Inflatienederlands

Het ging over het `Poldernederlands', vooral gesproken door jonge vrouwen die het gemaakt hadden. In het literaire tijdschrift Noordzee had ik daarover een interessant artikel gelezen, geschreven door Jan Stroop. Bij de uitgever, de Sdu, vroeg ik of er nog meer nummers waren verschenen. De woordvoerder had nog nooit van Noordzee gehoord. Maar ik had het zelf gezien. Dat zou dan aan mij gelegen hebben. Het deed me denken aan de film Gaslight waarin iemand Ingrid Bergman krankzinnig probeert te maken door haar te vertellen dat ze niet gezien heeft wat ze wel gezien heeft. Toen sprak ik iemand die me vertelde dat Noordzee in voorlopige redactionele ruzies is gestrand. Intussen had de uitgever mij de volledige verhandeling van Jan Stroop gestuurd: Poldernederlands waardoor het ABN verdwijnt (Contact, 1998). Het is een mooi, veelomvattend essay waarin je vaak `jezelf leest', d.w.z. ervaringen van de schrijver tegenkomt die je ook zelf als luisteraar in het openbaar vervoer en naar de radio maar al te vertrouwd zijn. Vandaar dat je gaat zoeken naar meer van wat je zelf ook was opgevallen.

Stroop heeft het over de klanken, vooral de aa die in aai, en de ee die in ei verandert. De context waarbinnen de veranderingen zich voltrekken, komt zijdelings ter sprake, namelijk in de voorbeelden. Zo citeert hij Sharon, een 27-jarige politica, geboren in Groningen, wonend in Enschede. ,,Ik denk dat als je kaaikt naar wat daar geschetst wordt dat het heil belangraaik is dat je daar ouk overeinstemming ouver hebt.'' Je hoort het haar zeggen, niet alleen de klinkers maar deze hele ingewikkelde volzin die met de helft kan worden bekort zonder dat de betekenis geweld wordt aangedaan. ,,Je moet het eens zijn over wat daar aan de orde is,'' wilde Sharon zeggen.

Ik opper dat wat Stroop Poldernederlands noemt, een verschijningsvorm van het inflatienederlands is. Er zijn woorden als belangrijk, fijn, goede of goeie die opzichzelf niet meer van voldoende kracht door de gebruiker worden bevonden. Er moet meer impact aan worden verleend en dat doe je door er heel, erg of ontzettend voor te zetten. ,,Mag ik u een heil ontzittend faine avond winsen.'' `Poldernederlands' is voor de gebruiker één van de middelen om het belang van het gezegde en daarmee zichzelf op te waarderen. Dit is dan weer in overeenstemming met Stroops opvatting dat het ontstaan dit Nederlands niet kan worden verklaard zonder daarbij de invloed van de emancipatie mee te rekenen.

Hoofdstuk 9 begint met de volgende zinnen: ,,Er zijn mensen die het Poldernederlands plat noemen en er zich aan ergeren. Dat is natuurlijk heel subjectief, maar wel menselijk.'' Dit bedoel ik. Denk natuurlijk en heel weg, en lees de zin nog eens. Staat er dan iets anders? Nee. Er wordt wel iets duidelijker: dat de schrijver menselijk en subjectief als een tegenstelling ziet. Zeg maar. Afgezien daarvan, het is waar. Iemand heeft me per elektronische boodschap zelfs laten weten dat hij de `poldernederlands' sprekenden het liefst levend begraven zou zien.

En dan nog één opmerking. Er vestigt zich een à-klank die zweemt naar de heldere aa, maar vèr verwijderd is van de aai der jonge vrouwen d.h.g.h. Het is een à, uitgesproken met onbeschroomd geopende mond en dan de mondhoeken iets verder achteruit getrokken. Fonetisch gespeld probeer ik het als in Nederláhnd. (Dus niet: Nederlaand). Aangetroffen bij Hennie Stoel, Andrée van Es en een mevrouw die over het algemeen alleen met haar stem in het Journaal aanwezig is. (Voor alle zekerheid: geen van de dames wens ik iets slechts toe).

Stroop is van mening dat het `Poldernederlands' blijft. Want: ,,Hoe zou je een situatie waarin moeders van veertig met hun kinderen Poldernederlands spreken, nog ooit kunnen veranderen?'' Spijkers op laag water zoekend vind ik dat ooit te ver in de toekomst reikt, maar voor degenen die horen tot de generatie van het ABN en er bezwaren tegen hebben is het vechten tegen de bierkaai. En, vrees ik, hetzelfde geldt voor inflatienederlands.

Zo kom ik tenslotte vanzelf op alle samenstellingen met polder. Niet zolang geleden werd daarmee verwezen naar een waterbouwkundige hoedanigheid (poldergemaal, bestuur, dijk, enz.) of een mensentype (polderjongen). Toen werd het `poldermodel' ontdekt, een politiek-economisch systeem waardoor Nederland zich gunstig zou onderscheiden van de rest van de wereld. Alle nieuwe samenstellingen met polder kregen die typische Nederlandse arrogantie die het volk in het buitenland tot hossen brengt. Dat er in Nederland minder te hossen valt dan dit `model' doet verwachten, wordt iedere week op een andere manier duidelijk. `Poldernederlands' is neutraal. Voor alle zekerheid zet ik het toch tussen aanhalingstekens.