Gedeeltelijk afgekeurd en niet meer welkom (1)

Blijkens een bericht in NRC Handelsblad van 28 januari wil voorzitter Buurmeijer van het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen wettelijk toezicht op de arbodiensten om zo de oorzaken van het groeiende beroep op de WAO te achterhalen. De instanties die WAO-keuringen uitvoeren zouden van mening zijn dat arbodiensten, die werken in opdracht van werkgevers, in het eerste jaar te weinig doen om dit te voorkomen.

Het toezicht (lees: controle) dat de heer Buurmeijer voorstaat zal echter niet als gevolg hebben dat daarmee de oorzaken duidelijk aan het licht komen en alleen maar leiden tot verdere bureaucratisering. De absolute toename van het aantal WAO-ers (in mindere mate procentueel, afgezet tegen het gestegen aantal arbeidsparticipanten) is multifactorieel bepaald. Naast arbeidsomstandigheden liggen hieraan maatschappelijke, sociale en economische factoren ten grondslag en er is gedegen onderzoek nodig om die factoren goed in kaart te brengen.

Bij de arbodienst zal hij geen oplossing vinden, zolang die dienst niet in staat gesteld wordt behoorlijk onderzoek te doen om klanten goed van advies te kunnen dienen. De concurrentie tussen arbodiensten veroorzaakt grote druk op de tarieven van deze diensten met als gevolg dat de bedrijfsarts een hoog aantal `declarabele (op de klant verhaalbare) uren' moet maken.

Tijd voor het onderhouden van zijn vak, voor scholing en voor onderzoek schiet er zo gemakkelijk bij in. Als het contract het hem vervolgens niet mogelijk maakt intensieve contacten te leggen met de bedrijven waarvoor hij de zorg heeft, hij niet in staat gesteld wordt onderzoek op de werkplek te doen en er in het commerciële geweld onevenredige druk op hem wordt uitgeoefend, dan kan van diepgang in zijn advisering naar werknemer en bedrijf geen sprake zijn.

Natuurlijk geldt deze situatie lang niet voor alle arbodiensten: er zijn veel bedrijven die de zorg voor arbeidsomstandigheden zeer serieus nemen, uitstekend samenwerken met hun arbodienst en preventie hoog in het vaandel hebben staan, maar dit is helaas niet het algemene beeld.