Koffie

We moeten het eens hebben over het `Wiener Kaffeehaus', over de grote ruimtes van hout, leer, spiegels en bruinuitgeslagen marmer, waar het vrolijke gerammel van kopjes en glazen vanaf de vroegste ochtend klinkt, waar dichters, studenten en boekhouders samenwonen, waar de zon in tere stralen binnenvalt en waar het veilig warm is als de natte sneeuw tegen de ramen slaat. Zulke koffiehuizen dus, zoals ze er nog altijd zijn, en zoals ze rond 1910 het intellectuele hart vormden van de metropool Wenen, de hoofdstad van het één na grootste rijk van Europa.

Altijd was er wel iets waarover men zich druk maakte aan die versleten tafels. Bijvoorbeeld over de nieuwe erotische roman van een zekere Leopold von Sacher-Masoch, vol slavenmannen en sterke dames met zweepjes. Of over de schrappingen in Gustav Mahlers opera Walküre, een concessie aan de talrijke antisemieten en Mahler-vijanden. (De 19-jarige Adolf Hitler koos overigens zonder aarzelen de kant van de `joodse' Mahler-adepten.) Of over de spectaculaire huldiging door alle Duitse vorsten in 1908, ter gelegenheid van het zestigjarig regeringsjubileum van keizer Franz Joseph, de vermoeide spil van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. `Wie daar leefde en werkte voelde zich vrij van benauwdheid en vooroordeel', schreef Stefan Zweig later over het Wenen van zijn jeugd. `Nergens was het makkelijker om Europeaan te zijn.' Voor eeuwig leek het allemaal vast en zeker, in deze stad. Tien jaar later was Wenen het waterhoofd van een klein land, een stad van hoge ambtenaren die niets meer hadden om hoog over te zijn.

Walküre

In de rubriek Onze eeuw (in de krant van donderdag 4 februari, pagina 1) wordt gesproken over de Walküre van Gustav Mahler. Bedoeld wordt de Walküre van Richard Wagner, in de uitvoering van Gustav Mahler.