Hemelse muziek met een aards einde en glansrol voor tenor

Hemelse muziek zit in de lift. Eind januari klonk Nymans hymne My father gave me heaven, maandag is er in het Concertgebouw een manifestatie `Hemelse Muziek' en begon woensdag in het Arnhemse Musis Sacrum het Nederlands Kamerkoor een tournee met een concert onder de titel The marriages of heaven and hell.

De titel van Joep Franssens compositie Harmony of the spheres is niet toevallig. Franssens ontpopt zich steeds duidelijker als een aanhanger van de nieuwe spiritualiteit. Harmony of the spheres is geschreven voor achtstemming gemengd koor op een tekst uit Spinoza`s Ethica, die begint met `het is mensen bovenal van belang onderling banden te smeden'. De band met Franssens werk is evident: Ligeti's Lux Aeterna voor zestienstemming koor. Ook Franssens bouwt vanuit het centrum traag op naar de hoogte en blijft dan hangen op een uitgedunde klank om vanuit de laagte weer opnieuw op te bouwen. Aan het slot sterven alle stemmen langzaam weg en keert het koor het publiek de rug toe. Ligeti laat de dirigent aan het eind nog zeven maten rust doorslaan om de sfeer niet wreed te verstoren.

Bij Ligeti en Franssens speelt de herontdekking van de harmonie een rol, zij het vanuit een veelgelaagde, onhoorbare polyfonie, die bij Franssens wat simpeler is uitgewerkt. Nu heb je allerlei soorten muziek: soepel als een sneeuwpanter (Schat, Loevendie), in de snaakse motoriek van een snelwandelaar (Janssen, Termos), ingenieus en slim als een wipwatermolentje (Rijnvos, Adriaansz) om enkele markante voorbeelden te noemen. Bij Franssens echter ontbreekt de pulsering, er zijn geen maataccenten, er is zelfs geen tempo. Alles wat een vloeiende beweging in de weg staat is uitgebannen. Toch is deze muziek vanwege de dynamiek verre van koel en de vorm is prachtig uitgekiend, precies goed van timing. Dit laatste kon niet gezegd worden van Bo Holtens zwalkende The marriage of heaven and hell, eveneens een première. Wat deze bleke en in een solo ronduit bête koorklanken met de fantastische poëzie van William Blake van doen hebben bleef mij volstrekt onduidelijk.

Gelukkig was er na de pauze een heel wat overtuigender aardse afsluiting. Na Sibelius' sublieme Rakastava opus 14, waarvan vele versies bestaan, hier uitgevoerd in die voor gemengd koor uit 1898, volgde Karelian Destiny uit 1986-89 van de Estlander Veljo Tormis (1930), sluitstuk van een grote cyclus. En wat klonk deze muziek fier, frank en vrij met een glansrol voor de tenor Marcel Beekman! Dirigent Tönu Kaljuste, een Estlandse Pärt-specialist kent de muziek door en door. Vóór de pauze waren er wat haperingen, stemmen die niet aansloten, een schokkerig decrescendo. In het verloop van de lange tournee zal dit zeker worden bijgetrokken.

Concert: Nederlands Kamerkoor o.l.v. Tönu Kaljuste. Werken van Franssens, Holten, Sibelius en Tormis. Gehoord 3/2 Musis Sacrum Anrhem. Herh.: 5/2 Pieterskerk Utrecht; 6/2 Oosterpoort Groningen; 7/2 Breda; 10/2 Alkmaar; 11/2 Enschede; 13/2 Beurs van Berlage Amsterdam.

    • Ernst Vermeulen