`Amsterdam te klein voor Europa'

In Amsterdam wordt gesproken over de stad in 2030. Geen grote uitbreidingen meer. Volgens K.W. de Boer, directeur van de dienst Ruimtelijke Ordening, krijgt Almere een sleutelrol.

Hij heeft het Gemeentelijk Havenbedrijf altijd beloofd er bij te zeggen dat er de komende vijftien jaar geen grote ontwikkelingen zullen plaatsvinden. Dat doet hij dan ook. Maar het westelijk havengebied binnen de ring van Amsterdam zal volgens K.W. de Boer, directeur van de Amsterdamse dienst Ruimtelijke Ordening, in de verre toekomst enorm veranderen. ,,Dat wordt een interessant stedelijk milieu. Als de milieubelastende bedrijven daar weg zijn krijgt de IJ-oever in Amsterdam-Noord ook een enorme potentie. Wonen aan het IJ met uitzicht op het zuiden, dat wordt schitterend.''

In Amsterdam wordt dezer dagen volop over de verre toekomst gediscussieerd naar aanleiding van een congres dat de gemeente Amsterdam vandaag en zaterdag houdt in Felix Meritis. RO-directeur De Boer is zeer ingenomen met de bezinning op de vraag hoe Amsterdam er in 2030 moet uitzien, omdat met het aanlopen tegen de grenzen van de stad het telkens maar enkele jaren vooruitplannen weinig zin meer heeft.

De tijd van de grote uitbreidingen rond Amsterdam is voorbij. Almere krijgt volgens De Boer een sleutelrol voor de hoofdstad. ,,Alleen op het nieuwe land kan nog volop worden gebouwd'', zegt hij. Ontwikkelingen in de Haarlemmermeer beginnen volgens hem net als Amsterdam tegen grenzen aan te lopen. ,,Als we Schiphol willen laten groeien moeten we daar geen geluidgevoelige bouw meer toestaan.'' Daarom is de rol van Almere zo belangrijk, al vindt hij de huidige plannen voor een verbetering van de verbinding tussen Amsterdam en Almere ,,een lachertje''. De Rijksoverheid wil de A1 uitbreiden tot een rijweg met 2x6 of 2x7 rijbanen. ,,Het alleen maar aanleggen van asfalt houdt een keer op. Al het verkeer zal dan vastlopen op de Ring.'' De huidige spoorverbinding zal in de toekomst verre van toereikend zijn, vindt hij. De Boer ziet op termijn een railverbinding ontstaan die via de Zuidas naar Schiphol gaat en vanaf IJburg onder het IJmeer doorrijdt naar Almere. Ook moet de A9 onder Amsterdam-Zuidoost worden doorgetrokken naar de A6, zodat daarmee de Ring van Amsterdam wordt ontlast. Binnenkort komt er een bootverbinding, maar De Boer verwacht daarvan dat in de toekomst de capaciteit onvoldoende is, evenals van een kabelbaan waarvoor in Almere vage plannen bestaan.

De Boer vindt dat er in Amsterdam zelf nog wel enige ruimte is om intensief te bouwen, zoals door stedelijke vernieuwing, door overbouwen van de Ringweg A10 en in de Houthavens in het westelijk havengebied. Hier zijn nu al 900 woningen gepland, zeer tegen de zin van het havenbedrijf en bedrijven. De Boer ziet havenactiviteiten zich op den duur naar het westen verplaatsen, richting de haven van IJmuiden. Zeker als er ooit een luchthaven in zee komt.

In Amsterdam bestaat in toenemende mate de vrees dat de binnenstad met een leegloop te maken zal krijgen en het centrum één groot museum zal worden. De Boer gelooft daar niet in. ,,De binnenstad zal altijd aantrekkelijk blijven voor kleine kantoren.'' Ook bestaat de kans dat de Amsterdamse rechtbank zich weer in het centrum zal vestigen. De Boer ziet wel wat in de locatie Sixhaven in Noord, tegenover het CS, waarbij hier dan een station moeten komen van de nieuwe metrolijn Noord-Zuid. ,,Dat zou een fantastische impuls zijn voor Noord.''

De Boer is er echter van overtuigd dat Amsterdam binnen Europa te klein is om alleen de concurrentie aan te kunnen. Dat moeten de vier grote steden gezamenlijk doen. In het overleg tussen de vier grote steden heet de Randstad daarom al de `Deltametropool'. Minister Pronk (VROM) heeft volgens de vier grote steden in zijn onlangs uitgekomen `houtskoolschets', een opmaat naar de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, te weinig oog heeft voor de grote steden. Pronk wil ontwikkelingen laten plaatsvinden langs de corridors van snelwegen en vervoerslijnen. De Boer: ,,Dat brengt echter nieuwe mobiliteit met zich mee, en het zal steden uithollen''. Nieuwe `stadshavens', zoals in Amsterdam de Zuidas, moeten zich juist ontwikkelen, vindt De Boer. Daartussen moet veel beter openbaar vervoer worden aangelegd, een `Deltanet' in de termen van de vier grote steden. Over het groen houden van het Groene Hart zijn de steden het wel eens met Pronk. Volgens De Boer zou hier een soort Friese-merengebied moeten ontstaan. ,,De rest van het land moeten we niet links laten liggen. Maar we moeten wel duidelijke keuzes maken, voor de Deltametropool.''