Ieder apparaat op het huisnetwerk

Computerfabrikant Sun heeft een visioen: alle huishoudelijke apparaten, consumentenelektronica en computeronderdelen kunnen via een netwerk op elkaar worden aangesloten. En wel op zo'n manier dat elk apparaat elk ander apparaat automatisch herkent en op de juiste manier behandelt. Voorbeelden: een digitale camera zou vanzelf de printer lokaliseren om een foto af te drukken. De telefoon zou gebruikt kunnen worden om op afstand hetzij de verwarming aan te zetten, hetzij de onvermijdelijke magnetronoven. Sun zelf heeft een systeem ontwikkeld, genaamd Jini, dat dit wonder mogelijk maakt.

Jini is volgens Sun marktrijp. Vorige week heeft het bedrijf in San Francisco Jini gepresenteerd, en een indrukwekkende lijst met licentienemers gepubliceerd. Daarop staan onder andere America Online, Bosch Siemens, Bull, Canon, Ericsson, Kodak, Motorola, Novell, Nokia, Philips, Samsung, Seiko, Epson, Sharp, Sony, Toshiba en Xerox, en verder veel makers van computers en computeronderdelen. Deze bedrijven zouden Jini in hun producten willen opnemen. Philips en Sony hebben verklaard dat hun systeem voor het laten samenwerken van consumentenelektronica HAVi (Home Audio/Video interoperability) goed met Jini te verenigen valt.

Hoe werkt Jini dan wel? Op het ogenblik kan het geluid van een televisie afgespeeld worden door een stereo-installatie, maar alleen als de bezitter met een aparte draad een verbinding heeft gemaakt, en met de hand de versterker in de juiste stand heeft gezet. Zijn beide voorzien van Jini en aangesloten op hetzelfde netwerk, dan regelen ze alles zelf. Dan maken zij aan alle andere apparaten op het netwerk bekend wie ze zijn en inventariseren ze zelf wat voor toestellen ze in hun omgeving aantreffen. Daarna is het voldoende de tv opdracht te geven zijn geluid naar de speakers te sturen. De twee betrokken systemen zullen weten waar de ander is en wat voor signalen deze nodig heeft.

Wil het wat worden met Jini, dan moet de hele inventaris van het huis op de schop en het huis zelf ook. Er moet namelijk een netwerk liggen dat alle apparaten met alle andere apparaten verbindt, en dat het huis dus net zo fijn dooradert als het lichtnet. Dat moet door de bewoner worden aangelegd en uitgebreid met elke toevoeging aan zijn machinepark, of het moet al tijdens de bouw in de muren worden geïntegreerd. De toestellen zelf moeten voorzien zijn van software die de communicatie regelt en moeten dus ook een kleine computer aan boord hebben. Geen enkel bestaand apparaat is geschikt voor Jini. Volgens Sun is er 640 kilobyte aan ingebakken software nodig. Dat is veel minder dan een moderne pc heeft om zijn randapparaten te besturen: het besturingssysteem Windows 98 vereist het vijftigvoudige aan werkgeheugen en het vijfhonderdvoudige aan ruimte op de harde schijf. Jini belooft verder een einde te maken aan de installatieprocedures en hardwareconflicten die pc-gebruikers nog altijd teisteren.

Het opmerkelijke van het Jini-systeem zoals Sun het voorstelt is dat er geen centraal besturend apparaat is. Om een plaatje van een scanner op een monitor te krijgen is het nodig dat de pc aan staat en dat allerlei programma's actief zijn. Een Jini-scanner zou direct zijn beeld naar een Jini-tv kunnen sturen.

Jini is de zoveelste poging van Sun en zijn topman Scott McNealy om Microsoft beentje te lichten. Eerdere pogingen hiertoe waren de netwerkcomputer en de programmeertaal Java. Van de netwerkcomputer, een computer met een uitgekleed besturingssysteem die zijn software van een netwerk zou halen en niet van een eigen harde schijf, wordt niet veel meer vernomen.

Van Java des te meer. Het is een belangrijke standaard voor ontwerpers van pagina's op Internet. Met software in Java die op elke soort computer zou kunnen draaien, wil het niet zo vlotten; het is de vraag of die belofte ooit wordt ingelost. Jini is een nieuwe toepassing van Java: de 640 kB besturingssoftware is in deze taal geschreven. De naam Jini is niet zomaar gekozen. Het woordbeeld lijkt op dat van Java en de klank is die van `Genie', een sympathieke Oosterse geest.

Uiteraard zit Microsoft niet stil. Met een plan genaamd `Universal Plug and Play' probeert Microsoft iets soortgelijks te bereiken: aansluiten van alle denkbare apparaten op een huisnetwerk, maar dan met een van Windows voorziene pc als spil. Jini heeft het voordeel dat het rijp is – bij de presentatie van Sun zijn verschillende werkende voorbeelden gedemonstreerd, zoals een printer, een camera, een vestzakcomputer en zelfs een Jini-vaatwasser, die persoonlijk de monteur kan waarschuwen in geval van een defect. Een ander voordeel van Jini is dat het geen last van het verleden met zich mee torst, zoals Windows. Daarom, en vanwege de geringe omvang van de programmatuur, is de hoop gerechtvaardigd dat Jini relatief betrouwbaar is.

Microsoft zal niet zonder slag of stoot terrein prijs geven aan Sun. Universal Plug and Play zal ongetwijfeld in recordtijd worden ontwikkeld, en daarna worden gemarket of het leven van het bedrijf ervan afhangt – wat wel eens het geval zou kunnen zijn.

Er is dus weer een oorlog tussen standaarden ophanden, en daarbij zijn Microsoft en Sun niet de enige spelers. Ook Hewlett-Packard, Lucent, Intel en IBM hebben systemen, of werken daaraan, om apparaten van allerlei soort aan elkaar te knopen. Het is niet uitgesloten dat sommige fabrikanten aan meer dan één standaard zullen meewerken, om hun belangen te spreiden. Philips bijvoorbeeld is ook betrokken bij Universal Plug and Play. Dat zou kunnen leiden tot apparaten die geschikt zijn voor meer dan één systeem.