Feilloos links

Voor de vijfde keer ben ik in Ierland en nog nooit heb ik me hier anders dan lopend in het verkeer begeven. Voor de langere afstanden pak ik trein of bus.

Of, nee, toch niet. Eén keer heb ik hier gefietst. Dat was in de zomer van 1997. Ik was zoals gewoonlijk te voet en logeerde in een B&B die wel erg landelijk was gelegen. In de verste verte niets dan weilanden en akkers. Toch moest ik die avond voor een afspraak in een pub zijn, in een dorp zo'n vijf kilometer verderop. De gastheer was zo vriendelijk me de mountainbike van z'n zoon te lenen. En zo zoefde ik 's avonds bergafwaarts naar de pub en slingerde ik diep in de nacht weer naar boven, naar m'n bed. Verkeer was er niet veel, maar het hamerde door m'n hoofd: Links rijden! Links rijden! Ze rijden hier links! Ik deed het en het kostte me geen moeite.

Nu huur ik op het vliegveld van Dublin voor het eerst een auto. Ik maak de deur open. Geen stuur!

Een fractie van een seconde later realiseer ik me dat ik me nog zo had voorgenomen aan de goede kant in te stappen. De huurauto is beter voorbereid op bezoek van het continent. Op de kilometerteller staat in vier talen: `Drive on left. Links fahren. Conduire à gauche. Guida a sinistre'.

Ik kruip achter het stuur en grijp naar de versnellingspook. M'n rechterhand zweeft secondenlang door de lucht. Maar ik vind vanzelfsprekend niets. Nee, rund, links, scheld ik op mezelf. De eerste meters op het parkeerterrein zwaai ik van links naar rechts en weer terug. Net voor de uitrit weet ik het. Ik blijf achter een vrachtwagen kleven in de hoop dat die ook naar het noorden gaat, richting Belfast. Maar helaas, hij gaat rechtsaf. Volledig gedesoriënteerd zet ik de reis voort. Och hemeltje lief, een rotonde. Ik twijfel, begin het warm te krijgen. Wie heeft hier voorrang? Wat stond er op dat stomme bord? Welke kant moet ik op? In een flits zie ik Belfast staan en ben ik op weg.

Langzaam krijg ik enig zelfvertrouwen. Ik haal in, ga harder rijden, kijk niet meer de verkeerde kant op voor ik een weg oversteek.

Het gaat goed juicht m'n hart. In m'n overmoed realiseer ik me te laat dat er een veel groter probleem is in Ierland. En dat is dat de wegen er smal zijn, erg smal. Ik rij feilloos links, zó feilloos, dat ik voor de avond is gevallen mijn linker buitenspiegel kwijt ben.