Geen beroep in rechtszaak voorkennis

Het Openbaar Ministerie heeft het hoger beroep tegen één van de acht verdachten in de BolsWessanen-zaak vanochtend ingetrokken. Volgens officier van justitie H. de Graaff zou de zaak tegen D.W. de R., die in 1994 en 1995 met gebruik van voorkennis zou hebben gehandeld in opties op aandelen in het dranken- en spijzenfonds, geen kans van slagen hebben bij het gerechtshof.

De Amsterdamse rechtbank sprak in juli vorig jaar zeven verdachten in dezelfde zaak vrij wegens gebrek aan bewijs. In de zaak tegen de achtste werd de rechtbank niet ontvankelijk verklaard.

De R. handelde niet persoonlijk maar liet een deel van zijn vermogen beheren door de oprichters van de beleggingsvereniging Triple Sec, allen verdachten in de zaak. Hij verdiende 54.500 gulden aan de verdachte transacties.

De R. zal nu een schadeclaim indienen bij het Openbaar Ministerie. In tegenstelling tot de meeste andere verdachten in deze zaak werd hij met veel vertoon, in bijzijn van familie en buurtgenoten, thuis gearresteerd. De rechtbank heeft dit in het vonnis van afgelopen zomer onrechtmatig verklaard.