Voedingsconcern CSM mijdt de tucht van het snelle geld

Voedingsconcern CSM, dat vandaag zijn aandeelhoudersvergadering houdt, is bekend van kristalsuiker, de groente van Hak en Venco-drop. Maar tweederde van de omzet is `ingrediënten'. Gesprek met topman Jaap Vink.

Wat nu het belangrijkste onderdeel van CSM is was begin jaren tachtig een kleine, verlieslijdende fabriek in Gorinchem met de onhandige naam Chemie Combinatie Amsterdam. ,,Alle post kwam verkeerd aan'', vertelt Jaap Vink. ,,Het eerste wat ik deed, was de naam veranderen.''

De huidige bestuursvoorzitter van CSM werd jaren tachtig binnengehaald om de chemische fabriek te professionaliseren. Pogingen om het bedrijfsonderdeel te verkopen waren mislukt. ,,Ze hebben er twee jaar mee geleurd. Iedereen zei: nee, dankjewel.''

Twintig jaar later zijn de `ingrediënten' (melkzuur, melkzuurderivaten, bakkerij-ingrediënten, suiker) goed voor tweederde van de omzet van CSM. Het is niet langer `de suikerfabriek in Halfweg' die ook wat doet in conserven en snoep, maar bijvoorbeeld de grootste producent en distributeur van bakkerij-ingrediënten in de Verenigde Staten met een marktaandeel van 5 procent. Eenderde van de omzet bestaat uit consumentenartikelen als Roosvicee-limonade, King-pepermunt of Honig-macaroni. De rest, inclusief 80 procent van de suikerverkoop, behaalt CSM als toeleverancier.

Vink, een gepromoveerd chemicus, volgde twee jaar geleden G. van Loon – de `laatste suikerbaron' – op als topman van het doorgaans vrij gesloten concern. Hij heeft de ramen een stukje opengezet: een uitgebreider en gedetailleerder jaarverslag, een enkel vraaggesprek en wat meer zeggenschap voor aandeelhouders. De belangrijkste boodschap lijkt te zijn dat CSM misschien voorspelbaar is, maar in deze onrustige tijden juist daarom zo interessant voor beleggers.

Vink laat halverwege het gesprek ook duidelijk merken dat CSM zich niet overgeleverd voelt aan de tucht van het flitskapitaal. CSM heeft bijvoorbeeld het afgelopen decennium voor een miljard gulden omzet geacquireerd in de Verenigde Staten. ,,De markt is nog verbrokkeld, we kopen vaak familiebedrijven'', vertelt Vink. ,,Die oprichters verkopen hun zaak liever aan ons dan aan grote Amerikaanse concerns omdat wij de tijd nemen om een relatie op te bouwen. Dat begint eenvoudig, je belt: hallo, ik ben CSM uit Amsterdam, ik doe hetzelfde als jullie, mag ik eens komen praten. En het mag lang duren. Bij Orth en Karp's, twee bedrijven die we in 1996 en '97 hebben overgenomen, kwam ik al voor het eerst in 1985. Wij maken ook de overnamesom niet bekend – een belangrijk punt bij familiebedrijven – en er lekt niets uit, ook niet als we niet tot een akkoord komen.''

Hij wil niet generaliseren, maar overgenomen worden door een groot Amerikaans concern begint volgens Vink vaak met een cost cutting exercise. ,,Amerikanen komen binnen en ontslaan 20 procent van het personeel'', zegt Vink. ,,Wij, in Europa, denken aan een wat langere termijn. CSM publiceert ook geen kwartaalcijfers.''

CSM heeft vijf divisies: suiker, suikerwerk, levensmiddelen, Purac en bakkerij-ingrediënten. ,,Tot 1978 deed CSM vrijwel alleen in suiker'', vertelt Vink. Maar een vijandige overnamepoging in 1972-'73 had een schokeffect. ,,De directie kreeg het signaal: jullie hebben een mooie cash-flow maar doen niets met dat geld. In 1978 kwam – o ironie – een van de overvallers van vijf jaar eerder te koop te staan. De overname van Honig was voor CSM het begin van een diversificatie in merkartikelen, in consumentenproducten.''

Weer vijf jaar later viel het besluit zelf verder te gaan met de productie van melkzuur en melkzuurderivaten, een product waarmee CSM op dat moment 30 procent van de wereldmarkt bediende. ,,Een van de lessen van Honig was wat je kon doen met sterke marktaandelen.'' En vanuit melkzuur volgde de overstap naar bakkerij-ingrediënten, want daar waren de belangrijkste klanten te vinden.

De markt voor suiker verandert nauwelijks. Door het huidige Europese quotasysteem, dat loopt tot 2001 en daarna waarschijnlijk voor een paar jaar verlengd zal worden, liggen marktaandeel en winstmarge min of meer vast. In de lichtjes groeiende markt voor suikerwerk wil CSM graag expanderen. In Nederland – met de merken King (`fris'), Venco (drop) en Red Band – en Scandinavië is CSM marktleider. Maar Duitsland is nog een witte plek in de dropzone die van Vlaanderen tot Finland loopt. ,,Duitsland telt tweehonderd ondernemingen op het gebied van suikerwerk.''

In `levensmiddelen' verdedigt CSM de posities die het heeft in Nederland. De buitenlandse avonturen (pasta in Italië) zijn grotendeels achter de rug. ,,We zijn een regionale speler en willen niet met Nestlé of Unilever concurreren. Mijn voorganger, Van Loon, zei het zo: we zitten in de hoek van de kamer waar de olifant zijn poot niet kan zetten.'' Maar daar is nog wel ruimte voor innovaties als het Brinta Wake-Up snelontbijt of de warme limonadesiroop van Karvan Cevitam. Ook de vroegere probleemdochter Red Band Venco, waar de helft van het aantal verschillende verpakkingen werd opgeruimd, is weer winstgevend.

De twee divisies waar Vink met de meeste betrokkenheid over praat zijn Purac (`pure acid') en bakkerij-ingrediënten. Purac had begin jaren tachtig 30 procent van de wereldmarkt, inmiddels bijna 70 procent, terwijl de markt behoorlijk is gegroeid. Melkzuur is een natuurlijke grondstof – het menselijk lichaam produceert dagelijks zo'n 100 gram – en heeft volgens Vink eindeloze mogelijkheden. Niet alleen als conserveringsmiddel in voeding, maar ook als grondstof in de farmaceutische en cosmetica-industrie. Bovendien kan je er een milieuvriendelijk oplosmiddel van maken dat bijvoorbeeld als schoonmaakmiddel te gebruiken is in plaats van giftige glycolethers.

Bakkerij-ingrediënten – alles wat de bakker op de hoek of de supermarktbakker nodig heeft – is in de Verenigde Staten niet alleen een groeimarkt door de verschuiving van de consumptie van vlees en eieren naar brood. Het is ook een `gefragmenteerde' markt met nog genoeg overnamekandidaten. Daar mikt CSM op een eindeloze stroom vooral kleinere acquisities. En in Europa, waar het aantal spelers beperkter is, gaat het om grotere brokken met een omzet van ,,een paar honderd miljoen tot een miljard gulden''.