EZ legt stroomsector kostenverdeling op

Minister Jorritsma (Economische Zaken) legt de vier elektriciteitsproducenten in Nederland wettelijk op, hoe de openstaande kostenposten uit het verleden verdeeld moeten worden. De energieproducenten hebben onderling geen overeenstemming weten te bereiken over de verdeling van deze miljardenkosten.

Dit schrijft Jorritsma in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer die zich bezighouden met de liberalisering van de elektriciteitssector. De minister heeft gisteren nog een ultiem gesprek gevoerd met de producenten, maar dat heeft niets opgeleverd. ,,We komen er als bedrijven gewoon niet uit. Iedereen kiest zijn eigen koers'', zei een woordvoerder van de Samenwerkende elektriciteitproductiebedrijven (SEP) vanmorgen.

Het geschil draait om de niet-marktconforme contracten, ook wel `bakstenen' genoemd, die stammen uit de tijd dat de overheid zich nog intensief met de energieproductie in Nederland bemoeide. Mede om milieuredenen zijn indertijd kostbare contracten gesloten voor onder meer de stadsverwarming en een kolenvergassingscentrale. De kosten daarvan zijn tot nu toe gedragen door de SEP, waarin de elektricteitsproducenten gezamenlijk zijn vertegenwoordigd.

Met de liberalisering van de elektriciteitsector wordt de SEP uitgekleed en moeten de vier bedrijven zelf opdraaien voor de `bakstenen'. Dat is problematisch doordat de producenten niet in staat zullen zijn die investeringen terug te verdienen op de vrije markt. Het ministerie van Economische Zaken heeft toegezegd de kosten te compenseren voor naar schatting 4,7 miljard gulden. De producenten zelf menen 17 miljard nodig te hebben.

ACHTERGROND17