`Die Zauberflöte' herschreven

,,We hebben overwogen om het ballet Niet de Toverfluit te noemen. Toen werd het De Toverfluit of Een Toverfluit en nu heet het nog slechts Toverfluit. Dat voorkomt zoveel mogelijk dat men denkt dat het een gedanste versie is van Mozarts opera Die Zauberflöte. Het ballet Toverfluit is natuurlijk wel min of meer gebaseerd op het verhaal van Die Zauberflöte.'' Wayne Eagling, de artistiek directeur van Het Nationale Ballet, heeft een lastig verhaal te vertellen over het nieuwe ballet Toverfluit, dat hij samen maakt met de huischoreograaf Toer van Schayk, die ook decors en kostuums ontwierp. De beide choreografen wilden een verhalend ballet, maar konden aanvankelijk geen verhaal vinden dat hen beiden aansprak. Eagling wilde al heel lang Robin Hood doen, maar daar zag Van Schayk weinig in. Er werd lang gediscussieerd over verhalen, van Shakespeare tot en met Virginia Woolf.

Het sprookjesachtige gegeven van Die Zauberflöte, Mozarts laatste opera – twee maanden en vijf dagen na de première in Wenen op 30 september 1791 was hij dood – sprak uiteindelijk beide choreografen aan.

Wat het publiek bij Toverfluit krijgt te zien en te horen is echter heel wat anders dan Die Zauberflöte, die in maart door de Nederlandse Opera op het zelfde podium wordt uitgevoerd. Het oorspronkelijke verhaal van de opera is, vooral aan het begin en het slot, door Eagling en Van Schayk flink veranderd. Zo krijgt de toverfluit, die in de opera Die Zauberflöte nauwelijks terzake doet, in Toverfluit een rol die het ballet oproept: iedereen die de fluit hoort, is gedwongen om te dansen. En er klinkt in Toverfluit wel Mozartmuziek uit 23 opusnummers – van KV 32 tot en met KV 621 – maar niets uit KV 620 – Die Zauberflöte. Het gebruik van de originele Zauberflöte-muziek zou allerlei problemen opleveren, legt Eagling uit. Als de operamuziek compleet zou worden uitgevoerd met zangstemmen, dan was het ballet niet meer dan een gedanste opera en zouden de choreografen zich ook moeten houden aan het oorspronkelijke verhaal. Tegen dat verhaal koesteren ze een aantal praktische en inhoudelijke bezwaren en ze vinden het in de oorspronkelijke versie al veel te lang. Het ballet Toverfluit is met twee actes van 55 en 60 minuten aanmerkelijk korter dan de tweeëneenhalf uur durende opera, die ook lange gesproken dialogen heeft.

Zonder zang zouden de vocale partijen van Die Zauberflöte moeten worden geïnstrumenteerd, en dat zou vreemd hebben geklonken. ,,Overigens zou het natuurlijk wel hebben gekund'', zegt Eagling. ,,Een ballet naar een opera is niet ongewoon. John Cranko maakte er een naar Tsjaikovski's Jevgeni Onjegin met andere Tsjaikovski-muziek. Er wordt ook gedanst op muziek uit de Matthäus Passion en er is zelfs een ballet Wolfi, naar de film Amadeus, die weer gemaakt is naar het gelijknamige toneelstuk over Mozart.''

Eagling geeft toe dat het idee om af te zien van de Zauberflöte-muziek, maar wel andere Mozartmuziek te gebruiken, even aanvechtbaar is als de keuze voor het Zauberflöte-verhaal en het besluit dat dan weer te veranderen, in plaats van een heel ander verhaal te kiezen. Eagling en Van Schayk hebben voor hun Toverfluit een nieuw scenario geschreven. Het oorspronkelijke, vaak nogal onlogische libretto van theaterdirecteur Emanuel Schikaneder is ontdaan van een deel van de vrijmetselaarssymboliek. De verwijzingen naar de oude Egyptische verering voor Isis en Osiris wordt in het decor nu vermengd met symbolen van de Azteken, ook een volk dat piramides bouwde. Belangrijker, zo vertelt Eagling, is dat het nieuwe scenario de onderlinge strijd tussen de Koningin van de Nacht en Sarastro, de Koning van de Zon, begrijpelijker maakt. Bovendien heeft de Koningin van de Nacht voor het eerst in de theatergeschiedenis haar oorspronkelijke naam teruggekregen: Perifirime. ,,Ik kan het ook niet helpen dat die naam lijkt op de Boulevard Périferique in Parijs'', zegt Eagling.

In de proloog, die Eagling en Van Schayk creëerden, vormen Sarastro, Perifirime en hun dochter Pamina aanvankelijk een harmonieus koninklijk gezin. Sarastro draagt een zevenvoudige zonnecirkel met magische kracht, waarop Perifirime jaloers wordt. Dat leidt tot een machtsstrijd aan het hof, waarbij Sarastro wordt verbannen. Hij ontvoert zijn dochter Pamina en de Koningin van de Nacht zint op wraak.

Dan verloopt het verhaal in grote lijnen zoals in de opera. Drie dames en drie wonderwijze knapen helpen de jonge prins Tamino om Pamina terug te vinden. Tijdens alle verwikkelingen wordt de vogelvanger Papageno verliefd op het meisje Papagena. Uiteindelijk nemen Sarastro en Perifirime een voorbeeld aan de liefde van Tamino en Pamina en van Papageno en Papagena en – anders dan in de opera – verzoenen ze zich met elkaar.

Eagling: ,,Ik hou ervan als dingen goed aflopen. Ons verhaal is er een met een utopisch happy end, een verzoening tussen dag en nacht, tussen zon en duisternis.''

Bij de keuze van de Mozartmuziek werden Eagling en Van Schayk terzijde gestaan door Jan Pieter Koch. Hij is zelf componist en daarnaast artistiek adviseur en coördinator van het Nederlands Balletorkest, dat de voorstellingen begeleidt. Net als de choreografen luisterde Koch naar een groot deel van Mozarts complete oeuvre, dat ter gelegenheid van zijn 200ste sterfdag in 1991 op 180 cd's werd gezet.

Koch: ,,Het is natuurlijk brutaal om allerlei stukjes Mozart uit te zoeken en samen te voegen. Maar de vraag was vooral of je het zó kon organiseren dat het dramatisch werkt. Dat blijkt te kunnen, als je maar goed let op een goede opeenvolging van toonsoorten en op grote contrasten, ook in de omvang van de instrumentale bezetting. We hebben vooral de theatrale en dansante kant van Mozart gekozen, zoals muziek uit Idomeneo, uit Thamos, de Musik zu einer Pantomime, de balletmuziek Les petits riens en het in Den Haag geschreven Galimathias Musicum, dat komisch is en soms Bartók-achtig.''

De muziekselectie geeft een caleidoscopisch beeld van het oeuvre dat Mozart schreef tussen zijn elfde en zijn 35ste, dus eigenlijk alles vóór Die Zauberflöte. De echt bekende muziek is daarin niet opgenomen, om te voorkomen dat het `feest der herkenning' afleidt van het verhaal. Toch had Mozart niet genoeg gecomponeerd. Paul Prenen schrijft nog wat klavecimbelmuziek bij voor een paar overgangen.

Koch: ,,Een nieuw Mozartballet samenstellen biedt ook de mogelijkheid om de personages in Toverfluit een ander profiel te geven dan Mozart deed met zijn muziek. Zo is onze Papageno met muziek uit Ein musikalischer Spass een andere dan bij Mozart met dat kleuterachtige heia, heia hopsasa. En het ballet toont met andere muziek veel duidelijker dan Die Zauberflöte waarom Pamina moeite heeft met het kiezen tussen haar vader en haar moeder. Het vinden van al die muziek lokte ook telkens weer nieuwe ideeën uit voor de detaillering van het verhaal en de choreografie.

,,Het is jammer dat Mozart geen muziek voor een heel ballet heeft geschreven. Dat had het fundament van het klassieke ballet kunnen zijn. Mozart was een verwoed danser. Hij had zelfs les gehad van Vestris. Deze beroemde Franse dansmeester zei dat er in zijn tijd drie belangrijke mensen waren: Voltaire, Frederik de Grote en iemand die hij uit bescheidenheid niet noemde. Hij bedoelde zichzelf. Mozart schreef eens aan zijn vader over een dansavond bij hem thuis, die begon om zes uur 's avonds en pas de volgende morgen om zeven uur eindigde. Volgens zijn weduwe zei Mozart zelfs vaak dat hij meer belangstelling had voor dans dan voor muziek.''

Toverfluit: 10 t/m 28 febr., 1 en 2 maart in het Muziektheater Amsterdam. Res.: (020) 6255455. Het Nederlands Balletorkest speelt o.l.v. Florian Heyerik muziek uit Toverfluit tijdens een gratis lunchconcert op 17 febr. 12 uur in het Amsterdamse Concertgebouw.