Britse rente fors omlaag gebracht

De Britse centrale bank, de Bank of England, heeft zijn basisrente verlaagd van 6 procent naar 5,5 procent. Ook in Denemarken is de rente verlaagd. De Europese Centrale Bank liet de rente onveranderd.

De Bank of England verwees naar stagnerende consumentenbestedingen en een neerwaartse druk op de prijzen als voornaamste reden voor het besluit de rente te verlagen. In alle vijf afgelopen bijeenkomsten van het Monetary Policy Committee, het besluitvormende orgaan van de bank, is de rente verlaagd. Ook de onzekere vooruitzichten in de internationale economie droegen bij aan het besluit. Met de stap komt de Britse rente op zijn laagste niveau sinds 1994. Op de financiële markten was rekening gehouden met een renteverlaging, maar kwam de omvang van een half procent als een verrassing. De inflatie in Groot-Brittannië bedraagt, geschoond voor hypotheeklasten, 2,6 procent. Verwacht wordt dat, samen met een scherpe daling van de economische groei in 1999, ook de inflatie daalt. De Bank of England heeft een doelstelling van 2,5 procent voor de inflatie, waarop het rentebeleid is gebaseerd.

De Deense centrale bank verlaagde voor de vijfde maal in drie maanden tijd zijn beleningsrente, ditmaal met een kwart procentpunt, tot 3,5 procent. De depositorente, het bodemtarief in de Deense geldmarkt, ging eveneens omlaag tot 3,25 procent. De stap was bedoeld om de opwaartse druk op de Deense kroon weg te nemen, die de laatste weken was geapprecieerd tegenover de euro.

In Frankfurt hield de Europese Centrale Bank, na een vergadering van de raad van bestuur, de rente voorlopig onveranderd op 3 procent voor het toonaangevende tarief voor basis-herfinancieringsrente. Het besluit volgde op een beslissing van de Amerikaanse centrale banken woensdag om de geldmarktrente in de Verenigde Staten te handhaven op 4,75 procent.

President Duisenberg van de ECB handhaafde de diagnose die de ECB in zijn maandbericht van januari al stelde. De consumentenuitgaven en het consumentenvertrouwen zijn positief voor de Europese economie, maar het producentenvertrouwen en onzekerheden op de wereldmarkt werken in het nadeel van de economie. Die balans ziet de ECB ook in de invloeden op de inflatie, die nu 0,8 procent bedraagt in de landen die meedoen met de euro. Lage invoer- en grondstoffenprijzen werken neerwaarts op de inflatie, maar een opwaarts risico wordt gevormd door hoge looneisen en onvoldoende budgettaire discipline van de regeringen van de elf euro-landen.

Duisenberg maakte zich niet bezorgd over recent verzwakkende koers van de euro. Gisteren zakte de euro onder de 1,13 dollar per euro, tegenover een niveau van 1,18 aan het begin van de maand. Duisenberg zei dat de ontwikkeling van de eurokoers weliswaar ,,verwarrend'' is maar geen reden tot bezorgdheid. Hij zei ook dat de gezamenlijke economie van de elf eurolanden een relatief gesloten blok is, waardoor de externe koers van de euro veel minder invloed heeft op de economie dan voorheen toen de elf eurolanden nog eigen munteenheden hadden. ,,Als een Amerikaan wordt gevraagd wat de dollar waard is dan zegt hij dat een dollar een dollar is,'' zei Duisenberg. ,,De Europeaan moet daar ook naar toe: een euro is een euro''. Analisten verwachtten vanmorgen wel dat de rente dit jaar door de ECB nog wordt verlaagd.