Gedeeltelijk afgekeurd en niet meer welkom (3)

In NRC Handelsblad van 16 januari stond een artikel met als kop: `WAO groeit door falen uitvoerders'. Reïntegratie naar het eigen werk is een primaire taak van de werkgever en diens arbodienst/arboarts. Het is duidelijk, dat de arboartsen het verzuim tijdens het eerste jaar van ziekte niet goed in de hand houden. Het is ook een feit dat de werkgevers, die overigens voor de kosten van het eerste ziektejaar vaak herverzekerd zijn, de voor de werkgevers lastige of niet in de organisatie passende werknemers proberen te lozen. De arbodienst `gedoogt', daar deze vaak op jaarcontractbasis door de werkgever is aangesteld en anders zijn contract niet verlengd krijgt.

De controle van de arbodiensten door de UVI's zoals het GAK en CADANS is conform de richtlijnen, die de uitvoeringsinstellingen van het LISV krijgen. Hierdoor worden de UVI's tot papieren tijgers gemaakt, omdat ze inhoudelijk niet mogen reageren op de door de arbodiensten/werkgevers ingediende voorlopige reïntegratieplannen, die ingeleverd moeten worden, als de werknemer ongeveer drie maanden zijn werk verzuimt. Bij het definitieve reïntegratieplan, dat bij 35 weken ziekte ingeleverd wordt, is het kalf al vaak verdronken. De zieke werknemer is dan vaak zo beschadigd, dat hij/zij slechts op de langere termijn weer kan herstellen. Het beboeten van werkgevers hiervoor is dermate vaag omschreven in de wet, dat dit in de praktijk weinig toegepast kan worden.

De politiek moet de randvoorwaarden voor het echte verzekeringsgeneeskundige werk verbeteren, zodat de verzekeringsartsen door middel van een actief ingrijpen in het eerste ziektejaar, hun poortwachtersfunctie voor de WAO en NWW eindelijk vorm kunnen geven.