Bandini's jeremiades

Nadat Charles Bukowski in een interview had verteld dat hij sterk was beïnvloed door John Fante (1909-1983), besloot John Martin, uitgever van de Black Sparrow Press, het oeuvre van deze vrijwel vergeten Italiaans-Amerikaanse schrijver opnieuw uit te brengen. Lukte het in Amerika om een nieuw publiek voor Fante's werk aan te boren, hier staakte Meulenhoff haar missiewerk al na een paar vertaalde titels. Thomas Rap nam echter de fakkel over en probeert nu onder het imprint Bunker Hill Pers Fante opnieuw in ons taalgebied te lanceren. Afgelopen maanden verschenen achtereenvolgens Dromen van Bunker Hill en De weg naar Los Angeles, korte romans over de lotgevallen van Arturo Bandini, het alter ego van de schrijver.

Fante is in de VS uitgegroeid tot een idool. Die cultstatus is vooral te danken aan z'n ontwapenende directheid, lyrische stijl en onnavolgbare humor. Hoewel zijn proletarische personages – Mexicaanse serveersters, Filippijnse hoertjes, werkloze arbeiders en andere verliezers – lijken te zijn weggelopen uit de wereld van James T.Farrell en Theodore Dreiser, is zijn proza niet zo prekerig als dat van zijn sociaal-realistische tijdgenoten. Daarvoor was hij te zeer geobsedeerd door zijn particuliere frustraties. Zijn held Bandini worstelt met zijn katholieke schuldgevoelens, Italiaanse temperament en opspelend libido. Hij wordt verteerd door de ambitie een gevierd schrijver te worden, maar in elk Bandini-boek blijft hij in essentie een miskend genie.

Fante's zorgvuldig gecultiveerde imago van armoedige zolderkamerartiest stond ver af van de realiteit. In feite leidde hij een tamelijk comfortabel leventje als scenarioschrijver. Hij debuteerde in 1929 met verhalen in het tijdschrift The American Mercury. Aangemoedigd door zijn mentor H.L. Mencken probeerde hij een literaire loopbaan op te bouwen. Zeven jaar later leverde hij bij de New-Yorkse uitgever A. Knopf het manuscript van The Road to Los Angeles in. De roman werd afgewezen en verscheen pas na zijn dood.

De held in deze eerste Bandini-roman is een rare snuiter. Behalve misogyn en sadistisch is hij een dierenbeul op de koop toe. Het boek leest als een zwartgallige ontwikkelingsroman over een Italiaans-Amerikaanse sloeber die tegen de benepenheid van zijn ouderlijk milieu vecht. Vanwege de dood van zijn vader moet hij in een visconservenfabriek de kost voor het gezin verdienen. Geplaagd door woede en frustratie ontwikkelt Arturo Bandini zich tot een huistiran. Hij vernedert zijn moeder, ridiculiseert zijn vrome, katholieke zus en slaat zijn collegafabrieksarbeiders met citaten van Nietzsche en Spengler om de oren. Dit levert zo nu en dan hilarische taferelen op, maar helaas bewaart Fante in dit eerste Bandini-boek nog te weinig distantie tot zijn held om echt te overtuigen. De stijl is namelijk te hoogdravend, soms op het pathetische af.

Er is gesuggereerd dat De weg naar Los Angeles werd geweigerd, omdat Fante's held nogal nihilistische opvattingen ventileert. In de jaren dertig zouden zowel de linkse critici als de Knopf-redacteuren geen raad hebben geweten met de ideologische lading van het boek. Ik denk dat ze zich eerder stoorden aan de onbeheerste stijl. Arturo's jeremiades over het lot van de immigrant en de arbeider waren beter tot hun recht gekomen als Fante ze met meer ironie en humor had gekruid, iets wat hem in zijn andere Bandini-romans wel lukte. Tussen 1938 en 1940 publiceerde Fante een drietal boeken. Achtereenvolgens wist hij Wait until Spring Bandini, Ask the Dust en Dago Red aan kleine uitgeverijen te slijten. De kritische respons was redelijk, maar de verkoopcijfers bleven matig. Fante, inmiddels getrouwd en vader, verhuurde zichzelf daarom als scenarioschrijver aan Columbia, MGM en Twentieth Century Fox. Hij verdiende een aardig inkomen tot het studiosysteem van Hollywood instortte en hij door suikerziekte werd geveld. Blind geworden dicteerde hij tegen het eind van zijn leven aan zijn vrouw de novelle die werd vertaald als Dromen van Bunker Hill.

Het boek verraadt hoe Fante's stijl na al die jaren was gerijpt. Dit keer ontmoeten we Bandini als scenario-schrijver in Hollywood. Hij woont op een armoedige huurkamer en vindt troost in de armen van een pensionhoudster. Zijn onmogelijke liefde fungeert als een symbool van zuiverheid in de verdorven wereld van Beverly Hills. Tegen wil en dank ontdekt Arturo dat de studiobazen niet echt geïnteresseerd zijn in zijn literair vakmanschap en artistieke idealen. Hij wordt verbitterd en keert de studio's de rug toe als een van zijn scenario's blijkt te zijn verminkt door een derderangs society-schrijfster. Een sentimental journey naar zijn geboorteplaats loopt uit op een fiasco. Er rest Arturo niets anders dan zich weer in L.A. te vestigen en met de moed der wanhoop een bestaan als onafhankelijk romancier op te bouwen.

Dromen van Bunker Hill bevat in een notendop alle motieven uit de Bandini-tetralogie en leest als een ontwapenend portret van de kunstenaar als jongeman. De stijl munt uit door eenvoud, ironie en directheid. `Ik zat rechtop achter de typemachine en blies op mijn vingers. Alstublieft, God, alstublieft Knut Hamsun, laat me niet in de steek', smeekt Arturo aan het slot. Die bede is uiteindelijk verhoord, want de erkenning waar Bandini zo naar snakte, werd zijn schepper postuum deelachtig. Zelfs in de literatuur bestaat er dus soms gerechtigheid.

John Fante: De weg naar Los Angeles. 196 blz. ƒ34,90

John Fante:Dromen van Bunker Hill. 148 blz. ƒ32,50.

Beide verschenen bij Thomas Rap (Bunker Hill Pers), uit het Amerikaans vertaald door Dirk-Jan Arensman.