Popmuziek met een ongrijpbare magie

De vroegere lawaaimakers van de Amerikaanse rockgroep Mercury Rev wijden zich nu aan dromerige popsongs begeleid door een zingende zaag. Binnenkort treed de groep op in Nederland.

Pianist en arrangeur Jack Nitszche heeft een zeldzaam talent om op het juiste moment op de juiste plaats in de pophistorie op te duiken. Begin jaren zestig orkestreerde hij hits als `He's a rebel' (The Crystals) en `River deep, mountain high' (Ike & Tina Turner) voor producer Phil Spector. Hij speelde piano bij de Rolling Stones, schreef `Needles and pins' voor The Searchers, arrangeerde het magistrale `Expecting to fly' van Buffalo Spingfield, bedacht de orkestpartijen voor Neil Youngs best verkochte elpee Harvest en dirigeerde het orkest op de soundtracks van de films The Exorcist en One Flew Over the Cuckoo's Nest. In het new wave-tijdperk van eind jaren zeventig produceerde hij toonaangevende platen van Mink Deville en Graham Parker. Sindsdien werd weinig van Nitszche vernomen, totdat zijn naam vorig jaar plotseling genoemd werd in verband met de spectaculair goede cd Deserter's Song van de Amerikaanse groep Mercury Rev. Zanger en gitarist Jonathan Donahue kreeg van Jack Nitszche een zingende zaag kado, en de groep die tot voor kort het lelijke eendje van de Amerikaanse alternatieve rock was geweest, veranderde in een prachtige zwaan.

Na een verleden als avantgarde-lawaaimakers onderging Mercury Rev een wonderbaarlijke metamorfose. Een verblijf in de Catskill Mountains, bekend van de hippie-enclave Woodstock en het gelijknamige festival, bracht Donahue en zijn bandleden in aanraking met hun muzikale roots. Mede door het betoverende geluid van de zingende zaag en de medewerking van oudgedienden Levon Helm en Garth Hudson van The Band kreeg Deserter's Song een ongrijpbare magie, met dromerige popsongs.

,,De enige muziek die mij interesseert is tijdloze muziek,'' zegt de niet door valse bescheidenheid gehinderde Jonathan Donahue achter de schermen van het Antwerpse festival De Nachten, waar Mercury Rev onlangs een intens maar afstandelijk optreden gaf. ,,Als ik een nieuw nummer maak, speelt in mijn achterhoofd altijd de gedachte mee dat het door een onsterfelijk artiest als Bing Crosby of Cole Porter gezongen had kunnen worden. Ik weet niet of wij daarmee veertig jaar achter lopen of juist veertig jaar voor, maar in de volgende eeuw zullen alleen de beste liedjes bewaard blijven.''

Donahue zweert bij `organische' klanken van de viool, de hemelse damesstem in `Endlessly' en alle geluiden die zonder elektronische paardenmiddelen als de synthesizer of de door hem verfoeide theremin kunnen worden opgewekt. Een purist op het gebied van ongerepte Americana is hij niet, want op uitnodiging van The Chemical Brothers werkte hij zonder bedenkingen mee aan de ambient techno van `The Private Psychedelic Reel' op hun cd Dig Your Own Hole. Zijn liefde voor de zingende zaag stamt al uit zijn jeugd, toen hij onder de indruk raakte van Jack Nitszche's score bij One Flew Over the Cuckoo's Nest. ,,Tijdens de slottitels is een prachtige partij op een met strijkstok bespeelde zaag te horen. Een moeilijk instrument om onder de knie te krijgen, weet ik inmiddels uit ervaring. De solopartijen op onze plaat zijn door een echte zaag-specialist gespeeld. Ik houd van subtiele toevoegingen en orkestpartijen, zoals Jack Nitszche ze bedacht. In het ideale geval klinkt onze muziek symfonisch maar niet bombastisch.''

Stilte is minstens zo belangrijk voor een goed muziekstuk als geluid, vindt Donahue. ,,We worden steeds beter in het toepassen van stilte. In plaats van de gebruikelijke harde gitaren, kiezen we ervoor de muziek te laten ademen. Bij gebrek aan een formele muziekstudie moet ik me in allerlei bochten wringen, bijvoorbeeld om een trompettist duidelijk te maken wat ik wil door te zeggen dat hij als een geest in de nacht moest spelen. Ik weet niet hoe ik dat op moet schrijven, maar de klank zit wel in mijn hoofd. Het is een moeizaam proces om die klank naar een liedje te vertalen.''

De lof die hem met Deserter's Songs werd toegezwaaid, doet Donahue af met de opmerking dat Mercury Rev niet meer is dan een tak aan de boom van de Amerikaanse muziekgeschiedenis. ,,We hebben onszelf nooit met zoveel woorden als avantgardisten beschouwd. Het feit dat wij door sommige mensen weird worden gevonden, wil niet zeggen dat we elke avond het podium op stappen om eens lekker gek te gaan doen. Avantgardistische elementen zijn een onderdeel van onze muzikale achtergrond, zoals de muziek van The Beatles soms ook avantgardistische trekjes vertoonde. John Lennon luisterde naar Stockhausen en Paul McCartney verzon het tussenstuk van `A Day in the Life' onder invloed van John Cage. Ik zou niet eens durven beweren dat wij Amerikaanse muziek maken, want de Amerikaanse cultuur is een samenstel van Europese, Afrikaanse en Aziatische invloeden, waarin nog een heel klein beetje bewaard is gebleven van de muziek die de oorspronkelijke Amerikanen maakten.''

Over de chaotische muziek die Mercury Rev in het verleden met name bij Europese tournees liet horen, zegt Donahue dat het hoorde bij de natuurlijke groei die zijn groep heeft doorgemaakt. ,,Voor het publiek moet het niet altijd even leuk zijn geweest om te zien hoe wij het podium op stapten om te leren van onze eigen fouten. We verkenden onze grenzen en we waren jong, ver van huis en onbezonnen. Aan de mensen die teleurgesteld waren dat we niet exact als onze cd klonken, heb ik geen boodschap. Misschien is het een geruststellende gedachte dat onze chaotische dagen voorbij zijn, en we er steeds beter in slagen structuur in onze optredens aan te brengen.''

Mercury Rev: Deserter's Songs (V2 1002772). Concerten 7/2 Vera, Groningen, 8/2 Melkweg, Amsterdam.