Iedereen dezelfde lease-auto

Op de achterruit van de Chevrolet Chevelle die geregeld door de straat komt staat: `I'd rather push a Chevy than drive a Ford'. Een fascinerende oneliner, die op deze auto uit 1968 een leuke grap is, maar op een hedendaags exemplaar niet begrepen zou worden. `I'd rather push a Deawoo than drive a Kia'?

Ondenkbaar. Zo'n tekst op je auto plakken vergt grote affiniteit met merk of model en dat lag in de jaren zestig – toen de gemiddelde huisvader elke zaterdag liefkozend zijn auto stond te soppen – anders dan nu. Toen was een Fiatrijder heel iemand anders dan de bezitter van een Kadett.

Wie tegenwoordig 's ochtends in de `gebruikelijke' files aansluit ziet voor zijn gevoel enkel Opels van het type Astra of Vectra, Volkwagens Golf of Passat, Fords Mondeo, Renaults Mégane en Volvo's uit de 40-serie om zich heen. Allemaal lease-auto's, vermoedt de schuchtere eenling in zijn Citroën DS, uit een zeer beperkt keuze-aanbod van de werkgever. Aan de uitvoering kun je vrij nauwkeurig het brutosalaris van de berijder aflezen; de kleur is bepaald door de smaak van zijn vrouw. De eigen keus die de automobilist van de jaren zestig, afhankelijk van zijn inkomen, kon maken tussen een malle Trabant en een sexy Glas 1.300 GT is verdwenen. Alleen op zondag kiest een hobbyist nog wel eens de snelweg.

Het is een logische ontwikkeling. Een onderwijzer zonder onkostenvergoeding kan het zich vandaag de dag niet meer permitteren om een nieuwe middenklasser van 44.062 gulden – de prijs van de gemiddelde lease-auto – te kopen en schuldenvrij op de weg te houden. Het asfalt is op door-de-weekse dagen dus in bezit genomen door de zakenauto. Vraag is echter of die veronderstelling juist is.

De Nederlandse economie groeide in de periode van '94 tot '98 steeds met drie tot vier procent. Dat leidt onvermijdelijk tot een grotere mobiliteit. De `zakenautomobiliteit' is tussen '90 en '96 echter met slechts zeven procent gestegen en dat was maar een fractie meer dan het gebruik van privé-auto's (6,7 procent), zo blijkt uit onderzoek dat TNO heeft gedaan in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA). Het aantal zakenauto's is in de periode '90 tot '97 stabiel gebleven op 870.000. Sterker: omdat het totale wagenpark in Nederland in die periode met tien procent groeide, is het aandeel zakenauto's wat kleiner geworden. Dat is een eigenaardig fenomeen, dat mogelijk kan worden toegeschreven aan bezuinigingen binnen bedrijven of een toenemende rol van de telecommunicatie.

Feit is dat in '97 precies 108.075 nieuwe lease-auto's op kenteken werden gezet. In totaal kwamen er 478.000 nieuwe personenauto's op de weg. Bijna een op de vier nieuwe auto's wordt dus geleast. Het aantal geleaste personenauto's dat in 1995 op de weg was bedroeg 294.000, in '97 werd de grens van 350.000 al gepasseerd.

Het aandeel van de zakenauto's op het totaal van personenauto's was in '95 zo'n 16,7 procent. Van het totale brandstofverbruik namen die zakenauto's wel dertig procent voor hun rekening. Ze zijn dus inderdaad veel meer op de weg. Dat blijkt ook uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In '95 legde de zakenauto gemiddeld 30.340 kilometer af, waarvan 1.000 tijdens de vakantie, de privé-auto reed 14.110 kilometer, waarvan 1.290 heen en weer naar de zon.

De leasesector is dan ook sinds 1982 fors gegroeid. Het aantal lease-auto's dat nu op de weg is, vertegenwoordigt een waarde van 12,7 miljard gulden. Er werken 3.400 mensen in de branche en elke medewerker sluit jaarlijks 130 leasecontracten af.

Van de Nederlandse autobezitters heeft 66,1 procent een baan, 14,5 procent is gepensioneerd, 12,6 procent is huisvrouw of man en 6,7 procent is werkloos. Toch heeft een kwart van de huishoudens geen auto, 60,3 procent heeft er één, 13,8 procent heeft er twee en 1 procent heeft meer dan twee auto's voor de deur. Mannen legden in '95 gemiddeld 18.850 kilometer af in de auto, vrouwen 12.120.

Ze zijn met velen, maar dat er praktisch alleen lease-auto's in de file staan, terwijl de rest van het – vooral tweedehandse – wagenpark voor de deur staat tot `moeder de vrouw' naar de supermarkt vertrekt, is dus een onjuiste waarneming. Dat een `Chevy' relatief steeds minder wordt waargenomen is echter een feit, zo blijkt uit de cijfers. Maar dat komt weer doordat al die monotone lease-auto's zo langzamerhand een fors deel van de tweedehandsmarkt bepalen.