Kosovo: klein VS-contingent in vredesmacht

De Amerikaanse regering voorziet dat een klein aantal Amerikaanse grondtroepen zal deelnemen aan een eventuele vredesmacht van de NAVO in Kosovo. Maar dan zouden de strijdende partijen eerst een vredesakkoord moeten sluiten op de vredesconferentie over Kosovo die morgen moet beginnen in Rambouillet nabij Parijs.

Dat verklaarde minister van Defensie William Cohen gisteren tegenover de senaatscommissie voor de strijdkrachten. Hij bereidde de senatoren erop voor dat Washington mogelijk een ,,relatief klein'' aantal troepen naar Kosovo zal sturen. Generaal Henry Shelton, de voorzitter van de chefs van staven, zei in antwoord op vragen van de senatoren dat het aantal waarschijnlijk tussen de 2.000 en 4.000 zal liggen, als de totale vredesmacht uit 20.000 man zal bestaan.

Ook andere bewindslieden van de regering-Clinton, zoals minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright en Nationale-Veiligheidsadviseur Sandy Berger, zijn begonnen om het Congres voor te bereiden op het uitsturen van Amerikaanse grondtroepen naar Kosovo, als er tijdens de vredesconferentie van Rambouillet, die zaterdag begint, een akkoord komt. CIA-directeur George Tenet zei eerder deze week dat NAVO-troepen noodzakelijk zijn, om meer gewelddadigheden in Kosovo te voorkomen. De Republikeinse senator John Warner, voorzitter van de commissie voor de strijdkrachten, noemt Amerikaanse deelname aan een vredesmacht ,,essentieel''.

Verwacht wordt dat een eventuele vredesmacht voor Kosovo onder leiding komt te staan van een bevelhebber uit een van de deelnemende Europese NAVO-landen, waarschijnlijk Frankrijk, dat bereid is het grootste deel van de militairen te leveren. Binnen het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, bestaan traditioneel grote bezwaren tegen deelname aan militaire operaties onder buitenlandse bevel. Maar de legerleiding is bereid zich over die bezwaren heen te zetten, als in ruil daarvoor het aantal Amerikaanse militairen in de vredesmacht klein blijft.

In het Congres worden de plannen om troepen naar Kosovo te sturen met grote achterdocht tegemoet getreden, vooral vanwege de manier waarop de regering-Clinton ruim drie jaar geleden de uitzending van troepen naar Bosnië bepleitte.

De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, verzekerde het Congres in oktober 1995 dat de NAVO-vredesmacht maar voor korte tijd in Bosnië zou blijven, ,,naar schatting een jaar''. Inmiddels hebben tienduizenden Amerikaanse manschappen een periode van zes maanden of een jaar in Bosnië doorgebracht. Er zijn nu 6.700 Amerikanen gelegerd (tegen 20.000 op het hoogtepunt in 1996), en op afzienbare termijn kan de NAVO-macht waarvan ze deel uitmaken niet vertrekken zonder te riskeren dat de oorlog oplaait.