Japanse deflatiespiraal ontmoet `sluitende aanpak'

Kamerleden, vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers en financieel-economische deskundigen bespraken gisteren de internationale economie. De wereld rond in tachtig vragen en weer terug bij het Poldermodel.

MHP-voorman Muller wist niet goed wat hij moest denken van de wereldeconomie. Dus had hij 's nachts maar even naar de Amerikaanse tv-zender CNN gekeken. ,,De economische analisten daarop verwachtten niet dat het laatste jubelkwartaal van de Amerikaanse economie zal aanhouden'', vertelde hij. En, na een korte pauze: ,,Ik ben dus niet zo bang voor een harde landing.''

De `harde landing' in de VS was maar een van de vele begrippen die gisteren in het gebouw van de Tweede Kamer over tafel vlogen, naast de `dichtbij evenwicht'-begrotingen in de eurozone, het wisselkoersbeleid van de kersverse euro en de Japanse deflatiespiraal. Gesneden koek voor Brouwer van De Nederlandsche Bank (DNB), Don van het Centraal Planbureau (CPB) en de economie-professoren De Haan en Balkenende van het CDA. De voormannen van het poldermodel, zoals VNO/NCW-voorzitter Blankert (,,een tentamen'') voelden zich duidelijk meer op hun gemak met de vertrouwde termen STAR, SER en `sluitende aanpak' van wat dan ook.

De tamelijk massaal verschenen financiële en economische specialisten van de Kamerfracties hadden gisteren een rondetafelgesprek met deskundigen van CPB en DNB en met de voormannen van werkgevers en werknemers. Op de agenda stond de economie in de Europese Unie (EU), die na de introductie van de euro nog belangrijker is geworden voor Nederland. ,,Dit is nog nooit eerder gedaan'', verwoordde voorzitter Van Gijzel (PvdA) deze noviteit in het Nederlandse parlement.

Het was de wereld rond in tachtig vragen, van de uitbundige groei in de VS tot de voortsudderende crisis in Japan, van de moeilijkheden in Azië tot de onzekerheid over Latijns Amerika. De eindbestemming van de verbale rondreis was Nederland, waar de onzekerheden over de economie ,,groter zijn dan normaal'' (Brouwer). Volgens Don zijn de neerwaartse risico's op dit moment ,,overwegend'' en is ,,snel herstel nodig om de groei van 2 tot 2,25 procent nog te halen''.

Nederland heeft daarbij niet veel te verwachten van grote Europese landen als Duitsland, Frankrijk en Italië, die de trekpaarden van de Europese economie zijn. De begrotingen van die landen blijven volgens DNB-vertegenwoordiger Brouwer wel binnen de EMU-norm van 3 procent, maar de doelstelling `dichtbij evenwicht' is uit beeld geraakt. ,,Het is jammer dat de automatische stabilisatoren niet helemaal kunnen worden gebruikt, doordat bij een oplopend tekort de grens van 3 procent snel in zicht komt'', zei Brouwer: ,,Uit de begroting kan dus geen impuls voor de economie komen.''

Met de komst van de euro zijn landen ook de mogelijkheid kwijtgeraakt met een devaluatie van de nationale munt de export op te peppen. FNV-voorzitter De Waal ziet de bui dan ook al hangen voor werknemers en uitkeringstrekkers in Europa. ,,De euro laat geen ruimte voor stimuleringsbeleid en het wisselkoersbeleid is als instrument ook vervallen. Het zal dus vooral moeten komen van arbeidsmarktregelen. Met de huidige geringe arbeidsmobiliteit bestaat er een grote kans op beleidconcurrentie met allerlei lastenverlichtingen. Ik vrees een negatieve spiraal van lagere loonkosten en een versobering van de verzorgingsstaat.''

Europa heeft Nederland voorlopig weinig te bieden. De werkgegelegenheidsmaatregelen van de Europese Commissie hebben volgens De Waal gestalte gekregen in een ,,slap onderzoekje''. VNO/NCW praat wel eens met andere werkgeversorganisaties, maar volgens Blankert zonder veel resultaat: ,,Als het woord `sociaal' opduikt in een document, stuiven de Britten overeind. Een keer hadden we een resultaat geboekt, waarna een Portugees overeind vloog met de mededeling dat dit `het einde van Portugal' zou betekenen. De conclusies zijn altijd hetzelfde als die de voorzitter de eerste ochtend al papier heeft gezet.''

Nederland heeft Europa wel wat te bieden, zo werd langzaamaan duidelijk, namelijk het Poldermodel: loonmatiging in ruil voor korter werken en lagere lasten. Duitsland kijkt naar dit Hollandse recept, maar inmiddels heeft de Duitse vakbond IG Metall een looneis van 6,5 procent op tafel gelegd - tot afgrijzen van alle aanwezigen aan de halfronde tafel. ,,Een andere cultuur'', suste De Waal: ,,Niemand kan zeggen `Gij zult loonmatigen' in Duitsland.'' Van MHP-voorman Muller werd verder niets meer gehoord.