De geschiedenis van de Rijwiel- en Automobiel-Industrie

Amsterdam maakt zich eind 1900 op voor een nieuwe eeuw. Het Centraal Station wordt gebouwd, het Rijksmuseum staat in de steigers, het Concertgebouw komt van de grond en het enorme Paleis voor Volksvlijt verrijst. In 1898 houden de Rijwiel Industrie (RI) en het Amsterdams Wielrijders Bondslokaal een fietsententoonstelling in de Militiezaal. Van daaruit kan de bezoeker een Benz zien, waarschijnlijk de eerste geëxposeerde auto in Nederland, die door importeur Aertnijs in de tuin is gezet. Nederland is nog niet rijp voor de auto. Die zomer beginnen 37 auto's en 14 motorfietsen aan de monstertocht Amsterdam-Parijs-Amsterdam. Tot verontwaardiging van de pers is de race met deze levensgevaarlijke apparaten goedgekeurd door miniser Lely van Waterstaat, die de voertuigen prompt aan een maximumsnelheid bindt van 20 kilometer per uur.

Het jaar daarna staan in het Paleis een Benz, een Daimler en vijf Franse auto's. Eén daarvan is een De Dietrich-vrachtwagen waarvan de motor draait. De truck staat meteen te boek als `de stankfabriek'. Het is een `tentoonstelling van rijwielen en toebehooren, automobielen en andere sportartikelen'. Een lastige operatie. De auto's moeten over een helling van 20 procent omhoog en de meeste redden dat niet. Een paard voor de auto spannen zou vloeken in de kerk betekenen, dus de importeurs duwen ze met eigen spierkracht omhoog.

De RAI is geboren. In 1902 is er weinig fietsnieuws en het orgaan van de ANWB de Kampioen spreekt van `meer een expositie van automobielen en motorfietsen', georganiseerd door de Nederlandsche Vereeniging ,,De Rijwiel- en Automobiel-Industrie''. Een jaar later wordt voor het eerst de jaarlijkse RAI-tentoonstelling exclusief gewijd aan gemotoriseerde voertuigen. Fietsfabrikanten stappen massaal in de productie van auto's. In 1903 verschijnt de eerste Amerikaan, een Oldsmobile.

In de eerste tien jaar van deze eeuw worden in Nederland 2.000 auto's verkocht, in 1920 – een jaar eerder is in Detroit 's werelds eerste verkeerslicht in gebruik genomen – zijn het er 10.000.

Nederland is niet betrokken bij de `grande guerre', maar autotentoonstellingen hebben in dat tijdsgewricht weinig zin. Pas in 1921, na een stilte van acht jaar, wordt er in het Paleis weer een expositie gehouden, voor motorrijwielen. Wegens ruimtegebrek ziet de RAI om naar een locatie aan de Ferdinand Bolstraat. Het noodgebouw met de karakteristieke welving – groot 6.000 vierkante meter – wordt binnen drie maanden opgetrokken. Ondanks de recessie wordt er bijgebouwd tot de expositieruimte 13.000 vierkante meter telt. In 1938 wordt met de deiging van de oorlog voorlopig de laatste RAI gehouden. In de oorlog wordt het gebouw gevorderd door respectievelijk Nederlandse, Duitse en Canadese militairen. Maar in '48 en '50 stromen exposanten en bezoekers weer toe, al valt er weinig te exposeren. De opmars van de auto begint dan niettemin pas goed.

Eind jaren vijftig wordt aan de kale rand van Amsterdam, langs het platanenrijke Europaplein de grond voor de `nieuwe RAI' opgespoten. In 1951 was er al een tekening voor een nieuw gebouw, maar de kosten waren te hoog. Op 2 februari 1961 opent prins Bernhard uiteindelijk het nieuwe gebouw, dat in eerste instantie een vloeroppervlak biedt van 31.600 vierkante meter, verdeeld over vier hallen. Het zou uitgebreid blijven worden. In 1995 kwam er nog maar eens 12.000 vierkante meter bij met de Parkhal. De RAI is het gehele jaar door in gebruik, maar hoogtepunt blijft de tweejaarlijkse AutoRAI, traditie sinds 1948.

De AutoRAI trekt sinds 1963 elke twee jaar zo'n 400.000 tot 500.000 mensen naar Amsterdam. Op de drukste dag ooit in '83 waren er 67.000 mensen, het inwonertal van een volwassen provinciestad. Ondanks het `eigen' NS-station komt tweederde van de bezoekers per auto en moet dringen voor een van de 17.000 parkeerplaatsen. Er gaat dagelijks 2.700 kilo koffie in de filter en 100.000 broodjes passeren de toonbank. Voor alles wat aan het plafond komt te hangen is 16 kilometer staalkabel nodig. Op de gangpaden ligt 22.000 vierkante meter vloerbedekking, dat in elf uur door 32 mensen wordt gelegd met behulp van zeven kilometer dubbelzijdig plakband. En als het allemaal afgelopen is herinnert 2.000 kubieke meter afval aan de AutoRAI van 1999.