Werkontbijt

Dat is me in al die twintig jaar niet gelukt. Het werkontbijt.

Dertig jaar geleden al bevond ik mij regelmatig in overvolle en klaterende ontbijtcafés in New York. Het zinderde en tintelde. De energie vonkte er vanaf. Men praatte. Met volle mond. Men gebaarde, men schreef, men zwaaide - naar bekenden - men lachte. Kortom, men `deed zaken'.

Het leek me wel wat.

Een gezin runnen naast een bedrijf liet weinig aardigheid in tijd over voor uitgebreide diners. Liever een werkontbijt. De kinderen waren toch vroeg naar school en zo vroeg was werkend Nederland nog niet te bereiken, dus de vroege ochtend was beter te besteden aan een werkontbijt dan achter een bureau waarop de telefoon stil stond te zijn. Dan was het avondeten vrij voor de kinderen – Quality time heet dat nu.

Er volgden alleen maar weigeringen met gevarieerde redenen waarom de afspraak niet zo vroeg kon plaatshebben. Het duurde lang voordat ik me realiseerde wat het knelpunt was. Pas toen ik een vrouw uitnodigde voor een ontbijtbespreking en zij daar happig op inging, begreep ik het. Al mijn invitaties waren aan mannen geweest. Het zakenleven bestaat nu eenmaal uit mannen en die mannen wilden beslist niet gezien worden met een vreemde vrouw aan het ontbijt.

In het zakenleven gaat het er nu eenmaal om wat anderen van je denken. Niet wat je van jezelf denkt. Denken mannen, denk ik.

    • Willemien Wink