Chinese zelfstandigen niet langer `profiteurs'

Zelfstandige ondernemers mogen in China nog steeds geen lid worden van de communistische partij. Maar hun rechten worden nu voor eerst in de grondwet vastgelegd. ,,Ik hoop dat het niet bij holle woorden blijft'', zegt een onderne- mer.

Het is nog geen vier jaar geleden dat de communistische partij van China een decreet uitvaardigde waarin stond opgenomen dat zelfstandige ondernemers niet langer partijlid mochten worden. De tegenstellingen gingen het partijbestuur te ver: kapitalisten die lid waren van een communistische organisatie, kon ideologisch niet worden goed gepraat.

Maar de tijden zijn veranderd en in de vier jaar die zijn verstreken is duidelijk geworden dat het vooral de private ondernemingen zijn die het land, en daarmee het communistische leiderschap, op een aantal belangrijke punten bijeen houdt. Het zijn de hard werkende zelfstandigen die over die periode meer banen hebben weten te creëeren dan de staatsbedrijven, collectieven en plattelandsbedrijven gezamenlijk. En dat is in een tijd waarin het een na het andere staatsbedrijf de deuren sluit, een essentiële bijdrage tot het behoud van nationale stabiliteit.

De lang verwachte beslissing, afgelopen weekeinde, van het permanent comité van het Nationaal Volkscongres, het Chinese parlement, om zelfstandige ondernemers te erkennen in de Chinese grondwet, is om die reden vooral het resultaat van het pragmatisme van het Chinese leiderschap. Ondernemers mogen nog steeds geen lid worden van de partij, maar zij hebben met de grondwetswijzinging, die begin maart tijdens de voltallige zitting van het NPC nog moet worden geratificeerd, meer rechten dan ooit te voren.

Volgens president Jiang Zemin, onlangs tijdens een bijeenkomst van het centrale comite van de partij, is de niet-staatssector, dat wil zeggen de stedelijke en plattelands-collectieven, private ondernemingen en kleine zelfstandigen, een ,,belangrijke component van het socialisme met Chinese karakteristieken.'' De veranderingen, aldus Jiang, zijn ,,van groot belang voor de socialistische markteconomie, de bevordering van socialistische democratische politiek, cultuur en ethische vooruitgang.''

Maar Chinese ondernemers, die meer aan zich zelf hebben te danken dan aan de staat, zijn terughoudend met hun enthousiasme - gewend als zij zijn aan de wollige taal van hun politieke leiders en de werkelijkheid die vaak heel anders is. ,,Ik hoop dat kan worden voorkomen dat het niet alleen bij holle woorden blijft'', zegt Yang Zhongwei, vertegenwoordiger voor de Franse kledingfabricant Pierre Cardin. ,,Want als in het wetboek van strafrecht niets hierover wordt vermeld, dan blijft de onduidelijkheid bestaan waarin wij altijd hebben moeten opereren.'' Volgens Yang is nog altijd niet zeker wat strafbaar is en wat niet.

Yang, die Johnwehl Yang op zijn naamkaartje heeft staan, kent de vooroordelen die in China onder het partijkader bestaan tegen ondernemers zoals hijzelf als de beste. Als het veelbelovend voormalig hoofd van de macro-economische afdeling van de Chinese academie voor sociale wetenschappen, de denktank van de Chinese regering, stuitte hij op veel onbegrip toen hij in het politiek tumultueuze jaar 1989 besloot voor zichzelf te beginnen. Vier jaar geleden, in gesprek met deze krant, zei hij door zijn oude collega's te zijn uitgemaakt voor 'profiteur'. Zijn liberale ideeën over de invoering van de vrije markteconomie werden niet op prijs gesteld.

Maar nu, met driehonderwerknemers onder zijn hoede, en zeventig kledingwinkels in het hele land, is de afgunst van zijn voormalige collega's omgeslagen in bewondering, al is er ook nog steeds jaloezie. ,,Als intellectueel heb ik mijn best gedaan de vooroordelen over de commerciële sector uit de weg te ruimen. Mensen zoals ik zijn zinvol voor dit land. Ik betaal meer dan dertig procent belasting en ik verschaf een hoop Chinezen werk.''

Volgens Jing Shuping, de voorzitter van de All-China Federation of Industry and Commerce, een officiële overheidsinstantie die de zelfstandige sector vertegenwoordigt, was in 1997 sprake van 961.000 zelfstandige ondernemingen die in totaal 13,5 miljoen mensen werk zouden hebben geboden. En sinds 1990 zouden binnen deze sector twintig miljoen banen zijn gecreëerd, terwijl de daling met tachtig procent van het aantal banen die in 1997 in heel China werden gecreeerd, vooral was te wijten aan de crisis binnen de staatssector. De tachtigjarige Jing, die voor de oprichting van de Volksrepubliek in 1949 zelf een kapitalistische ondernemer is geweest in Shanghai, heeft er herhaaldelijk op gewezen dat private ondernemers, zonder wettelijke steun en bescherming ,,het gevoel van veiligheid ontbeert'', en zij worden gedwongen te werken ,,voor winsten op de korte termijn.''

Maar ondanks de voorstellen tot de grondwetswijziging en het pleidooi van Jing, blijft voor veel behoudende communisten de gedachte dat het staatsaandeel van de economie langzamerhand wordt verdrongen door de niet-staatssector, een onverkwikkelijke gedachte. Onlangs schreef de People's Daily dat bedrijven die niet zijn verbonden aan de staat, ,,op zwakke fundamenten'' gedijen. ,,Ze beschikken niet over een lange termijnbeleid. In vergelijking met staatsbedrijven zouden ze over weinig leiderschap en talent beschikken.

Ook Yang ondervindt nog altijd veel hinder van de ,,onwillige infrastructuur'' van de overheid. Die draalt bij het verstrekken van leningen en vergunningen. ,,Zonder een staatsbedrijf achter je, zijn de hordes die je hebt te nemen vele keren hoger'', zegt hij. Staatsbanken geven traditioneel aan staatsbedrijven, veelal ongeacht de weinig florissante gesteldheid van die bedrijven. De grondwetswijziging zou daar verandering in kunnen brengen.

Maar erg optimistisch is Yang niet. ,,In China heeft zo'n verandering veel tijd nodig'', zegt hij. De nieuwe wet is ook het resultaat van een belofte die veel eerder is gedaan, tijdens het vijftiende partijcongres in 1997. En omdat Yang zich nog altijd niet volledig beschermt voelt als zelfstandige ondernemer, heeft hij onlangs een werkvergunning van de Verenigde Staten weten te bemachtigen. ,,Voor de zekerheid'', zegt hij.