Ruim miljoen werkenden in tien jaar erbij

Het aantal Nederlanders dat werkt is in tien jaar met 1,2 miljoen gestegen. In 1998 hadden 6,6 miljoen Nederlanders werk, tegen 5,4 miljoen in 1988, een toename met 22 procent.

Gecorrigeerd voor de bevolkingsgroei is de toename 17 procent. Dat blijkt uit vanochtend gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de arbeidsmarkt in 1998.

Meer deeltijdbanen en hogere arbeidsdeelname van vrouwen zijn de voornaamste oorzaken van de werkgelegenheidsgroei. Het gunstige economische tij, dat zorgde voor een onafgebroken daling van de werkloosheid sinds 1994, deed de rest.

Het aantal deeltijdbanen steeg in tien jaar tijd met 66 procent, van ruim één tot bijna twee miljoen. Aan voltijdbanen kwam er 14 procent bij. Eén op de drie werknemers werkt nu in deeltijd, dat wil zeggen korter dan 35 uur per week. Het leeuwendeel van die banen, ruim driekwart, wordt vervuld door vrouwen. Bijna de helft van de vrouwen tussen 15 en 64 jaar werkt nu, tegen driekwart van de mannen. Begin jaren '80 werkte nog minder dan één op de drie vrouwen. De arbeidsdeelname van mannen, die in de tweede helft van de jaren '80 sterk daalde, ligt weer op het oude niveau.

Van de 10,6 miljoen Nederlanders tussen de 15 en de 64 jaar rekent het CBS er 6,9 miljoen tot de beroepsbevolking. Van hen was in 1998 vijf procent (349.000 mensen) werkloos. Tot 1995 lag de werkloosheid jarenlang rond de acht procent, daarna daalde ze jaarlijks met één procentpunt. Een derde van de werkgelegenheidsstijging van 1,2 miljoen is de afgelopen twee jaar gerealiseerd. Pas in het laatste kwartaal van 1998 zwakte de stijging af.

De verhouding tussen `actieven' en `inactieven' is de afgelopen tien jaar verbeterd ten gunste van de eerste groep. Het aantal Nederlanders tussen de 15 en 64 jaar dat werkt is in tien jaar tijd geleidelijk gestegen van 52 naar 62 procent.

De toename van de werkgelegenheid heeft niet geleid tot een betere positie van allochtonen en laag opgeleiden. De werkloosheid onder allochtonen daalde weliswaar van 16 naar 13 procent, maar ligt nog altijd op een vier keer zo hoog niveau als onder autochtonen. De werkloosheid onder laag opgeleiden bedraagt 12 procent, ruim twee keer zo hoog als het gemiddelde.

Het aantal `flexwerkers' is sinds 1992 met de helft gestegen. Eén op de tien banen is gebaseerd op een flexibel contract. In totaal gaat het om 610.000 tijdelijke banen.