake en Dinos Chapman aan een nieuw project: Hell. Een modelspoorbaan-achtig landschap in de vorm van een gigantisch omgekeerd hakenkruis. Een deel van het werk, begin 2000 moet het af zijn, bestaat uit een concentratiekamp waarin androgyne mutanten wraak nemen op hun Duitse Nazi-voorouders. Of de afslachting van SS-ers een gevoel van verdiende loon of juist medelijden zal oproepen, is maar de vraag. Ook in Hell zal de nihilistische kwaliteit van hun werk aanwezig zijn.

Jake & Dinos Chapman, t/m 27 februari. Torch Gallery, Lauriergracht 94, Amsterdam. Do t/m za: 14-18.00 u.