Kamer zeer kritisch over minister Borst

De Tweede Kamer heeft scherpe kritiek op de manier waarop minister Borst (Volksgezondheid) de aangepaste regeling voor vergoeding van medicijnen heeft ingevoerd. De voorlichting aan apothekers, artsen en patiënten was rommelig en schoot tekort. Volgens Borst ligt de schuld bij de fabrikanten die tot het laatste moment hun prijzen aanpasten.

Dit bleek gisteren tijdens een debat over de aanpassing, op 1 februari, van het zogeheten geneesmiddelenvergoedingssysteem. De SP had Borst naar de Kamer genood om uit te leggen waarom de betrokken partijen pas zo laat zijn geinformeerd over de medicijnen waarvoor vanaf maandag moet worden bijbetaald. Meerdere fracties noemden de gang van zaken `onbehoorlijk'. Zij willen dat de minister bij de volgende aanpassing van de vergoedingsnormen, medio 1999, de veranderingen eerder bekendmaakt.

Volgens Borst wisten industrie, apothekers en artsen al eind 1997 dat de normen, die nog uit 1991 dateren, zouden worden aangepast. En al halverwege vorig jaar was bekend hoeveel de verzekeraars voor de verschillende medicijnen maximaal zouden vergoeden.

Maar pas op 1 februari zelf was duidelijk of en hoe de fabrikanten hun prijzen aan deze limieten zouden aanpassen.

De aanpassing van de vergoedingslimieten, de eerste maatregel uit het pakket om de stijgende uitgaven voor medicijnen in de hand te krijgen, levert Borst al meteen een tegenvaller van honderd miljoen gulden op. De minister erkende dat de opbrengst maximaal 160 miljoen gulden per jaar zal zijn. Zij verwachtte in het `plan van aanpak' van de medicijnenkosten, dat in november naar de Kamer werd gezonden, dat dit 255 miljoen gulden was. De minister zal voor 1 maart aangeven hoe zij deze tegenvaller compenseert. Dat gebeurt in de notitie waarin zij de bezuinigingsmaatregelen aankondigt om de 280 miljoen gulden `terug te verdienen' die vorig jaar te veel aan medicijnen is uitgegeven.