Vredesoverleg Colombia is nog geen vrede

Terwijl de Colombiaanse regering over vrede praat met het linkse verzet, laten de rechtse paramilitairen zien dat ze nog bestaan.

De rum stroomt en Berenice Celeita (28) lacht haar aanstekelijke lach. Zaterdagavond. Muziek, vrienden, verhalen. Dan gaat de telefoon. Nog schaterend neemt Berenice op. Als ze neerlegt stromen de tranen over haar wangen.

Dit weekend werden in Colombia opnieuw twee mensenrechtenactivisten vermoord. Collega's van Berenice waren met de bus op weg van Medillín naar de hoofdstad Bogotá. Ergens buiten de stad werd de bus geblokkeerd door een jeep. Uit de wagen kwamen drie gewapende paramilitairen. De mensenrechtenactivist Everardo de Jesús (40) en Julio González (40) werden afgemaakt.

Opeens is de kamer van Berenice een iglo. Zachtjes gepraat, meer telefoontjes. Het zou verstandig zijn als Berenice haar reis naar oliestad Barancabermeja morgen afzegde, suggereren vrienden. Daar werden vorig jaar meer dan 200 ongewapende burgers door rechtse doodseskaders vermoord. Later toonde Berenice aan dat het leger bij de slachtpartij betrokken was. Ze bemiddelde in een veiligheidsakkoord tussen de bevolking en het leger. Maar de paramilitairen kwamen opnieuw, en er werden nog eens 70 mensen vermoord. Berenice weigert haar plannen te herzien. ,,Als ze je willen oppakken ontsnap je toch niet. Al zet je twintig sloten op je deur.''

Carlos Castaño, de 34-jarige leider van de paramilitairen, verklaarde maandag in een communiqué alle nationale en internationale mensenrechtenorganisaties in Colombia tot `militair doelwit'. ,,Dit is een noodzakelijke nieuwe fase in de strijd'', schreef Castaño. Wat heeft het ontvoeren en uitmoorden van ongewapende burgers en beschermers van de mensenrechten voor zin? Opnieuw halen de paramilitairen zich de woede van de wereld op de nek. Erger nog: het lijkt de linkse guerrilla te bevestigen in haar standpunt, dat eerst de paramilitairen moeten worden ontmanteld, voordat er in Colombia over vrede gesproken kan worden.

,,We bevriezen de besprekingen, totdat de regering laat zien, dat ze de paramilairen effectief bestrijden.'' Met deze woorden kapte de FARC (Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), de vredesbesprekingen met de regering eind vorige maand af. En de verwachtingen waren zo hoog gespannen. Met veel fanfare waren op 7 januari de besprekingen begonnen in het jungleplaatsje San Vicente del Caguán. Het was een mooi beeld. De commandanten van de oudste en machtigste guerrillabeweging ter wereld, knus aan de tafel met de conservatieve president van Colombia, Andrés Pastrana himself. Op het stoffige pleintje voor de kerk stonden gewapende guerrilleros en regeringssoldaten gebroederlijk naast elkaar. De wereld filmde en fotografeerde rollen vol. Op precies dezelfde dag begonnen de paramilitairen uit te halen. In de ochtend vielen ze een dorp binnen en schoten 25 mensen neer. Zo ging het door, in acht dorpen, volgens het recept dat aan de basis ligt van de strategie van Castaño: ,,Bevecht niet de guerrilla maar neutraliseer de burgerbevolking die het eten, medicijnen en aguardiente leveren''.

In twee weken vermoordden de paramilitairen meer dan 130 boeren. De bloedbaden zouden een wraakactie zijn van Castaño op de verrassingsaanval door de FARC op zijn hoofdkwartier in de bergen een paar dagen na kerst, zo dacht men. Na de aanval gaf de FARC het bericht dat Castaño dood was. Een vergissing. In plaats van Castaño zelf hadden ze per ongeluk de door Castaño gegijzelde ideoloog van de zusterguerrilla-organisatie ELN doodgeschoten. Castaño ontkwam per helikopter.

Nu breidt Castaño zijn actieradius uit naar de mensenrechtengroepen.

,,Doel van de strategie van Castaño is een plek te veroveren aan de onderhandelingstafel, zegt Ricardo Vargas. Hij is onderzoeker bij het onafhankelijke vredesinstituut CINEP, waarvan ook de oprichters door rechtse doodseskaders zijn vermoord. Het probleem is echter dat als de regering met de paramilitairen zou onderhandelen, elke kans op een toekomstig akkoord met de guerrilla vervliegt. De FARC is vierkant tegen onderhandelingen met de paramilitairen. ,,Ze zijn een voortbrengsel van een staat, en het is de staat die ermee moet afrekenen'', vindt de guerrilla.

,,De FARC heeft daarin voor een groot deel gelijk'', zegt Vargas. Keer op keer wordt de betrokkenheid aangetoond van het leger bij paramilitaire acties. Omgekeerd bestaat er bij mensen als president Pastrana werkelijk de wens een einde te maken aan de vuile oorlog tegen de burgerbevolking. Om het linkse verzet te overtuigen van zijn goede wil, gaf Pastrana's onderhandelaar de guerrilla vorige week een dossier met de gerechtelijke vooronderzoeken naar legerfunctionarissen die bij de paramilitairen betrokken zouden zijn. In het leger is hierover een halve opstand uitgebroken. De legerleiding eist de kop van Pastrana's onderhandelaar. ,,De democratische delen van de staat zijn eenvoudig te zwak'', concludeert Vargas. En juist dat brengt weinig hoop mee voor een einde aan de Colombiaanse burgeroorlog.

    • Marjon van Royen