De koning komt zo terug

Met een paar flinke passen zou koning Albert via de achterdeur van zijn paleis ongezien naar het Hôtel Bellevue kunnen lopen. Hier kan hij, bij de wandelstok van zijn opa en de schoolschriftjes van zijn broer Boudewijn, zijn jeugd terugvinden. In dit statige pand, pal naast het koninklijk paleis van Brussel, kunnen sinds kort alle Belgen hun liefde voor het vorstenhuis komen warmen aan de uitgestalde eigendommen van de koninklijke familie.

Het Museum voor de Dynastie had geen beter onderkomen kunnen vinden. Door de marmeren trappen, hoge plafonds en de sierlijke fontein waant de bezoeker zich in een zijvleugel van het paleis. Maar de inrichting van het museum brengt die grandeur terug tot het formaat van een royale huiskamer. In de vitrines liggen geen sieraden, maar alledaagse voorwerpen zoals een bril, een paar versleten handschoenen en een horloge. De foto's aan de wand lijken door de vorst zelf te zijn opgehangen en zijn vrouw heeft hier en daar achteloos enkele portretten op de schouw gezet. Wie door het hoge raam het echte paleis op slechts enkele meters afstand ziet, denkt onwillekeurig dat het zo moet zijn gegaan. Nergens zijn rode koorden die het publiek op afstand moeten houden, geen bordjes die het aanraken verbieden en suppoosten die nieuwsgierigen tot de orde roepen kom je hier niet tegen. Dat hoeft ook niet: bij een bezoek aan de koninklijke familie gedraagt men zich vanzelf.

Onder het bord met de stamboom van het geslacht Van Saksen-Coburg-Gotha betwisten drie oudere dames met grijsblauw haar elkaar hun kennis van het Belgische koningshuis. De ongehuwd samenwonende stiefzus van wijlen koning Boudewijn wordt uitvoerig besproken, evenals de positie van de huidige kroonprins Filip (39 jaar, ongetrouwd). Tot ergernis van de drie Vlaamse bejaarden is zijn naam op het bord zowel in het Nederlands als in het Frans gespeld.

De geschiedenis van de jonge Belgische monarchie vertelt een droevig verhaal. Sommige vorsten en vorstinnen verloren vroegtijdig het leven en het volk rouwde keer op keer. Triest was het lot van Albert I, die regeerde van 1909 tot zijn dood in 1934. Hij was de grootvader van Boudewijn en Albert II, de huidige koning. Albert I kwam om het leven tijdens een klimtocht op de rotsen in de Ardennen. In het museum ligt een touw dat aan de uiteinden is gerafeld. `Gebruikt door de koning op de dag van zijn dood', luidt de tekst op het bordje. Hier is ook zijn ribfluwelen jasje te zien, met een scheur die van de schouder tot aan het manchet reikt.

Het volk huilde ook intens om de dood van koningin Astrid, de moeder van Boudewijn en Albert, die in 1935 het leven liet bij een tragisch auto-ongeluk. Hier toont het museum zich onverbiddelijk in het eerbetoon aan de overleden vorstin. Erfopvolging is een mannenzaak en voor Astrid rest slechts een schilderij naast de schouw. Koning Albert, die onlangs het museum opende, moet zijn moeder hebben gemist.

De onderste verdieping is bijna geheel gewijd aan Boudewijn, de meest betreurde koning der Belgen. Na de dood van zijn moeder zag men de vijfjarige kroonprins nog zelden lachen. Zijn schoolschriftjes tonen het geploeter met de moeilijke Nederlandse taal: `De hagedis leeft op de heide en in de deunew', schreef de jonge Boudewijn, waarbij het rode potlood van zijn leraar moet zijn gebroken van ergernis.

Ontroerend is de nauwkeurig nagebouwde werkkamer van `le Roi triste', zoals Boudewijn in de wandelgangen werd genoemd. Het lijkt alsof de koning even naar het toilet is. Onder een half afgeschreven brief steekt een vluchtige schets van een zittende vrouw met gitaar. Haar gezicht is niet ingetekend, maar het kapsel van de vrouw is zonder enige twijfel de nooit veranderde coupe van zijn echtgenote Fabiola. In de boekenkast staan de verzamelde avonturen van Kuifje. Tussen de mijnwerkershelmen en studentenpetten pronkt ook de gele trui van Eddy Merckx.

Het verhaal van de familie Van Saksen-Coburg-Gotha eindigt bij een korte video-opname van de begrafenis van Boudewijn. In deze zaal, die is behangen met brieven vol medeleven van onbekende Belgen, kijken de drie grijze dames al een half uur lang naar de film, die om de tien minuten wordt herhaald.

Museum van de Dynastie, Hôtel Bellevue, Paleizenplein 7, Brussel. Di t/m zo 10-17u, entree Bfr 250 (ƒ13).