Archimedes gooit een kroon

Mensen zijn nieuwsgierige beesten en de mensen die zo'n 2500 jaar geleden in Hellas woonden, waren van een heel bijzonder nieuwsgierige soort, want die wilden van van alles en nog wat weten. En niet alleen hoe dingen werkten of in elkaar zaten, maar ook waarom dat zo was. `Voor zover bekend, zijn er vóór onze tijd maar twee andere plekken op de wereld geweest waar dergelijke gedachten wél gebruikelijk waren, namelijk in China en in het Arabische rijk van ongeveer 1000 jaar geleden.'

Over Hellas en zijn nieuwsgierige filosofen, over de slimme vragen van Chinezen en Arabieren en vooral over de ontwikkeling van de natuurkunde gaat Jacht naar de waarheid van de Noor Eirik Newth, zelf astronoom en wetenschapper en dus, zo moet een uitgever gedacht hebben, bij uitstek de geschikte man om een en ander eens voor kinderen uit de doeken te doen. Het boek is al in verschillende landen verschenen, met, volgens de Nederlandse uitgever, groot succes. Het wordt vergeleken met De wereld van Sophie van Jostein Gaarder waarin de geschiedenis van de filosofie voor kinderen uiteen gezet werd.

Het is op zichzelf een fijn soort boek, het `wist je dit al' of `zo is het gekomen'-boek. Niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassenen, want veel ingewikkelde dingen worden ineens een stuk helderder en begrijpelijker als het gedachte publiek uit kinderen bestaat. Serieuze en goede informatieve boeken voor kinderen zijn dun gezaaid.

Helaas is ook dit boek niet helemaal dat wat men ervan zou hopen. Eirik Newth gelooft heilig in gedachte-experimenten: `Stel, je wilt de ijshockeypuck uit het hoofdstuk over Newton onderzoeken. Wanneer je wilt weten hoe de puck beweegt, zul je de plaats ervan moeten bepalen, en de richting waar hij naartoe glijdt.' Plaats en richting bepalen is niet zo moeilijk zegt Newth luchtig, je neemt gewoon een camera en legt de beweging etc. vast en daarna meet je alles op. Tot zover het gedachte-experiment. Dat moesten we uitvoeren om te begrijpen hoe moeilijk het is om de plaats en de richting van atomen te bepalen. Dus denk je nu: camera, daarna opmeten. Maar nee. Zo gaat dat niet bij atomen. `Een natuurkundige kan namelijk niet de exacte plaats van een elektron bepalen en tegelijk ook weten in welke richting het gaat.' Oh. En waarom kan dat dan niet? Daar zegt Newth niets over. Wat de zin van het gedachte-experiment dan geweest is, blijft onduidelijk.

Zo gaat het keer op keer. Wordt de relativiteitstheorie uitgelegd dan moeten we ons voorstellen dat we in een ruimteschip zitten dat bijna de snelheid van het licht heeft, terwijl meneer Newth op de aarde blijft staan. En wat merkt meneer Newth dan: de klok aan boord van het ruimteschip gaat langzamer dan die op de aarde, maar jij in je ruimteschip merkt daar niets van! (Newth is ook gek op uitroeptekens.) `Op die manier wordt een ruimteschip dus een tijdsmachine', schrijft hij vervolgens doodleuk. Op welke manier?

Vertelt Newth een echt experiment na dan wordt het er niet helderder op. Archimedes gooit een kroon, een klomp goud en een klomp goud gemengd met metaal in het water en kan aan het overstromen van het water zien of de kroon van zuiver goud was of van vermengd metaal – maar hoe Archimedes dat nu precies heeft vastgesteld staat nergens. Er staat gewoon dat Archimedes `moest constateren' dat de kroon niet van zuiver goud was. In zo'n geval zou een verhelderende illustratie misschien veel goed kunnen doen, maar de illustraties zijn voornamelijk vermakelijk (van Sieb Posthuma) en niet zakelijk. De dikzak die zijn bad doet overlopen zegt niet veel over vermengd goud.

Het is allemaal erg vreemd voor iemand die `Hellas' zo geweldig vindt omdat de mensen daar niet alleen wilden weten dát iets zo was maar ook waarom. Wie echt iets wil snappen van die onstandvastige tijd kan beter Stephen Hawking lezen. Misschien kan die eens een kinderboek schrijven.

Eirik Newth: Jacht naar de waarheid. Lemniscaat, 255 blz. ƒ34,50