Europa, wakker worden!

We hebben het gehaald!' riep de Franse minister van Financiën Dominique Strauss-Kahn enthousiast. Tegen alle scepsis in was de Europese Unie er toch maar in geslaagd om zonder rimpelingen de euro in te voeren. Goed, de economische groei moet omhoog, en de werkloosheid omlaag, maar de perspectieven van Europa aan de vooravond van de nieuwe eeuw zijn prima.

Oh, ja? Een groep jonge Europese zakenlieden denkt daar heel anders over. Op het jaarlijkse World Economic Forum, afgelopen weekeinde in Davos, presenteerden ze een manifest met als werktitel Wake up Europe! Het is een opsomming van tekortkomingen van Europa voor wat de toekomstgerichtheid betreft en een oproep voor toekomstgericht leiderschap om daar wat aan te doen. Het project is een initiatief van een Brits-Amerikaanse consultant met een Franse en een Duitse ondernemer. Alledrie zijn rond veertig jaar oud.

Europa, stellen ze, is nooit eerder zo rijk en zo productief geweest als tegenwoordig. De levensstandaard en de gemiddelde levensverwachting zijn hoger dan ooit. Maar hoe gaat het de volgende vijftig jaar? Hoe voorbereid op de toekomst is Europa? Daarover hebben Hubert Joly (Electronic Data Systems, Frankrijk), Fields Wicker-Miurin (A.T. Kearney, Groot-Brittannië) en Ulrich Schumacher (Siemens, Duitsland) ernstige twijfels.

Europa lijdt in hun visie aan een dwangmatige hang naar zekerheid, zoals blijkt uit de prioriteit voor prijsstabiliteit in het monetaire beleid (`Euro über alles'), een steeds kostbaarder verzorgingsstaat die steeds minder verzorging kan bieden aan burgers die werkelijk in nood verkeren, en een versteend, verkalkt economisch systeem dat inefficiëntie beschermt en ondernemerschap bemoeilijkt. Verder dreigen de Europese samenlevingen uiteen te vallen door toenemende sociale en economische uitsluiting en tikt er een demografische tijdbom als gevolg van de vergrijzing. ,,De huidige leidersklasse weigert (of is niet in staat?) om de lastige maar noodzakelijke stappen te zetten om zelfs maar te beginnen deze problemen aan te pakken'', stellen ze vast.

De auteurs van het manifest zijn geen harde `neoliberalen', integendeel. ,,Als vier van de vijf grote Europese landen een werkloosheid van meer dan tien procent hebben, en een verhouding tussen werkenden en niet-werkenden die snel de verkeerde kant uitgaat, dan werkt het systeem duidelijk niet.''

En: ,,Wij zien onze samenlevingen steeds ongelijker en onrechtvaardiger worden. [...] We hebben een niveau van welvaart en beschaving bereikt, waarbij we de plicht hebben om ons zorgen te maken over andere dingen dan de strijd om het minimale bestaan.''

Vervolgens doen ze een oproep tot hervormingen. De `vooruitgang' die hierbij gemaakt wordt, moet worden gemeten en het succes in het bereiken van welvaart in de 21ste eeuw moet anders gedefinieerd worden.

Hiervoor introduceren ze een veelheid aan variabelen, uiteenlopend van duurzaamheid (economische groei, welvaartsschepping, milieu, sociale zekerheid) en rechtvaardigheid (sociale ongelijkheid, inkomensverschillen, mensenrechten), het gevoel van veiligheid (misdaad en interne conflicten) en harmonie (politieke, sociale of etnische spanningen) tot de mate van voorbereiding voor de toekomst (leiderschapskwaliteiten, onderwijs, financiering van het pensioenstelsel en de gezondheidszorg, Internet-aansluitingen).

Aan de hand van in totaal elf factoren vergelijkt hun rapport de lidstaten van de Europese Unie plus de niet-Europese landen de Verenigde Staten, Japan en Canada met elkaar wat betreft `toekomstgereedheid'. Deze Future Readiness Index levert opmerkelijke en niet bepaald geruststellende scores op.

Op de eerste drie plaatsen staan Denemarken, Oostenrijk en Ierland. De laagste plaatsen worden ingenomen door België, Griekenland en Italië. Nederland komt er niet goed van af. Nederland scoort achtste van de EU-lidstaten, maar staat onder Canada en de Verenigde Staten.

Drie patronen laten zich uit deze gegevens aflezen. Ten eerste doen de noordelijke lidstaten van de EU het over het algemeen beter dan de zuidelijke lidstaten. België is de uitzondering, dit scoort op mediterraan niveau.

Ten tweede doen kleine economieën het aanzienlijk beter dan grote landen, zowel binnen de EU als ook wanneer Canada, de VS en Japan in de vergelijking betrokken worden. In de EU staan Groot-Brittannië (7), Frankrijk (9), Duitsland (11) en Italië (15) allemaal onder Denemarken (1), Oostenrijk (2), Ierland (3), Zweden (4), Finland (5) en Luxemburg (6). Nederland mist hier duidelijk aansluiting met de flexibiliteit en toekomstgerichtheid van andere kleinere landen. Misschien speelt het Nederland parten dat het zich graag als `de grootste van de kleine landen' beschouwt. Dat brengt de problemen en tekortkomingen van `grote landen' met zich mee.

Ten derde is er geen duidelijk toekomstvoordeel in het `Angelsaksische model'. De VS scoren bijvoorbeeld goed op economische criteria, maar slecht op sociale gelijkheid, misdaad en financiering van de gezondheidszorg. Het `Rijnlandse model' van Frankrijk en Duitsland scoort eveneens slecht. Deze landen blijven niet alleen achter bij economische groei en werkgelegenheid, maar ook bij Internet-aansluitingen.

In een toelichting zei Fields Wicker-Miurin dat het rapport tot doel heeft om ,,te provoceren''. ,,Het is niet gemakkelijk om tekortkomingen op te lossen, maar we moeten een omgeving scheppen waarin dat beter mogelijk is. Wij hebben ons leven nog voor ons. Er moet wat gebeuren.''

Dat kan Nederland zich aantrekken.