Een laatste kosmopoliet bouwt een barricade

Vorige week heeft de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum een eredoctoraat gekregen aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. In een omgeving die steeds patriottischer wordt, houdt zij het kosmopolitische vaandel hoog.

Even is Martha Nussbaum van haar stuk gebracht. Haar is gevraagd of zij zich kan voorstellen ooit overtuigd te worden van de juistheid van een conservatief standpunt. Ze moet even aan de gedachte wennen. ``Als de argumenten krachtig genoeg zijn, waarom niet? Ik ben geen extremist. Ik ben voortdurend in discussie met libertarians (die een zeer grote persoonlijke vrijheid en minimale staatsbemoeienis voorstaan) en als ze goede argumenten hebben voor draagmoederschap of klonen, waarbij ze persoonlijke contractvrijheid verdedigen, kan ik me best laten overtuigen. Vooral op gebieden, zoals klonen, waarop ik nog geen welomschreven visie heb.'

Over de toelaatbaarheid van klonen heeft ze zojuist een bundel gepubliceerd met bijdragen uit verschillende hoeken, maar dat is niet de voornaamste reden waarom zij in Amerika in het hart van de maatschappelijke discussie staat. In haar recent als paperback verschenen Cultivating Humanity houdt ze een pleidooi voor een verbreding van het universitaire onderwijs. Dat moet niet alleen goede vakmensen opleiden, maar ook verantwoordelijke burgers, die een open oog hebben voor de veelkleurigheid van de samenleving.

Onderwijs moet studenten niet alleen `menselijkheid' bijbrengen door begrip te kweken voor de situatie van andere groepen en personen, meent Nussbaum, maar ook leren dat de `mensheid' één geheel vormt en dat kosmopolitisme daarom tot de standaard-deugden van de moderne burger behoort. Ook met dat standpunt maakte ze in Amerika, waar patriottisme onder academici salonfähig geworden is, een felle discussie los. wegens die humanistische overtuiging kreeg ze vorige week in Utrecht een eredoctoraat van de Humanistische Universiteit. Na afloop van moest ze halsoverkop het vliegtuig weer in om in San Francisco een prijs voor Cultivating Humanity in ontvangst te nemen.

Kennis krijgen van andere culturen en tradities, binnen eigen land en daarbuiten, is volgens Nussbaum een van de belangrijkste opgaven van het huidige onderwijs. In haar boek maakt ze zich sterk voor nieuwe studierichtingen die aan Amerkaanse universiteiten zijn ontstaan: culturele studies, vrouwenstudies, Afro-amerikaanse, gay and lesbian studies. Ze bezocht tientallen universiteiten en constateerde dat het academische niveau van deze richtingen – anders dan conservatieve critici menen – doorgaans hoog is en de discussies in de collegezalen met grote openheid en ernst worden gevoerd. Dat brengt vastgeroeste overtuigingen in beweging, zegt ze. Haar boek, een mengsel van academisch betoog en journalistiek verslag, voert tientallen studenten op wier meningen (over homo's, over vrouwen) daardoor zijn veranderd.

Tragische passie

Wel veranderden ze altijd in dezelfde richting: die van de verlichte en progressieve visie waarvan Nussbaum in haar inmiddels omvangrijke oeuvre (zes boeken, ruim tien geredigeerde bundels, zo'n tweehonderd artikelen in belangrijke tijdschriften) ook zelf getuigt. Vandaar de vraag naar de mogelijkheid van een conservatief succesje bij haar, want als het gesprek werkelijk zo open is – `socratisch', noemt ze het zelf – zou dat niet bij voorbaat mogen worden uitgesloten. Dat haar concessie aan de libertarians nog geen hard-core conservatisme oplevert, realiseert ze zich. Maar dat zijn nu eenmaal de conservatieven waarmee ze dagelijks in discussie is: haar eigen dochter is er een. En dan, in lichte radeloosheid mijmerend: ``What conservative position could I be persuaded to...?'

Martha Nussbaum werd in 1986, bijna veertig jaar oud, op slag beroemd met haar lijvige boek The Fragiligy of Goodness, waarin ze een studie van de Griekse filosofie combineerde met een intrigerende lezing van de Griekse tragedies. Filosofie en literatuur zijn van jongs af aan haar passies geweest. ``Toen ik twaalf was, was ik al geïnteresseerd in bepaalde filosofische problemen: wat zijn emoties, hoe beïnvloeden ze het redelijk denken, hoe moeten we kiezen tussen twee verplichtingen die elkaar uitsluiten? Op school kwam ik in aanraking met de Griekse filosofie en de tragici en zag hoe levendig dat soort vragen bij hen aan de orde kwamen. Ik was dol op Grieks en Latijn, en daarin ben ik doorgegaan.'

Ze vertelt het met een melodische alt, die een professionele training verraadt. In haar jeugd heeft ze een jaar lang toneellessen gevolgd. Ze speelde Griekse tragedies in een professionele theatergroep,om weg te komen uit haar milieu: een beklemmende upper-class gemeenschap waarin niemand ooit zijn emoties liet gaan en je nooit een ander soort mensen tegenkwam. Haar uitspraak heeft nog altijd de bijna Britse klank van dat milieu, haar kleding verraadt een zorgvuldige elegantie die contrasteert met de witte sportschoenen eronder.

In de toneelwereld verdwenen de barrières van klasse of ras. Het was de enige plek waar ze zwarten ontmoette. Maar na een jaar besefte ze dat ze liever zelf over toneelstukken schreef dan teksten van anderen voor te dragen. En misschien was ze ook wel niet zo'n goede actrice. Ze ging terug naar de universiteit (New York en Harvard) en promoveerde in 1975 op Aristoteles. Daarna volgden de top-universiteiten elkaar op. Ze doceerde in Harvard en Brown, allebei in Boston, en sinds 1995 in Chicago, aan de rechtenfaculteit.

Ja, zegt ze, acteren heeft ook in haar filosofisch werk zijn sporen nagelaten. ``Het leert je menselijke beweegredenen op een andere manier te begrijpen. En het maakt je duidelijk dat het intellect bij dat begrijpen op zijn grenzen stuit.' Ze vertelt over een dialoog die ze geschreven heeft waarin zij haar eigen vader en moeder opvoerde. ``De dialoog moest over emoties gaan, waarover ik nu een boek aan het schrijven ben, en werd vanzelf iets heel persoonlijks. Mijn eigen vader door een professionele acteur opnieuw tot leven gebracht, de dood van mijn moeder... Zien wat er met jou gebeurt wanneer iemand jouw script neemt en er werkelijkheid van maakt. Zo'n ervaring had ik nog nooit gehad. De tranen rolden over mijn gezicht.'

Inwendige storm

Emoties, zegt ze, zijn geen bijkomstigheden. Ze maken ons duidelijk wat voor ons in de werkelijkheid echt belangrijk is. ``Als ik diep bedroefd ben bij de dood van een familielid, is dat niet zomaar een storm in mijn maag of een fysieke stoornis; het is een manier om bijvoorbeeld mijn moeder te zien als iets dat voor mijn leven onontbeerlijk is. Emotie is een soort geografie van de waarde die we aan mensen en dingen hechten. Dat betekent wel dat we daarbij overgeleverd zijn aan het noodlot, want al datgene waaraan we hechten kan worden weggevaagd. Al het goede is breekbaar in een wereld die we niet volledig onder controle hebben.'

Dat laatste hebben ook de Griekse filosofen scherp gezien, schrijft ze in The Fragility of Goodness. Maar ze hebben er niet altijd goed op gereageerd. Plato en de Stoïcijnen trachtten zich immuun te maken voor de wispelturigheden van het leven door de innerlijke deugd uit te roepen tot het enige wat er in een mensenleven toe deed. ``Maar', aldus Nussbaum, ``ik geloof dat minstens sommige dingen die mensen in de wereld koesteren wel degelijk de enorme waarde hebben die ze eraan toeschrijven. Niet alles, natuurlijk. De Stoïcijnen hadden gelijk dat mensen veel te veel investeren in eer, geld, status, en zich daar nodeloos aan uitleveren. Maar bij mensen van wie je houdt ligt dat heel anders, en je verminkt de wereld wanneer je dat wilt ontkennen om jezelf onaantastbaar te maken voor het ongeluk. Op dat punt hadden ze het bij het verkeerde eind.'

Aristoteles is in dat boek haar `held', omdat hij zich niet zo laat meeslepen door het verlangen het `goede' in het leven veilig te stellen. ``Filosofie had de pretentie de emoties, en geluk en ongeluk, niet alleen te bestuderen, maar ook te beheersen. Daarmee sneed ze bepaalde wegen af. Maar Aristoteles zegt: `Hier laten we bepaalde ruimten open. We erkennen dat sommige dingen waarde hebben, ook al hebben we ze niet helemaal in onze greep.' Ik denk dat hij daarom zijn toevlucht neemt tot poëzie. Want daarin komt de volle betekenis en schoonheid van die ervaringen tot uitdrukking, juist omdat poëzie ze alleen maar wil onthullen en niet wil domineren. Aristoteles zegt: `Poëzie is filosofisch, omdat ze laat zien wat er met een goed mens allemaal gebeuren kan. Daarin leren we te begrijpen waar het in een mensenleven om gaat'.'

``Het is', vervolgt ze, ``niet vreemd dat tragedies, vooral die van Seneca, zo vaak draaien om verraad. Hij wil je laten zien dat je allerlei verschrikkelijks kan overkomen zodra je van iemand houdt. Niet omdat jij iets slechts doet, maar omdat die ander dat doet. Zijn heldinnen zijn meestal deugdzame echtgenoten die hun man goed hebben behandeld, maar door hem worden verlaten en dan veranderen in wraakzuchtige monsters. Dat gebeurt. Maar we kunnen nu eenmaal niet zeggen: `Ik houd van die en die persoon en ik zal nooit wraakzuchtig worden.' Want liefde kan bij zulk een verraad omslaan in haar tegendeel; dat is de keerzijde van de waarde die we in de liefde aan een persoon toekennen'

Maar daarin blijkt volgens Nussbaum ook dat we het niet bij emoties kunnen laten. Woede kan, aan zichzelf overgeleverd, een vernietigende uitwerking hebben op iemands leven; daarin hadden de Stoïcijnen gelijk. ``Woede is een verschrikkelijke emotie die iemands bestaan kan vergiftigen. Kijk naar mensen in Amerika die roepen om de doodstraf. Misschien omdat hun kind is vermoord. Dat is verschrikkelijk, want je ziet hoe de menselijkheid in hen volkomen is vernietigd. Natuurlijk, als mijn dochter vermoord werd, zou ik het meest verschrikkelijke verdriet voelen. Maar ik zou niet willen dat de moordenaar naar de gaskamer werd gestuurd. Want dat brengt mijn dochter niet terug en niemand is er uiteindelijk bij gebaat.'

``Ook aan woede moet een grens worden gesteld, omdat hij niet productief is. Ik herinner dat ik een keer in de gym op Sports TV een interview zag met Michael Jordan: ik ben een fan van de Chicago Bulls. Ze vroegen hem naar zijn gevoelens over de dood van zijn vader en of hij de moordenaar terechtgesteld wilde zien. Hij antwoordde: `Nee, zo dacht ik vroeger wel, maar nu niet meer. Dat zou niets goeds opleveren en mijn vader ook niet terugbrengen.' Fantastisch!, dacht ik toen: alle jonge mensen in Amerika kijken hiernaar en krijgen nu eens een goed voorbeeld. Als je zo'n houding rationeel wilt noemen, vooruit, maar dan wel in de goede zin van het woord: als een juiste manier om om te gaan met gevoelens van rouw, op een manier die sociaal productief is en niet destructief.'

Daarom vindt ze dat literatuur en filosofie elkaar nodig hebben: de een om ons te wijzen op de beperkingen van het intellect en de eigen kennis die de emoties ons geven, en de ander om kritische vragen te stellen, helderheid te scheppen waar onduidelijkheid heerst en ook van haar kant grenzen te stellen aan de emotie. De literatuur zelf heeft daarvoor de instrumenten niet, meent ze. ``De dialoog die ik schreef, ging over emoties en daarin moet je allerlei onderscheiden aanbrengen. Maar in de gesprekssituatie die ik in dat stuk opriep, gaat mijn moeder niet naar zo'n technische uiteenzetting zitten luisteren. En toch zijn die nodig, wil je goed begrijpen waar je het over hebt.'

Afhankelijkheid

Ze is het dan ook oneens met de filosoof Richard Rorty, die meent dat onze morele overtuigingen alleen langs emotionele weg tot stand komen en argumenten daarbij machteloos staan. Heeft Rorty de filosofie inmiddels opgegeven om alleen nog maar te wijzen op de morele lessen die de literatuur ons leert, Nussbaum ziet de rede tot veel meer in staat. ``Mensen veranderen hun opinie wel degelijk op grond van argumenten.Ik zie dat dagelijks in de collegezaal gebeuren. Meestal langs de socratische weg: omdat ze inzien dat hun opvattingen intern tegenstrijdig zijn, of omdat je bepaalde begrippen niet goed hebt onderscheiden en daardoor verwarring ontstaat. Wanneer de doodstraf wordt bediscussieerd, of abortus, zie je dat daardoor de standpunten in beweging komen. Misschien werkt dat niet op het meest fundamentele niveau. Je kunt iemand er niet met filosofische redeneringen van overtuigen dat hij niet van zijn moeder houdt. Maar in het algemeen gesproken ziet Rorty dat volgens mij volstrekt verkeerd.'

Filosofie en literatuur nemen in het leerprogramma dat Nussbaum in Cultivating Humanity verdedigt een belangrijke plaats in. Net als de verschillende `studies' stimuleren ze aan de ene kant de verbeeldingskracht en aan de andere kant de kritische evaluatie. Geen van beide mag ontbreken, want zonder verbeelding en empathie leert niemand zich in andere personen of culturen verplaatsen. Maar zonder kritiek zinkt die verbeeldingskracht weg in een betekenisloze bewondering van de andere of – misschien nog erger – de eigen identiteit. Dan komt het gesprek waarin volgens Nussbaum de gezamenlijke `menselijkheid' moet worden gevonden, niet eens op gang.

``Ik denk dat er op dat laatste punt enige reden tot zorg is. Soms zie je dat zo'n study tendeert naar een politics of identity, waarin de ervaring van de Afrikaans-Amerikaanse bevolking niet meer wordt onderwezen, omdat iedereen daar kennis van moet nemen, maar om Afrikaans-Amerikaanse studenten zich daarbij goed te laten voelen. Maar als je zo'n vak geeft, betekent dat niet dat je alles zomaar moet toejuichen. Bovendien worden andere studenten daar dan van uitgesloten, terwijl juist zij zo'n horizonverbreding vaak het hardste nodig hebben. Een collegezaal die niet pluralistisch is en waar niet iedereen zich kan thuisvoelen, is geen kritische collegezaal.'

Gemeenschappelijk

In Cultivating Humanity komt een `Bildungs-ideaal' naar voren dat is aangepast aan multiculturele tijden, maar dat net als de Verlichting vooral kijkt naar wat de mensheid gemeenschappelijk heeft. Hoe verschillend culturen ook mogen zijn, fundamentele behoeften van vrijheid, veiligheid en vriendschap zijn in Nussbaums visie wereldwijd herkenbaar. Daarmee verzet ze zich tegen de radicale vleugel in de Amerikaanse culture wars, die meent dat de mensheid doorsneden wordt door onherleidbare verschillen. Maar ze keert zich ook tegen het patriottisme bij academici als Rorty, die in zijn pamflet Archieving our country opriep tot een nieuw (links-)nationaal besef. In een geruchtmakend artikel in de Boston Review pleitte Nussbaum in 1994 voor kosmopolitische waarden, die boven de specifieke gehechtheid aan groep of land uitstijgenn.

Natuurlijk, geeft zij nu toe: ``Iedereen is op allerlei manieren aan plaats en groep gebonden. Maar dat is iets heel anders dan jezelf primair te definiëren in nationale termen. Wat ik heb willen bekritiseren was de houding: `My country, right or wrong' Tijdens de oorlog in Vietnam werd dat voortdurend gezegd om mensen die kritiek uitten in een hoek te zetten. Ik denk dat dat soort patriottisme geen plaats heeft in de moderne wereld, waarin we allemaal samen moeten leven. En `Amerikanen' zijn we ook maar in een heel beperkte zin. We horen allemaal bij heel verschillende groepen. Ik ben een zuster, een partner, een moeder, een lid van vier universiteitsfaculteiten, ik heb een identiteit als vrouw, als joodse, als heteroseksueel, als inwoonster dan Illinois en Chicago.'

``In verschillende contexten komen verschillende aspecten naar voren, maar sommige daarvanzijn bij voorbaat al grensoverschrijdend. Het is niet gek dat ik me meer verwant voel met vrouwen op het platteland van Bihar, in India, waar ik vaak kom, dan met veel mannen uit Chicago. Ik denk dat Rorty vooral wil benadrukken op welk een gecompliceerde manier al die identiteiten dooreen geweven zijn. Maar ik denk dat je dat alleen maar op een coherente manier kunt doen in termen van wat menselijk is. Dat is wat communicatie mogelijk maakt tussen de meest uiteenlopende talen en culturen.'

``In Amerika hoort men dat nog altijd niet graag', verzucht ze, ``en dan word ik in de Wall Street Journal afgebrand wegens mijn kosmopolitisme, omdat ik geen goede patriot zou zijn. Als ik het in de jaren vijftig geschreven had, zou ik waarschijnlijk geëindigd zijn voor de House Committe on Un-American Activities. Echt, ik maak geen grapje. Wat de universiteiten aan verbreding van het curriculum doen, verdient dan ook het grootste respect. Ze winnen er niets bij en kunnen heel gemakkelijk worden gekort in subsidies en dergelijke. En toch is er op dat gebied ontzettend veel gebeurd, en nog steeds gaande. Wat dat betreft ben ik blij dat veel van onze universiteiten nog privaat zijn, zodat we niet voortdurend zijn overgeleverd aan de genade van politici.'

Martha Nussbaum: Cultivating Humanity. A Classical Defense of Reform in Liberal Education. Harvard University Press, 352 blz. ƒ40,65 (pbk)

Martha Nussbaum: Wat liefde weet. Emoties en morele oordelen. Vertaald door Frans van Zetten. Boom, 229 blz. ƒ41,–