Kerkhof zwiept met camera

Het verschil tussen hard en soft porno pleegt gedefinieerd te worden door de vraag: `doen ze het echt voor de camera?'. Tot nu toe kon die vraag alleen positief beantwoord worden ten aanzien van films die met geen ander doel gemaakt werden dan het veroorzaken van seksuele opwinding door acrobatisch onderlegde acteurs. In een enkel grensgeval werd gebruik gemaakt van zogeheten body doubles en bleek uit de montage dat geen van de hoofdrolspelers zelf ook maar in de buurt kwam van een penetratie.

Het International Filmfestival Rotterdam vertoont dit jaar twee films die de grens verleggen. Zonder zichzelf nadrukkelijk te afficheren als pornofilms vertonen zowel Catherine Breillats Romance als Ian Kerkhofs Shabondama Elegy een lid in erectie dat een lichaamsopening binnengaat en dat, zo blijkt uit het gebrek aan een montage-ingreep, wel degelijk behoort aan een van de acteurs. In beide gevallen werd daarvoor een beroep gedaan op acteurs uit de porno-industrie, Rocco Sifredi in Romance en, aan de ontvangende kant, de Japanse Hoshino Mai in Kerkhofs film. Hun tegenspelers, respectievelijk Caroline Ducey en Thom Hoffman, kunnen blijkens de montage nog steeds zeggen dat ze maar deden alsof.

Voordat deze constatering leidt tot morele verontwaardiging, moet gezegd worden dat de ontwikkeling eerder het gevolg is van een toenemend realisme dan van een vergroving van de zeden. In Breillats film is het verlangen van een vrouw naar fallische dadendrang het hoofdthema, bij Kerkhof is de echtheid van groot belang. Hij nam zijn door een Japanner geproduceerde film op met een digitale videocamera en probeert zo dicht mogelijk bij de essentie van de seksuele ervaring te komen. Het probleem blijft toch dat een aaneenschakeling van seksuele handelingen, zoals in een pornofilm, altijd snel verveelt, ook in de geraffineerde, alle moderne montagetrucs toepassende videotaal van Ian Kerkhof. Shabondama Elegy is een verbijsterende ervaring, met wild met de lichamen mee zwiepende camerabewegingen en in de montage door elkaar lopende beelden, maar na korte tijd ben je ook daar op uitgekeken.

Nymfomanie staat in de filmgeschiedenis vooral gelijk aan een neurotisch geprangd gemoed, en het liep ook altijd slecht af met de dames in kwestie. In de Amerikaanse film Sue van Amos Kollek, overigens veel minder seksueel expliciet dan de eerder genoemde titels, speelt Anna Thomson een nymfomane, die vooral slecht tegen alleen zijn kan en dus maar haar lichaam aanwendt tot nachtelijke communicatie. Ze overleeft dat gedrag voor de verandering en de rommelig geregisseerde film doorbreekt in dat opzicht een taboe, door realistisch te blijven.

Mede door de in Rotterdam als digital new wave omschreven stroom aan met kleine videocamera's opgenomen films triomfeert op het festival van dit jaar het realisme. Het is dan ook een verademing weer eens een kleine, onafhankelijke Amerikaanse film te zien die streeft naar kunstmatigheid. Buffalo '66, het regiedebuut van acteur Vincent Gallo, die zelf de hoofdrol speelt tegenover Christina Ricci en een keur aan sterren in bijrollen, doet met zijn hoekige montage, blokvormige shots en tegenshots, en rechtlijnige decors nog het meest aan Mondriaan denken. Het verhaal over een uit de gevangenis ontslagen jongeman (Gallo) die een meisje gijzelt om haar als zijn bruid te kunnen voorstellen aan zijn monsterlijke ouders (Ben Gazzara en Anjelica Huston), is een ingenieus debuut, speels en innemend, en op een heel andere manier gedurfd dan de onthullingen van de videorealisten.