De politiek moet gemondialiseerd

De Duitse bondspresident Roman Herzog presenteerde op het World Economic Forum in Davos een plan voor een binnenlandse wereldpolitiek. Denken op wereldschaal moet daarin de plaats innemen van vastgeroeste opvattingen.

Het trefwoord voor de overgang naar de 21ste eeuw is `mondialiteit'. De gevolgen daarvan zijn alom waarneembaar, op politiek, economisch, cultureel en sociaal terrein.

Mondialiteit kan ons dwingen te zoeken naar een nieuwe wereldwijde economische en financiële, maar ook sociale orde. Zo'n orde kan tot stand worden gebracht als behalve de economie óók de politiek gemondialiseerd wordt. Met politiek bedoel ik de politiek in de ruimste zin van het woord, die behalve de economie, ook de samenleving en de cultuur omvat.

In een toestand van mondialiteit hebben al die deelterreinen van de politiek onontkoombaar ook buitenlands-politieke dimensies. Die dimensies moeten wij activeren om de mondialiteit te kunnen beheersen, in plaats van door haar te worden beheerst.

Velen hadden verwacht dat na het einde van de Koude Oorlog de toekomst opnieuw aan de natie zou zijn, met 189 staten in plaats van twee supermachten als zelfstandige spelers in het internationale geheel. Dat was een misvatting. Het mondialiseringsproces bracht weliswaar een zekere versnippering met zich mee, maar niet alleen van de twee ideologische blokken; ook andere grote eenheden, zoals de natie, begonnen af te brokkelen.

Naast de nationale regeringen waren allang tal van transnationale lichamen op economisch, maatschappelijk, wetenschappelijk, cultureel, technologisch en ecologisch gebied begonnen hun boodschap in de wereld uit te dragen. CNN, het Rode Kruis, Internet en Greenpeace – om van de multinationals nog maar te zwijgen – oefenen tegenwoordig zonder vaste standplaats en sturing effect uit op de wereld. En al is er dan nog geen wereldgrondwet, wereldburgers en een wereldomvattende civil society zijn er al.

Tegelijkertijd heeft het einde van het tweeblokkenstelsel oude en nieuwe spelers nieuwe mogelijkheden verschaft om internationale invloed uit te oefenen. Hoewel in de Veiligheidsraad multilaterale initiatieven dikwijls worden afgewezen, stuiten zij niet meer automatisch op een zelfzuchtig veto van de ene of de andere grote mogendheid. Bovendien is er een nieuw internationaal strafrecht in opkomst.

Ook is de Wereldhandelsorganisatie opgericht en breiden de NAVO en de EU zich naar het oosten uit. Met de euro is de eerste bovennationele monetaire unie gevormd sinds de gouden standaard werd verlaten. In Azië en Amerika vraagt men zich af hoe de waardeverhoudingen van de euro tot de dollar en de yen zich ontwikkelen. Daarbij rijst wel de vraag welke gevolgen de lukrake confrontatie van buitenlands-politieke belangen van subnationale, nationale en supranationale gemeenschappen kan hebben.

Al is een wereldregering toekomstmuziek, ook zonder zo'n orgaan is er een mondiaal binnenlands beleid, namelijk de resultante van de activiteiten van de talloze dragers van de hierboven genoemde buitenlands-politieke boodschappen. Ook binnen staten, althans binnen democratische staten, is de politiek geenszins enkel zaak van de regering, maar ook van duizenden wensen en belangen. Wij zullen echter alleen tevreden zijn, als wij vanuit de nationale belangenpolitiek van de afgelopen eeuwen in een tijdperk belanden van mondiale verantwoordelijke politiek. Op de VS na zijn maar weinigen bereid om mondiale verantwoordelijkheid te dragen.

Het mondiale binnenlandse beleid zou zijn vruchten kunnen afwerpen als zoveel mogelijk betrokkenen bij hun optreden in de buitenlandse politiek een aantal grondregels in acht nemen, waaruit een preventief mondiaal buitenlands beleid kan worden afgeleid. Een dergelijk beleid zou, door mensen bewust te maken van hun gemeenschappelijke belangen, crises kunnen voorkomen, en leiden tot een hechter netwerk van internationale samenwerking.

Ten eerste dient iedereen die in de buitenlandse politiek actief is, het als zijn verantwoordelijkheid te beschouwen dat hij de mondiale verbreiding van democratie als vredesstrategie ondersteunt.

Ten tweede moet de handhaving van de mensenrechten wereldwijd als minimumnorm worden ingevoerd, want dat is de eerste stap naar democratie.

Ten derde moeten wij het nationalisme, de bewapeningswedloop en de traditionele machtspolitiek afzweren. Die komen allemaal voort uit 19de-eeuwse denkpatronen.

Mijn vierde grondregel is dat de onlangs overwonnen ideologische confrontatie van de Koude Oorlog niet moet worden vervangen door bijvoorbeeld een scenario van mondiale culturele oorlogvoering.

Ten vijfde moet in de gemondialiseerde economie af worden gezien van het beleid dat men zich ten koste van anderen probeert te verrijken.

Ten zesde zouden wij een concrete strategie van gedachtenwisseling moeten volgen, als middel om elkaar te leren vertrouwen. De OVSE kan hierbij tot voorbeeld dienen.

Als zevende grondregel pleit ik voor een wereldwijd, niet cultuurgebonden leren en onderzoeken om praktische problemen op te lossen. Er is behoefte aan een wereldomspannende educatieve en onderzoeksgemeenschap, die opgewassen is tegen het mondiale karakter van de grote problemen van onze tijd.

Met mijn achtste en laatste stelregel wil ik ten slotte oproepen tot een beter gebruik van de reeds beschikbare instrumenten voor internationale en interregionale samenwerking. Daarbij denk ik met name aan de regionale integratie die het nationale niveau ontstijgt, zoals binnen NAFTA, SADC en ASEAN gebeurt.

Wanneer wij over een wereldwijd binnenlands beleid nadenken, dan zal dat ook gegrondvest moeten worden op een wereldwijde maatschappelijke orde. Om te komen tot een niet alleen in sociale maar ook in politieke en economische zin wereldomvattende stabiliteit, zullen productiviteit, efficiëntie en sociale evenwichtigheid in heel de wereld met elkaar moeten worden geïntegreerd.

Wat ten slotte de betrekkingen tussen de verschillende gezagsniveaus aangaat, van het subnationale over het nationale en het supranationale tot het multinationale aan toe, ontbreekt het geenszins aan een transcultureel overtuigend ordeningsprincipe. Besluiten moeten worden genomen op het niveau waarop de informatie optimaal beschikbaar is en waarop het best voor realisatie kan worden gezorgd.

Wat mij zeer ter harte gaat is de intensivering van de dialoog tussen verschillende culturen, teneinde het zo dikwijls afgeschilderde scenario van de clash of civilizations te voorkomen. Evenals de wapenbeheersing in de tijd van de ideologische confrontatie tussen Oost en West, valt thans de dialoog tussen culturen een vertrouwen-opbouwende en daarmee vredebewarende rol toe.

Er mag echter niet worden gestreefd naar één wereldomvattende massacultuur. Die lokt namelijk ook tegenstellingen uit, niet zozeer tussen de grote wereldculturen als wel binnen de afzonderlijke culturen, tussen de krachten van de modernisering en die van de traditie.

Ik pleit dus voor niets minder dan een fundamentele verandering in ons denken. Denken op wereldschaal moet de plaats innemen van vastgeroeste opvattingen. Slechts dan hebben wij een kans om de mondialiteit niet te ervaren als een bedreiging, maar haar te benutten als een uitdaging. Zo kunnen we de 21ste eeuw positief gestalte geven.

Dit is een bekorte versie van de redevoering die Roman Herzog op 29 januari hield bij de opening van het World Economic Forum in Davos. © Copyright Frankfurter Allgemeine Zeitung